Compassie in de islam
admin | aug 05, 2010 | Reacties 19
Het concept van compassie of barmhartigheid gaat over het geven van ruimte aan andere mensen om zichzelf te zijn, ondanks het feit dat hun gedrag soms belastend kan zijn voor ons eigen leven. Het geven van deze ruimte is echter wederkerig. Zo ontstaat ook meer ruimte voor het ontwikkelen van onze eigen persoonlijkheid, met alle goede en minder goede aspecten die daarbij kunnen horen. Elkaar de ruimte geven betekent echter niet dat we negatief gedrag de vrije loop laten. De achterliggende gedachte is juist om positief gedrag te bevorderen door zoveel mogelijk ruimte te geven aan ieders persoonlijke ontwikkeling. Tijdens het ontwikkelingsproces kunnen er vergissingen en foute keuzes worden gemaakt, die andere mensen tot last zijn. Zolang dit niet met opzet gebeurt en het geen al te grote overlast of schade voor anderen veroorzaakt, kunnen we ervoor kiezen om dergelijke struikelingen te negeren en de persoon de ruimte te geven zich verder te ontwikkelen.
Door: Arnold Yasin Mol
Etymologisch komt het woord compassie van ‘com’ (met de ander) en ‘passio’ (lijden of ondergaan); je lijdt mee met de ander of ondergaat wat de ander ondergaat. Dit kan alleen vanuit het inzicht dat elk mens een vergelijkbaar ontwikkelingsproces doormaakt; een proces dat gepaard gaat met vallen en opstaan.
In de islamitische bronnen, de Koran en de traditieoverleveringen over de profeet Mohammed, vinden we het onderwerp compassie voortdurend terug. De taal van de Koran is het Arabisch, een van de jongste Semitische talen. Het Arabische woord dat vertaald kan worden met compassie is rahma. Dit woord kent deze betekenis ook in andere Semitische talen, zoals het Hebreeuws en Aramees. Het woord rahma komt van de stamwoord r-h-m. De centrale betekenis van dit stamwoord is ‘moederliefde’ en ‘baarmoeder’ (rahum). Vele Arabische korancommentaren leggen uit dat het woord rahma verwijst naar ‘dat geven wat nodig is voor ontwikkeling’, zoals een baarmoeder alles aan de foetus geeft om zich tot volwaardige baby te ontwikkelen. De eventuele afwijkingen van de baby worden in dit opzicht door de baarmoeder genegeerd. De baarmoeder laat haar verzorgende taak ook niet afhangen van de ouders, hun geloof en de huidskleur van de baby. Rahma betekent dus ‘het geven van dat wat nodig is voor ontwikkeling, zonder daar voorwaarden aan te verbinden’; anders gezegd: het geven van onvoorwaardelijke zorg en liefde. Alleen in zeer extreme situaties zal de baarmoeder een foetus afstoten. De baarmoeder is bovendien een zachte verblijfplaats en biedt een rechtstreekse verbinding tussen moeder en kind. Daarom hangt het woord rahma ook samen met eigenschappen als zachtaardigheid en verbondenheid. Het Nederlandse woord ‘barmhartigheid’ is feitelijk een betere vertaling van het Arabische rahma omdat het verwijst naar het erbarmen dat de baarmoeder met de foetus in ontwikkeling heeft en dit bovendien met zachtheid en compassie doet.
Zoals gezegd neemt het begrip compassie een zeer prominente plaats in in de Koran. Alle hoofdstukken van de Koran (op één na) beginnen met de woorden Bismi Illeh al-Rahman al-Raheem. Dit betekent ‘In de naam van God, de Absolute onvoorwaardelijke gever van alles wat nodig is voor ontwikkeling (al-Rahman), de Constante gever van alles wat nodig is voor ontwikkeling (al-Raheem)’. Hiermee geeft de Koran aan dat de belangrijkste eigenschap van God rahma is. De eerste vorm van deze eigenschap is al-Rahman, die volgens de Arabische grammatica de meest absolute vorm van het gebruik van het woord rahma is. God noemt Zichzelf in de Koran dus de ultieme oorsprong en voortbrenger van compassie, en laat ons bovendien weten dat Hij de hele schepping in werking heeft gezet vanuit rahma. De tweede vorm die wordt genoemd, al-Raheem, is het constant geven van rahma, waaruit we kunnen begrijpen dat God alles voortdurend vanuit compassie en barmhartigheid benadert en behandelt. God is als het ware een baarmoeder voor het hele bestaan. In de Koran wordt compassie bovendien gezien als een bron van kracht en macht. In koranvers 19:18 bijvoorbeeld vraagt Maria, de moeder van Jezus, bescherming bij al-Rahman tegen haar onbekende bezoeker. En in vers 20:5-6 zit God als al-Rahman op de troon, het symbool van macht.
De woorden Bismi Illeh al-Rahman al-Raheem vormen samen een van de meest herhaalde formules in een moslimleven. Ze komen in alle gebeden, preken en religieuze boeken voor en worden bij geboorten en andere vieringen – zelfs bij het nuttigen van een maaltijd – uitgesproken. In principe beginnen moslims alle goede zaken immers in de naam van God. Zo worden zij voortdurend herinnerd aan het feit dat God alles ziet, dat Hij hen bij alles nabij staat, maar ook dat zij zelf - naar het voorbeeld van God - alles met zoveel mogelijk compassie en barmhartigheid dienen te benaderen.
In de Koran wordt verteld dat Gods rahma, dat wil zeggen Zijn compassie en barmhartigheid, ‘alles wat bestaat omvat’ (Koran 7:156). Deze compassie omvat en voedt het hele bestaan en maakt ontwikkeling mogelijk zodat alles dat is, kan groeien. Compassie en barmhartigheid zijn dus niet alleen eigenschappen, maar vormen zelfs de basis voor het hele bestaan. En dat compassie Gods drijfveer voor de schepping is, lezen we in de Koran waar staat dat God ‘Zichzelf compassie (rahma) heeft voorgeschreven’ (Koran 6:12). In koranvers 21:107 wordt de profeet Mohammed bovendien rahmat alamin, ‘de brenger van compassie voor de wereld’, genoemd. Door de boodschap die hij bracht, was hij een bron van compassie en ontwikkeling voor de wereld (de Koran komt voort uit Gods rahma, zie koranvers 41:2). Als een boodschapper van God, de Absolute bron van Compassie, was Mohammed ook een verkondiger van compassie. Over hem wordt verteld dat het juist zijn zachtaardigheid was, die ervoor zorgde dat zijn volgelingen hem vertrouwden (Koran 3:159). De Koran benadrukt daarom aan moslims dat Mohammed het beste voorbeeld is om te volgen. In vers 2:143 staat dat God moslims tot ‘een gematigd volk heeft gemaakt dat als getuige dient over de mensheid’ en dat Hij ‘barmhartig en compassievol met de hele mensheid is’. Gematigdheid, balans en compassie worden hierin samengebracht want een volk kan alleen in balans blijven als het alle mensen met zachtheid benadert en hen gelijkwaardige ruimte en mogelijkheden biedt om zichzelf te ontplooien.
