Fred Leemhuis: “Nasr was een begaafd docent”

Mijn eerste kennismaking met Nasr Aboe Zaid was in het najaar van 1991, lang voordat ik hem in levenden lijve ontmoette. We waren kort daarvoor in Caïro gearriveerd en bij het doorbladeren van wat kranten van de voorbije zomer om een beetje een idee te krijgen van wat er zo al speelde in Egypte vond ik in twee opeenvolgende afleveringen van de vrijdagse cultuurbijlage van al-Ahraam een interview met hem. Hij werd daarin als volgt gepresenteerd: “Nasr Hamid Aboe Zaid… onthoudt die naam goed want het is de naam van een groot denker. Hoewel hij nog jong is, komt hij met een nieuwe visie en leest het culturele erfgoed met een nieuwe rationaliteit en met grote vrijheid in zijn zoeken naar antwoorden op belangrijke vragen rondom dit erfgoed waarmee wij allen zeggen verbonden te zijn.”

Het was niet de tijd waarin de islam zinderde van spannende visies op de hedendaagse relevantie van het eigen erfgoed en al helemaal niet van de centrale tekst van het Arabisch-islamitische erfgoed, de koran. En dan komt er opeens een geleerde in niet de eerste de beste krant die in dat interview aan het eind zegt: “Het is nodig het oude grondig te begrijpen en een nieuw wetenschappelijk bewustzijn van dit erfgoed in al zijn facetten teweeg te brengen zodat we te weten komen wat van dit erfgoed betekenis heeft en voor ons tegenwoordig toepasbaar is – dat kunnen we dan uitbouwen en ontwikkelen – en wat alleen maar een voortbrengsel van een bepaald historisch moment is dat nu geen betekenis voor ons heeft en dus geen verrijzenis en wederopstanding  verdient.”

Die wetenschappelijke bewustwording gold ook voor de betekenis van de koran, de kerntekst van dat Arabisch-islamitische erfgoed. Dat bleek wel uit een van de boeken die in dat interview werden genoemd waarover later zoveel te doen is geweest: Mafhoem an-Nass. Een nieuwe islamitische visie op de koran als boodschap. Want daar draaide het bij Nasr om. Als de koran, zoals hij zelf zegt, een boodschap van God aan de mensen is, dan kon die boodschap door de mensen alleen maar in hun eigen taal, in hun eigen context begrepen worden. Daarmee is de bestudering van de tekst van de koran en zijn betekenis principieel hetzelfde als de bestudering van elke tekst.

Pas later en nadat we een paar keer met elkaar getelefoneerd hadden, hebben we elkaar ontmoet. Het gedonder over Nasr’s vermeende afvalligheid, dat ertoe leidde dat hem het hoogleraarschap aan de universiteit van Cairo werd onthouden, was toen al begonnen. Je kreeg de indruk dat Nasr Aboe Zaid zelf dacht dat het allemaal wel goed zou komen. Dat gebeurde ook, want in 1995 werd hij alsnog tot hoogleraar benoemd. Maar die positieve gebeurtenis werd geheel overschaduwd door de uitspraak in hoger beroep dat Prof. Nasr Hamid Aboe Zaid gescheiden werd verklaard van zijn echtgenote wegens zijn afvalligheid van de islam, terwijl zijn echtgenote moslim is.

Wat Nasr voor mij zo bijzonder maakte was toch niet in de eerste plaats zijn wetenschappelijk werk, hoe belangrijk dat ook is en hoe stimulerend ook. Het is niet voor niets dat van zijn boeken, die lang niet alle gemakkelijk leesbaar zijn, er vele vier of meer drukken kregen. Het was ook niet zijn innemende persoonlijkheid die conversatie met hem tot zo’n plezier maakte en die ik zo zal missen. Nasr was een begaafd docent. Dat bleek vooral in Caïro. Hij had duidelijk de behoefte om zijn studenten deelgenoot te maken van wat hij zelf in zijn onderzoek ontdekte. Twee dingen vielen mij daarbij op. Nasr kon complexe materie zo vereenvoudigen dat je er een basisbegrip van kreeg. Vanuit dat basisbegrip kreeg je een ingang in die complexiteit. Ook in het doceren was het Nasr duidelijk dat vaak teksten eerst gedecodeerd moeten worden en dan gecodeerd in het tekstbegrip van de luisteraar. Het tweede wat opviel is dat hij voortdurend in discussie bleef met zijn studenten, die overigens van zeer verschillende religieuze geaardheid waren, van islamisten tot secularisten. Hij zag ze allen voor vol aan; de argumenten en de zindelijkheid van redeneren telde.