Koran 90:17 – “Bovendien behoort hij tot degene die geloven en elkaar aansporen tot geduld (as-Sabr) en compassie (al-Marhamah).”
Compassie staat dus centraal in de islam. Het wordt gezien als de basis van het bestaan en bepalend voor de manier hoe we met elkaar om moeten gaan om in een gebalanceerde samenleving in vrede met elkaar te kunnen leven. In de Koran wordt benadrukt dat de verschillen tussen de volkeren op aarde onderdeel zijn van Gods plan. Verschillen moeten daarom geen bron zijn van conflict, maar juist een bron van ontdekking en ontwikkeling (zie ook koranvers 49:13).
Het idee van de Charter voor Compassie, een initiatief van de Britse godsdienstwetenschapper en schrijfster Karen Armstrong, dat in november 2009 in 32 landen tegelijk – waaronder Nederland - werd gelanceerd, komt voort uit de gedachte dat alle mensen dezelfde oorsprong kennen, en dus op die basis gelijkwaardig aan elkaar zijn. Daarom gunnen de deelnemers aan de Charter voor Compassie elkaar allemaal hetzelfde. “Gun de ander wat jij jezelf gunt”, een waarde die universeel is en in nagenoeg alle religies en tradities geworteld is.
Arnold Yasin Mol is redacteur van Nieuwemoskee en lid van de Charter for Compassion in Nederland
Geplaatst in: Verdieping
Reacties (19)
Geef een reactie | Trackback URL
Geef een reactie
Spelregels:Voordat reacties worden geplaatst, worden ze getoetst aan de volgende criteria:
- Wees kritisch: Reageer inhoudelijk en niet op de persoon en onderbouw je reactie zoveel mogelijk met argumenten. Verwijs waar mogelijk naar concrete feiten en/of voorbeelden.
- Wees verfrissend: Geef vooral originele, frisse reacties die een nieuwe of andere kijk op het onderwerp geven. Wees kort (maximaal 400 woorden), krachtig en blijf bij het onderwerp (ontopic).
- Wees genuanceerd: Generaliseer niet waar dat niet past. Vermijd zwart-wit voorstellingen en wij-zij denken. Discriminerende, beledigende en (be)dreigende uitingen zijn niet toegestaan.



Loading...
Het Charter for Compassion heeft mij destijds verbaasd omdat het voorbijgaat aan enkele essentiële verschillen tussen de islam en andere wereldbeschouwingen/godsdiensten. Hierboven verwijst Arnold Yasin Mol naar de ‘gulden regel’ (Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet).
Deze ethische regel is – bijna – universeel, behalve dan de islam. Hierna een greep uit de varianten van de gulden regel om dit toe te lichten:
Bahai: Kies voor uw buren wat u voor uzelf kiest.
Boeddhisme: Hoe kan ik een toestand die niet prettig voor mij is, een ander toebrengen?
Confucianisme: Doe anderen niet aan wat je niet wilt dat ze jou aandoen.
Hindoeïsme: U zult zich jegens anderen niet gedragen op een manier die onaangenaam is voor uzelf.
Amerikaanse Indianen: Alle dingen zijn onze familie; wat we alle dingen aandoen, doen we onszelf aan. Alles is Eén.
Romeinse (heidense) religie: De wet die in alle harten van de mensen is gegrift, is om de leden van de samenleving lief te hebben als henzelf.
Sikhisme: Schep geen vijandschap met anderen, want God is met allen.
Taoisme: Beschouw de winst van je buren als je eigen winst, en het verlies van de buren als je eigen verlies.
Zoroastranisme: Alleen die aard is goed die afziet van het anderen aandoen wat niet goed is voor onszelf.
Jodendom: Bemin uw buurman als uzelf (Leviticus 19:18)
Wat hatelijk voor u is, doe dat een medemens niet aan. Dit is de wet: de rest is commentaar. (Talmoed, Sjabbat 31a)
Islam: soera 9:23 (koranvertaling Fleemhuis): Jullie die geloven! Neemt jullie vaders en broeders niet als medestanders als zij het ongeloof liever hebben dan het geloof.
Vergelijkbaar: 3:38.
Ik hoop dat Arnold Yasin Mol hier iets verstandigs kan zeggen, want ik lees dit als in strijd met de wederkerigheid van de gouden regel. Hier wordt een onderscheid gemaakt tussen de gelovigen (moslims) en de niet-gelovigen, dat in de bovenstaande culturele / religieuze varianten niet bestaat.
Zie ook de verzen waarin wordt opgeroepen de ongelovigen te bestrijden.
Dit onderscheid komt terug in de dar al-islam versus de dar al-harb. Ik lees nergens de universele moraal die ik in een aantal andere godsdiensten wel herken.
Goedendag Bernadette,
Ik moet zeggen dat ik teleurgesteld ben in uw selectiviteit van uw visie en oordeel over islam. Ten eerste is de Gulden Regel zeker aanwezig in islamitische bronnen, maar is ook de opdeling van gelovigen-ongelovigen in al de bovengenoemde religies ook te vinden (Korinthiers 2:14-17 wordt bv. gezegd:”Wat hebben een gelovige en een ongelovige gemeen?[..]Daarom zegt de Heer: Ga weg bij de ongelovigen, zonder je van hen af en raak niets aan dat onrein is.”)
Om in ieder geval terug te komen op uw vraag, de Gulden Regel, die verwijst naar gelijkheid tussen alle mensen en een altruistische houding naar de ander, is zeker terug te vinden in de Koran en tradities van Mohammed:
Elk leven is gelijk:
Koran 5:32 “en voor hem die iemand’s leven redt, is alsof hij aan de gehele mensheid het leven heeft geschonken.”
Wat jezelf geeft, moet je ook aan anderen geven:
Koran 83:1-3 “Wee hen die anderen tekort doen. Wanneer zij voor zichzelf wegen, nemen zij volle maat;Indien zij voor anderen uitmeten of afwegen, geven zij minder.”
Altruisme:
Koran 59:9 “zij geven anderen de voorkeur boven zichzelf, al verkeren zij zelf in armoede.”
En in de gezegdes van Mohammed:
“Niemand van jullie is een gelovige tenzij hij zijn naaste toewenst wat hij zichzelf toewenst”
“Dat wat jij zoekt voor jezelf, zoek dat ook voor de mensheid.”
U quote ook een vers uit soera 9, een hoofdstuk die is geopenbaard ten tijde van een hevige strijd tussen moslims en de Arabische stammen die tegen hun boodschap was. Wel of niet in 1 God geloven was niet wat de Arabische stammen zo tegenstond, maar de sociale boodschap van rechtvaardigheid en gelijkheid. Het rechten geven aan vrouwen, slaven en armen was hetgeen wat hen niet aanstond en waar zij zich tegen keerden. Het gelovigen-ongelovigen (wat een slechte vertaling is) geschil is dus niet zozeer één van wel of niet in Mohammed geloven, maar in de principes van de boodschap.
De Koran eist dat iedereen gelijk wordt behandeld (vers 5:8) en dat met iedereen, moslim of niet, in vrede en goedheid wordt geleefd. De ‘ongelovigen’ waar de Koran tegenkeert zijn juist de mensen die niet de Gulden Regel hebben nageleefd:
Koran 60:8-9 “God verbiedt u niet, degenen, die niet tegen u om de godsdienst hebben gevochten, noch u uit uw huizen hebben verdreven, goed te doen en rechtvaardig te behandelen; voorzeker, God heeft de rechtvaardigen lief. Maar God verbiedt u vriendschap te betonen aan degenen, die tegen u gevochten hebben om de godsdienst, en die u uit uw huizen hebben verdreven of geholpen hebben u te verdrijven. En wie hun ook vriendschap aanbiedt, dezen zijn de boosdoeners.”
U zou ook niet bevriendt willen zijn met onderdrukkers…
Misschien mag ik er op wijzen dat de beschrijvende definitie van ‘compassie’ die Arnold Yasin Mol in zijn inleiding geeft, samenvalt met die van ‘tolerantie’.
En dat etymologische herleidingen zelden een juist idee geven van het bedoelde begrip: zo betekent ‘sympathie’ etymologisch hetzelfde als ‘compassie’ (het een in het Latijn, het ander in het Grieks). Toch zal niemand vinden dat sympathie hetzelfde is als compassie.
Overigens lijkt het me nogal overbodig er op te wijzen dat ‘medeleven’/compassie’ een belangrijk begrip is in Koran en Sunna: alle religies en wereldbeschouwingen ruimen daarvoor een prominente plaats in. Van Bouddhisme tot Christendom, van de mensenvriend Hume tot en met de apenkenner De Waal.
De kardinale kwestie is: tot welke kring strekt die compassie zich uit en onder welke voorwaarden.
Er is nogal enig verschil tussen de alomvattende compassie (zie de ‘Barmhartige Samaritaan’ en de Bergrede in het N.T.) en de tot de eigen gelovige gemeenschap (Ummah) beperkte compassie.
En dan nog: niet wat in vrome teksten uitgedragen wordt is doorslaggevend maar wat in het dagelijks leven gepraktiseerd wordt, eventueel in voorbeeldige levens voorgehouden wordt.
En dan is er enig verschil tussen degene die zegt “Wie uwer zonder zonden is werpe de eerste steen” en degene die alleen hem of haar met compassie wil bejegen die zich aan het Ware Geloof onderwerpt.
De Voorbeeldigste Mens Mohammed heeft meestal alleen mededogen met degenen die Hem onvoorwaardelijk volgen – wie Hem niet volgen kunnen op z’n best rekenen op verbanning of slavernij.
Lees er de Koran maar op na.
Dat zegt overigens weinig of niets over het daadwerkelijk tonen van compassie door de gelovigen, noch van christelijke, islamitische, hindoeistische of humanistische zijde.
Van enige superioriteit waar en van wie dan ook is geen sprake.
Gelukkig maar.
@E.Horsten,
U geeft een heel betoog zonder het te onderbouwen. Islam wordt neergezet als selectief alleen barmhartig voor de eigen groep, terwijl de Koran en tradities juist compleet het tegenovergestelde laten zien. Naast de foute beeldvorming die zowel door moslims als niet-moslims is gevormd over islam, heeft dit ook vaak te maken met een simplistische lezing van de Koran, en dat in vertalingen de verschillende definities van Arabische woorden niet goed gepresenteerd kunnen worden. Hierdoor ontstaat een oordeel over de tekst, zonder eigenlijk de tekst echt gelezen te hebben. Dit is hetgeen wat de vele misverstanden creert om de Koran heen.
Hopelijk kan ik wat verduidelijken.
In 2:143 staat heel duidelijk dat God barmhartig en zachtaardig is voor de HELE mensheid (inna Allaha bi-alnnasi laraoofun raheemun).
In het verdrag van Medina die door Mohammed was opgezet, worden iedereen die het vredesverdrag hebben ondertekend met elkaar gerekend tot één Ummah. Dit verdrag is ondertekend door Joodse en Polytheistische stammen.
Daarom wijst de Koran er constant op dat de mensheid één ummah is (10:19, ummat wahidat)
In vers 5:8 wordt duidelijk gezegd dat zelfs als je een volk haat, moet je ze nog met rechtvaardigheid (al-Qist) en gelijkheid (al-Adl) behandelen.
Want de Koran wil juist dat vijanden uiteindelijk vrienden worden:
41:34 “Het goede en kwade zijn niet gelijk. Daarom weerstaat (het kwade) door hetgeen best is. Dan ziet, degene met wie jullie vijandschap hebt, hij zal als uw boezemvriend worden.”