Toen Nasr in 1995 na het afgewezen beroep met de dood bedreigd werd, kreeg hij meteen bescherming toegewezen. Op zichzelf vond hij dat niet zo erg en hij wist ook wel dat een dergelijke bescherming voor een deel symbolisch was en zeker niet waterdicht. Hij vond het echter vreselijk dat hij ook bij zijn colleges beschermd moest worden. Hoe kun je nu in vrijheid onderwijs geven en open over de stof discussiëren in aanwezigheid van veiligheidsagenten?

Nasr had immers de consequentie uit zijn wetenschappelijke methode getrokken en die voerde hem onontkoombaar tot maatschappelijke en politieke kritiek. Zo hekelde hij de meer dan oogluikende samenwerking tussen de overheid en de zogenaamd gematigde islamisten. Hij was van mening dat er geen principieel verschil was tussen die gematigde islamisten en de extremistische gewelddadige islamisten. Hun opvattingen stoelen op hetzelfde gedachtengoed, ja sterker nog, de gematigde islamisten leverden volgens hem de ideologische onderbouwing van het religieus terrorisme. De scheiding tussen de gematigde en de extremistische islamisten was er voor hem een van graad en niet van soort. Daarmee legde Nasr Aboe Zaid met betrekking tot de Egyptische maatschappij de vinger op een zere plek. Hij toonde aan dat de bestrijding van extremisme, religieus van aard of niet, door overname van verwant gedachtengoed in gematigde vorm in nette verenigingen en of partijen gedoemd is tot het omgekeerde effect te leiden. Extremisten wordt zo niet de wind uit de zeilen genomen, maar ze worden intellectueel ondersteund, omdat zo op zijn minst aan een deel van hun gedachtengoed een schijn van respectabiliteit gegeven wordt.

Nasr was ervan overtuigd dat zijn analyse bepaald niet alleen voor de Islam of Egypte geldt. Zijn analyse kunnen wij ons ook hier ter harte nemen. Het verbieden van extreme opvattingen heeft geen zin, alleen duidelijke en open weerstand tegen het gevaar dat ze inhouden. Proberen extremisten de wind uit de zeilen te nemen door een beetje in hun richting op te schuiven en hun ideeën in gematigde vorm over te nemen heeft alleen maar als effect dat hun gedachtengoed ruimer wordt verspreid en “bespreekbaar” wordt gemaakt, met als gevolg dat de samenleving langzaam afglijdt.

Fred Leemhuis is emeritus bijzonder hoogleraar aan de RUG vanwege de Stichting Groninger Universiteitsfonds in de islam met speciale aandacht voor de koranwetenschappen

Geplaatst in: Verdieping

Tags:

RSSReacties (1)

Geef een reactie | Trackback URL

  1. Alma zegt:

    Dankzij Leemhuis is Aboe zaid in Nederland gekomen. Mogen we hem dankbaar voor zijn.

Geef een reactie

Spelregels:
Voordat reacties worden geplaatst, worden ze getoetst aan de volgende criteria:
  1. Wees kritisch: Reageer inhoudelijk en niet op de persoon en onderbouw je reactie zoveel mogelijk met argumenten. Verwijs waar mogelijk naar concrete feiten en/of voorbeelden.
  2. Wees verfrissend: Geef vooral originele, frisse reacties die een nieuwe of andere kijk op het onderwerp geven. Wees kort (maximaal 400 woorden), krachtig en blijf bij het onderwerp (ontopic).
  3. Wees genuanceerd: Generaliseer niet waar dat niet past. Vermijd zwart-wit voorstellingen en wij-zij denken. Discriminerende, beledigende en (be)dreigende uitingen zijn niet toegestaan.

*

  • Advertentie