De Koran verplicht moslims ook iedereen te helpen die wordt onderdrukt, of deze nou moslim zijn of niet:
22:40 “Degenen die ten onrechte uit hun huizen werden verdreven alleen omdat zij zeiden: “Onze Heer is Allah.” – En indien Allah sommige mensen niet met behulp van anderen tegenhield, zouden ongetwijfeld kloosters, kerken, synagogen en moskeeën, waarin dikwijls de naam van Allah wordt herdacht, afgebroken zijn. Allah zal ongetwijfeld degene ondersteunen die Hem helpt – Allah is inderdaad Sterk, Almachtig.”
De Koran geeft moslims toestemming om zich te verdedigen wanneer zij worden onderdrukt, iets wat wij allemaal zouden doen in hun situatie, maar het geeft heel duidelijk aan dat moslims hun vijanden moet vergeven en zoveel mogelijk vrede met ze moet zoeken:
42:39-43 “En voor degenen die, als een aanval hen treft, zich verdedigen. Doch de vergelding van het kwade is het daaraan gelijke; maar wie vergeeft en verbetering voor ogen houdt, zijn loon rust bij Allah. Voorzeker, Hij houdt niet van de onrechtvaardigen. Maar er is geen verwijt tegen hen die zich verdedigen nadat hun onrecht is aangedaan. Het verwijt is slechts tegen hen, die de mensen onrecht aandoen en ten onrechte in het land opstand veroorzaken. Dezen zullen een pijnlijke straf ontvangen. En hij die geduldig is en vergeeft, – dat is voorzeker een (teken) van een sterk karakter.”
In de Koran staat mensen onderdrukken gelijk aan ongeloof/ondankbaarheid, en dit zijn de ongelovigen waar de Koran zo fel tegenkeert, maar de verzen die ik boven noem laten duidelijk zien dat de Koran juist vrede en vergeving adviseert. Maar je moet niet laten onderdrukken.
@ Arnold Yasin Mol
Dank voor uw reactie die in ieder geval blijk geeft van uw ernstige inspanning voor de Islam. Maar helaas niet van een welwillend begrip voor mijn betoogje in zijn geheel. U gaat immers luchtigjes voorbij aan de strekking daarvan om te focussen op een ondergeschikt onderdeel daarvan.
Daar is op zich weinig tegen, mits die beperking duidelijk gesteld wordt. Maar opmerkelijk is dat het hele betoogje gemakshalve als ‘niet onderbouwd’ weggezet wordt. Niet zo netjes, lijkt me.
Maar ik wil nog wel een samenvatting geven:
1. ‘Compassie’/'sympathie’ is geen prerogatief van Islam, Christendom, Boeddhisme, Humanisme of welk geloof of wereldbeschouwing dan ook, maar een fundamentele notie in alle levensopvattingen.
2. Onderscheidend is de kring waartoe de compassie zich beperkt of uitstrekt; in die zin is het Boeddhisme het meest genereus (alle levende wezens omvattend).
3. Doorslaggevend is niet de theorie/ theologie maar de praxis – niet de vraag hoe mooi onderbouwd de opvattingen daarover zijn, maar hoe men die in de dagdagelijkse praxis handen en voeten geeft.
U gaat daar niet op in, maar uitsluitend apologetisch en defensief op mijn vermoeden (formuleer ik het voorzichtig genoeg?) dat de Koran op 2. en 3. wel superioriteit claimt, maar dat dat uit niets blijkt.
Uw reactie is in drie opzichten exemplarisch: 1. het verwijt van onkunde met de Koran (dat liedje hoor ik stee en vast van mijn moslimse discussiegenoten), 2. het verwijt dat ik de Arabische tekst niet ken, want dat schijnt een absolute voorwaarde voor het goed begrip van de Islam te zijn, 3. het verwijt dat ik niet gelovig ben (inderdaad, voorlopig agnost, maar dat moet ik in Egypte vooral niet zeggen; dan liever christen!) en dus sowieso niks van de Profeet en Zijn Boodschap kan begrijpen.
ad 1 en 2. Ik beheers het Arabisch niet (en vele andere talen ook niet)- maar ik maak dus gebruik van al die onbetrouwbare vertalingen als die van Kramers en Leemhuis. En voor het leven van Mohammed de biografieën van Rodinson, Armstrong en Ramadan. U kunt me dus als geheel onkundig en onbevoegd wegzetten. Een mooi punt voor u, maar niet geheel overtuigend. Al was het maar omdat een verwaarloosbaar deel van de mensheid enigszins vertrouwd is met het klassiek-archaïsch Arabisch.
ad 3. Als agnost ben ik in zeker opzicht (en in alle opzichten voor de Ware Gelovige) ongelovig. En dus helemaal niet in staat de zegeningen van het Ware Geloof met bijbehorende compassie te ontvangen. Want mijn ongeloof staat gelijk aan onderdrukking (zie uw laatste alinea)en ik (en de mijnen) mag/mogen dus krachtig bestreden worden.
Zijn wij even mooi in de aap gelogeerd…(om het maar eens op zn hollands uit te drukken).
‘Ik mijn geloof, u het uwe’ (soera ??).
Lijkt u dat niet een waardig compromis? Maar ik vrees dat u niet van compromissen houdt.
@E.Horsten
Goedendag,
U maakt in uw eerdere opmerking een stelling waar in voornamelijk wordt verwezen naar in uw ogen de gelimiteerde compassie in islam. Aangezien mijn artikel over compassie in de islam gaat, ga ik op uw stelling in. En dat doet u zonder enige onderbouwing, maar alleen een simpele ‘lees de Koran’ maar. Als theoloog zeg ik dan terecht, u maakt een niet onderbouwde stelling.
Daarna neem ik uw advies aan en ga ik de Koran lezen, en geef voorbeelden aan die uw stelling tegenspreken.
1. Helemaal mee eens, daarom werk ik ook voor de Charter for Compassion.
2. In mijn ogen hebben alle religies een verwijzing dat compassie alles omvat. De Koran zegt ook dat God’s compassie alles omvat, mensen, dieren, molekulen, mijn laptop etc.
3. Helemaal mee eens. Mijn artikel is ook voornamelijk bedoelt voor moslims. De theorie (het artikel), moet een stimulans zijn voor een praktijk van compassie.
Uiteindelijk heeft elke religie alleen de waarde die zijn volgelingen uitdragen.
Ik ben puur in gegaan op deze stellingen:
-’en de tot de eigen gelovige gemeenschap (Ummah) beperkte compassie.’
- ‘En dan is er enig verschil tussen degene die zegt “Wie uwer zonder zonden is werpe de eerste steen” en degene die alleen hem of haar met compassie wil bejegen die zich aan het Ware Geloof onderwerpt.’
-’De Voorbeeldigste Mens Mohammed heeft meestal alleen mededogen met degenen die Hem onvoorwaardelijk volgen – wie Hem niet volgen kunnen op z’n best rekenen op verbanning of slavernij.’
Nergens in mijn artikel, noch reactie op u, claim ik enige superioriteit van islam over compassie. In mijn artikel laat ik alleen de visie op compassie in islam zien, en in mijn reactie ga ik op uw stellingen in.
In plaats van in te gaan op mijn argumentatie, gaat nu de hele discussie over hoe ik reageer, en niet waarmee. U stellingen laten voor mij al zien dat u de korantekst niet goed heeft benaderd, en ik wil laten zien dat koranverzen op een holistische manier benaderd moeten worden om zo een goed beeld te krijgen.
Ik kan begrijpen dat u dit als excuus wilt ziet, maar ik zeg u dit als theoloog en iemand die jarenlang student is van verschillende grote korangeleerden en zelf ook heeft meegewerkt aan verschillende koranvertalingen. Uw moslim discussiegenoten hebben dus gelijk hierin.
Om een tekst echt te kunnen beoordelen op wat het zegt, is kennis van de grondtaal een voorwaarde. Dit is gewoon een wetenschappelijk feit. Hier kan niet om heen gedraait worden. Maar dat was niet mijn verwijt naar u, ik verwees naar de slechte kwaliteit van vele vertalingen die een slechte begrip v/d Koran veroorzaken. In het Nederlands blijft de Muhammad Ali vert. het beste, omdat zijn commentaar de woorden uitlegt, context en ook verwijst naar andere verzen om een holistisch beeld te geven.
Nergens verwijs ik naar de noodzaak om ‘gelovig’ te zijn om de tekst te begrijpen of te waarderen. Dit is misschien wat andere moslims tegen u wel is hebben gezegd, maar ik ben het niet met hen eens. Ik zie ook dat uw reactie zeer emotioneel en persoonlijk is die eigenlijk niet ingaat op mijn reactie, maar op uw ervaring met andere moslims.
Ik zie u niet als ‘ongelovig’ omdat u agnostisch bent. Vanuit de Koran is een onderdrukker een ongelovige, omdat deze ondankbaar is voor het leven. Dit is ook de echte betekenis van ‘kafir’ in het Arabisch. ‘Kafara’ betekent iets bedekken, begraven, afwijzen of ondankbaar zijn. Een ‘kafir’ kan niet echt vertaald worden met ‘ongelovige’, maar eerder als iemand die de waarden van de Koran afwijst. In Arabie hadden slaven en vrouwen geen rechten, de Koran gaf ze wel rechten. Dit wezen de rijke stammen af, en bestrijdden dit idee, daardoor waren zij ‘kafirun’. De Koran introduceerde het idee van universele mensheid, dat iedereen met elkaar verbonden is en één familie vormden. Hierdoor wees de Koran het stammensysteem af waarin mensen in gesloten groepen leefden. De Koran probeerde deze mensen boven hun stammen te zetten en hun te verbinden in hun mens-zijn. Dit werd afgewezen door verschillende stammen, en gingen hier tegen strijden, hierdoor waren zij ‘kafirun’.
Wat gelovig-ongelovig is in de Koran, is veel complexer dan hoe de meeste mensen (moslims en niet-moslims) het begrijpen. Het heeft meer te maken met het bestrijden van menselijke waarden die de Koran introduceerde in de 6e eeuwse Arabische maatschappij, dan met wel of niet geloven in God of de goddelijke oorsprong van de Koran.
U benadert mij niet als een individu, maar als iemand van een groep die allemaal hetzelfde denken. Ik hoop dat u nu inziet dat dit dus niet het geval is….
@ Arnold Yasin Mol
Gegroet,
en dank voor uw uitvoerige reactie. En mijn excuus als ik u blijkbaar ten onrechte heb bejegend als een vertegenwoordiger van welke moslimgroepering dan ook.
Maar ik ga nu ook begrijpen waarom deze discussie tamelijk onvruchtbaar zal blijven.
1. U gebruikt nogal wat begrippen op een tamelijk afwijkende wijze. Zo betekent voor mij, volgens de tamelijk gangbare woordenboekomschrijving, ‘compassie’ medeleven, dwz. begrip hebben voor de tegenslagen en het lijden van anderen, liefst in de vorm van het daadwerkelijk verlichten van hun zorgen. Zie de parabel van de Barmhartige Samaritaan en de Bergrede in het NT. Het ‘ruimte geven aan anderen om zichzelf te zijn’ lijkt me nogal passief-vrijblijvend. U wijkt wel erg ver van de gebruikelijke betekenis af.
2.Dat geldt ook voor het begrip en de betekenis van ‘ongelovige’. In het gangbare Ned. en waarschijnlijk algemene taalgebruik betekent dat toch iets als: ‘niet gelovend in een (persoonlijke) god of goden die geboden en verboden oplegt met bijbehorende beloningen of straffen etc.’
3. Als ongelovige die voorlopig alle reden heeft om dankbaar te zijn voor dit leven op deze comfortabele plek van de wereld, wijs ik alle in Heilige Geopenbaarde Boeken gebeitelde waarheid en waarheden af, ook die van de Koran. Dat zal dan weer ondankbaarheid zijn, het zij zo.
Tussen haakjes: alle welwillende adviseurs op ambassades en consulaten in Egypte en Syrië waar ik nog wel eens kom, raden mij ten stelligste af dit in welke discussie ook uit te dragen (daar ben ik dan ook braaf een christen, dus ‘mens van het boek’, dat helpt). Ik vermoed trouwens dat u daar ook niet ver komt met de ‘holistische islam’.
4. Het mag waar zijn dat Mohammed in zijn tijd aanzienlijke verbeteringen heeft gebracht in de status en behandeling van slaven, vrouwen en weduwen. Maar gemeten naar de ietwat geëvolueerde maatstaven blijft die uiterst pover.
Als Christenen telkens weer zouden verwijzen naar de status van die categoriën in de 8ste of 9e eeuw als de meest voorbeeldige, zou men hen voor volstrekt achterlijk houden – en niet ten onrechte.
Overigens: als vertaler meen ik te weten dat het onmogelijk is een tekst 1 op 1 te vertalen zonder allerlei connotaties te missen of te kleuren, niet van het hedendaags frans of italiaans naar het dito nederlands – laat staan van teksten uit de 7e eeuw naar het moderne nederlands(probeer bv. Hadewijch of Ruusbroek maar eens te vertalen naar het hedendaags ANL). Hier geldt het adagium “Traduire c’est trahir” – niks aan te doen, helaas.
@ Horsten,
Goedendag,
1. Als u met de ander ‘meelijdt’ en ‘erbarmt’ dan is het logisch dat u de persoon ruimte geeft voor zijn persoonlijkheid. Het is een automatisch gevolg van de definitie van het woord. Als u alleen ‘meelijdt’ met de ander zonder verdere sociale implicaties, dan zou het betekenen dat compassie een vorm van alleen puur ‘observeren’ is geworden.
2. Ik ben juist tegen het woord ‘ongelovige’ in islamitische taalgebruik, aangezien de definitie van het Árabische woord ‘kafir niet gelijk is aan de Nederlandse definitie van ‘ongelovige’. In eerdere reacties heb ik dit al aangegeven, u heeft dit jammer genoeg niet goed opgepikt.
3. De ‘ondankbaarheid’ van ‘kafirin’ in de Koran zette hen aan tot onderdrukking en geweld tegen andere mensen. De waarden van de Koran zijn rechtvaardigheid en gelijkheid van alle mensen (al-Adl en al-Qist, verzen 5:8, 16:90) en het bestrijden van onderdrukking (al-Thzulm, verzen 42:38-43). Los van het feit dat moslims deze waarden wel of niet goed hebben uitgedragen en begrepen, denk ik niet dat u deze waarden afwijst.
Op ambassades moet het personeel het beleid van het land uitdragen (lijkt mij wel heel erg logisch). Dit beleid voldoet inderdaad niet aan de waarden van de Koran. Maar dit heeft evenveel post-kolonialistische redenen als theologische.
Ik ben in ieder geval niet alleen in mijn gedachtegoed in de moslimwereld. Dat dit gedachtegoed nog niet automatisch mainstream is, heeft ook weer te maken met post-kolonialisme en gaat dus voorbij aan onze discussie. De regimes hebben in ieder geval profijt bij een niet-holistische interpretatie van islam.
4. Ik geloof ook dat het nooit de bedoeling is geweest om ‘stil’ te staan in de ontwikkeling van mensenrechten die de Koran introduceerde in de 6e eeuw. De Koran praat dan ook constant over wegen, paden etc. (tariq, sabil, sharia, minhaj) waar het de mens naar toe leidt. Het idee is dus duidelijk dat de Koran een richting aan geeft waar de mens op moet lopen voor zijn ontwikkeling. Het was niet de bedoeling om stil te blijven staan op het begin van dat pad.
Ik denk daarom ook dat wie hier niet te maken hebben met een onvruchtbaar gesprek….
Uitermate boeiende discussie. Er is licht aan de horizon. Alleen de duisternis heeft het (nog) niet begrepen. Over 10.000 jaar zal – hoop ik- de mensheid wat meer in overeenstemming leven met wat alle godsdiensten in oorsprong nastreven: compassie voor alle leven. In de praktijk betekent dat, samenleven, het beste uit elkaar naar buiten laten komen en het niet doden van welk levend wezen dan ook!
Arnold Y. Mol salutem!
Wederom dank voor uw antwoord.
1. U ziet blijkbaar over het hoofd dat ik het bij het begrip ‘compassie’ had over ‘liefst in de vorm van daadwerkelijk verlichten van hun zorgen’. Dat lijkt me toch iets meer dan een vorm van ‘puur observeren’. Dat lijkt me toch meer inherent aan ‘ruimte geven aan’. Overigens: een woord heeft een betekenis, een begrip kan – met pijn en moeite – beschreven worden met een definitie (meestal stipulatief).
2. Wanneer we tamelijk willekeurig afwijken van het gangbare taalgebruik en van begrippen een hoogstindividuele maar prijzenswaardige omschrijving geven is dat prima. Maar dan moeten we rekening houden met het feit dat minstens 95% van uw geloofsgenoten in woord en praktijk daaraan geen boodschap hebben – en als ‘ongelovige’ iemand beschouwen die niet gelooft in één god zoals die zich door zijn profeet kenbaar maakt in de Koran. Maar ik neem met vreugde kennis van uw hoogstpersoonlijke opvattingen daaromtrent.
3. Helemaal mee eens. Maar de heel abstracte begrippen ‘onderdrukking’ en ‘rechtvaardigheid’ worden door bv. Marx of Taylor of de sharia wel heel verschillend uitgelegd en vooral in praktijk gebracht. En om die praktijk gaat het – niet om het filosofisch zeveren over wat die woorden etymologisch eventueel zouden kunnen betekenen.
Ik hoop dat u niet alleen blijft met uw holistische interpretatie van die begrippen. Ze lijkt me nogal verwant aan die de soefibeweging, de ismaelieten en de ahmaddiyah – toevallig behoren de meeste van mijn moslimvrienden daartoe. Ze worden helaas in de hele islamitische wereld nogal onderdrukt…
4. Het lijkt me dat het de tragedie van de islamitische wereld (afgezien van het duivelsgeschenk van de olierijkdom)is dat men daarbij wel stil staat. De gedachte dat de Koran de letterlijke tekst van Allah is en dat Mohammed de Meest Voorbeeldige Mens is die in alles navolgenswaardig is (toch aanzienlijk meer verbreid dan uw liberale interpretatie) leidt rechtstreeks tot de wijdverbreide salafistische opvatting dat het kalifaat van de eerste rechtgeleide opvolgers hersteld zou moeten worden wil de islamitische wet van rechtvaardigheid ‘heerse op aard’.
Misschien wordt dit gesprekje toch nog een beetje vruchtbaar…
Goedendag en salaam E.Horsten,
1. Betekenis en definitie zijn voor mij hetzelfde, maar ik denk dat wij op zich op 1 lijn zitten. Compassie is nodig in de samenleving en wereldbeeld, dat is zeker.
2. Daarom is het ook belangrijk voor moslims en andersgelovigen om hier duidelijkheid over te krijgen, want de huidige misverstanden worden voornamelijk veroorzaakt door een simplistisch begrip van Koranische termen. Ik raad iedereen Izutsu’s boek aan:
Ethico-Religious Concepts in The Quran (15MB-PDF)
http://ia341042.us.archive.org/1/items/Toshihiko.Izutsu_Ethico-Religious.Concepts.in.the.Quran/Toshihiko.Izutsu_Ethico-Religious.Concepts.in.the.Quran.pdf
3. DE Sharia bestaat niet. Er bestaan alleen verzamelde meningen en interpretaties van geleerden over wetgeving en ethische begrippen (Usul al-Fiqh) die een menselijke benadering tot de Goddelijke Sharia vormen. Dit is ook een vaak gemaakte fout onder moslims en andersgelovigen.
Ik heb vele oude islamitische werken gelezen over onderdrukking en rechtvaardigheid, en die praten over het recht van de individu om zijn eigen leven te vormen zodat de persoon zelf verantwoordelijk blijft voor God. De beroemde imam Razi legt in zijn korancommentaar dit prachtig uit:
“God’s straf valt niet op een volk vanwege alleen geloof die polytheïsme (shirk) of ongeloof (kufr) benaderen, zij worden alleen gestraft wanneer zij onophoudelijk slecht doen in hun handelingen, en opzettelijk [andere mensen] schade aanrichten en hun onderdrukken. Daarom geloven degenen die geleerd zijn in islamitische wet (al-Fuquha), dat de verplichtingen van de mens naar God toe, puur rusten op het principe van God’s vergeving en vrijgevigheid. Terwijl de rechten van de mens van een gevoelige aard zijn, en dus altijd strikt beschermd moeten worden.” (11:118, Tafsir Mafatih al-Ghayb (1208))
Dit zijn elementen van islamitische denken die in bepaalde periodes de boventoon voerden, en nu een belangrijke bron zijn voor moslims om verder uit te werken en dichter liggen bij Taylor dan u weet.
Deze holistische interpretatie heb ik geleerd uit vele korancommentaren (tafasir), boeken en persoonlijk van islamitische geleerden uit verschillende stromingen en tijdperken. Dit is niet een Soefi of Ahmadi benadering, maar behoort tot de officiele methodes van koranexegese (Usul al-Tafsir). Deze methodes worden op verschillende manieren door de stromingen toegepast, daarom is het ook belangrijk ze allemaal te bestuderen.
4. Ik geloof dat de Koran het letterlijke woord van God is, en Mohammed niet zomaar is gekozen door God. Dus dit denken is niet het obstakel. Ik denk dat de problemen liggen in waar wij als moslims op focussen. Ik probeer de profeet zo goed mogelijk te volgen en begrijpen in ‘waarom’ hij iets deed, maar ik zie moslims vaak alleen stilstaan bij ‘wat’ hij deed en dat blindelings kopieren. Hiermee onteren wij juist de profeet denk ik.
De eerste periode van de Khalifaat is ongelofelijk interessant, maar het wordt te vaak simplistisch benadert als de tijd waarin ‘de sharia’ heerste. De eerste moslims waren zeer pragmatisch en zeer innovatief in de toepassing van de islam, en probeerden de Koranische idealen van rechtvaardigheid en tolerantie na te streven. Maar mensen zijn alleen maar gaan denken in termen van islamitisch recht op een manier die niet overeenkomt met die periode, noch de idealen en realiteiten van die periode.
Ik zal hier later een artikel aan dit soort punten wijden, dan kunnen wij dan verder discussieren.
ALS MENSEN GAAN NADENKEN OVER DE ROOTS VAN HUN GELOOF, WIE ZOU DAAR TEGEN KUNNEN ZIJN, NIEUWE MOSKEE?
A.J.R.
Goedendag,
Wij in ieder geval niet, ik begrijp ook niet waar uw vraag vandaan komt. Alleen mensen die een status quo willen behouden om macht of controle te hebben over anderen of een suprioriteitsgevoel willen hebben.
Ps. Het is niet nodig om in Caps te schrijven.
Arnold Yasin Mol zegt: 11 september 2010 om 12:51
[…]Ik geloof dat de Koran het letterlijke woord van God is[…]
Voor een goed begrip: Ik geloof niet dat God op een theïstische manier bestaat. Ik geloof niet dat de mens een bestaande God ervaart, de mens heeft een ervaring waaraan hij het woord God toekent. Die “God” behoort niet gevangen te zitten in één ware God en daarmee in één letterlijk woord van die God.
De islam, het woord zegt het al, wil alleen onderwerping van al het andere en alle anderen. Deze politieke wens is niet te scheiden van de religie, het ís die religie. En die religie heeft zich nooit onderschikt aan wat dan ook en houdt op islam te zijn als dat wel zou gebeuren.
Een godsdienst is gewoon een mening en niet méér dan dat. Waarom zou de ene mening méér waard zijn of waardevoller zijn dan de andere, dan wel de aanhanger van de ene gedachte een grotere vrijheid toekomen dan die van een andere gedachte.
Goedendag Siphra,
Islam betekent ‘persoonlijke onderwerping in vrede aan God’, het betekent niet de wereld ‘te onderwerpen’. U geeft er nu een betekenis aan die niet in islamitische theologie voortkomt. Daarnaast is ‘onderwerping’ een zeer slechte vertaling van het woord. Islam komt van Salaam, een v/d oudste Semitische woorden, dat vrede en welzijn betekent. Islam betekent qua grammaticale vorm ‘iets geven in vrede en welzijn’, er zit hier dus een vrijwillige kant aan.
De ‘God’ in de Koran wordt gepresenteerd als een Absolute die met niks te vergelijken is (42:6). Het gaat voorbij menselijke percepties die in Theistische theologie voorkomen. Geen mens kan dus inderdaad een waar Godsbeeld claimen.
Dat ik de Koran zie als een werkelijke communicatie tussen een persoon en het Absolute, betekent niet dat de boodschap die ik, of elk ander mens, uit deze communicatie haal de absolute waarheid is, aangezien niemand kan claimen God compleet te hebben kunnen doorgronden. Zelfs Mohammed begreep niet alle verzen in de Koran omdat de tekst niet alleen voor hem bedoeld was, maar voor de complete menselijke ervaring van het bestaan.
Vele islamgeleerden uit de oudheid zeiden dus ook nooit dat zij de waarheid in hun bezit hadden. Dat mensen door hun onzekerheid de waarheid proberen te claimen is inderdaad niet alleen onmogelijk, maar ontheologisch.
U komt met een claim (islam wil alleen onderwerping v/d hele wereld), die u baseert op een verkeerd begrip van het woord islam, en verwarring tussen middeleeuws moslimpolitiek en wat de Koran echt te zeggen heeft. Hierboven laat ik bv. enkele kernteksten zien uit de Koran waarbij de Koran zegt dat compassie de spil is van het bestaan. Deze gedachte is compleet het tegenovergestelde van wat u denkt dat islam voorstelt.
saalam Arnold,
je zegt hierboven:
“Zelfs Mohammed begreep niet alle verzen in de Koran omdat de tekst niet alleen voor hem bedoeld was, maar voor de complete menselijke ervaring van het bestaan.”
Wordt dit ook erkend door de traditionele geleerden? en is dit gebaseerd op de overleveringen van de profeet? zoja, welke?
Dit hoor ik namelijk voor het eerst. Zou je het een beetje kunnen uitleggen?
Alvast bedankt!
groetjes,
Amin
Hoi Amin,
Ik bedoel niet dat de Profeet de Koran niet textueel begreep, want dat deed hij wel degelijk, net zoals het Arabische publiek, aangezien het in hun taal was (12:2). Wat ik bedoel is dat de Koran praat over details van bv. volkeren die wij nu pas hebben ontdekt, de Koran praat over de menselijke redactie van de Bijbel wat pas na 1600 ontdekt begon te worden (de Koran zegt bv. nergens dat Mozes de Thora heeft ontvangen, maar tabletten, de Thora is de latere benoeming voor de verzameling van geschriften na Mozes) etc.
De Koran zegt zelf dat met het verbreden van de horizonnen van onze kennis, de waarheid v/d Koran beter gezien kan worden (41:53).
Door de toename van kennis, is de mensheid beter in staat om de Koran steeds beter te begrijpen.
Er zijn verschillende tradities v/d Profeet waarin hij zegt dat hij alles gelooft wat in de Koran staat, maar dat de complete betekenissen van alle verzen alleen bij God is.
Je ziet oude geleerden daarom ook zeggen bij sommige verzen dat alleen God de betekenis hiervan weet, en niemand anders. Daarnaast zijn er vele verzen waarvan wij geen uitleg v/d Profeet hebben (er is natuurlijk veel verloren gegaan qua overleveringen in de eerste 2 eeuwen), waarbij de Sahaba (eerste moslims) vaak de uitleg baseerde op de ideeen van christenen en joden (Ibn Abbas staat hier vooral bekend om). Waarom was dat nodig? Daarom was het voor vele eerste Korancommentaroren geen probleem om te denken dat de Profeet niet alles heeft uitgelegd, en soms zelf niet kon uitleggen, omdat God dit niet wilde.
Al vóór de standaardisering onder kalief Uthman waren er veel verschillen tussen de Korancollecties. Het bewijs daarvoor komt allemaal uit betrouwbare islamitische bronnen. Naast de tekstuele verschillen kenden de verschillende collecties van de Koran ook nog verschillende manieren van lezen. Alleen al voor de collectie van Abdullah bin Masud waren er 1700 verschillende manieren van lezen. Duidelijk zal het allemaal niet geweest zijn en dus is het niet verassend dat kalief Uthman besloot om tot één standaard versie te komen.
Over de manier waarop de standaardisering plaatsvond is veel onduidelijk. Zo moest in geval van twijfel over de betekenis van de tekst bij het samenstellen het dialect van de Qoeraisj, de stam van Mohammed, gevolgd worden. Maar het Arabisch in de Koran is geen dialect. Het aantal mensen dat samenwerkt met Uthman verschilt ook per versie van dit verhaal. In sommige versies zou er zelfs iemand hebben meegewerkt die al dood was.
Na de standaardisering ging Uthman over tot het verbranden van alle oude Koran manuscripten. De oudste Koran tekst die nu nog bestaat gaat dus terug op de aangepaste versie van Uthman, en niet op een collectie van één van de vier mensen die Mohammed aanwees als beste leraren. Mohammed heeft Uthman nooit aangewezen als leraar van de Koran. Door de islamitische bronnen weten we dat de Koran ooit andere tekst bevatte dan de Koran van vandaag. Maar doordat Uthman alle oude manuscripten verbrand heeft kunnen we die teksten nooit meer terugvinden. De Koran zoals Mohammed die ooit mondeling heeft doorgegeven bestaat tegenwoordig niet meer. Er ontbreken meer dan honderd verzen en zelfs hele Soera’s.
Er zijn munten opgegraven met een opschrift uit de Koran uit 685. Verder zijn de inscripties op de Rotskoepel (691) afkomstig uit de Koran. Toch verschillen deze allemaal met de tegenwoordige Koranverzen. Na de standaardisering onder kalief Uthman is de Koran dus nog meerdere malen aangepast. Zijn standaardisering moet immers al in 657 afgerond zijn, daarna was hij geen kalief meer. Maar meer dan dertig jaar later worden verzen uit de Koran anders weergegeven dan hoe wij ze vandaag in onze Koran hebben staan.
De ontstaansgeschiedenis van de Koran is behoorlijk schimmig, maar wat we wel weten is dat de Koran die wij vandaag bezitten anders is dan wat Mohammed oorspronkelijk heeft doorgegeven.
De boodschap van de Koran die wij nu hebben kan hier op fundamentele punten heel anders zijn dan wat Mohammed oorspronkelijk bedoelde. De invoeging van de vocaaltekens was een exegese. Hierna waren er niet meer de interpretatie mogelijkheden die de tekst van de Koran de eerste moslims wel bood. Deze aanpassing in de tekst gaat tegen de woorden van Mohammed zelf in. Volgens Mohammed was het de bedoeling dat de Koran in meerdere dialecten werd gelezen.[ Sahih Muslim 004.1782; 004.1787; 004.1789] Doordat Uthman de oudere versies van de Koran liet verbranden kunnen moslims niet meer aan deze opdracht van Mohammed voldoen.
Het oud-Arabisch is overigens niet de enige taal waarin de Koran oorspronkelijk is opgeschreven. Onderzoekers hebben er op gewezen dat bepaalde woorden uit het Aramees, Ethiopisch en Grieks komen.
Met dank aan ieders bijdrage sluit Nieuwemoskee deze discussie hier omdat deze intussen te ver van het bijbehorende artikel is af komen te staan.
De moderator.