Humor in de ramadan

Nu we tweederde van de vastenmaand achter de rug hebben, kunnen we wel wat verlichting gebruiken. We hebben onze zielen een beetje geproefd, en hebben aspecten van onze eigen kwetsbare persoonlijkheid leren kenen. De vraag is: kunnen we nog een beetje om onszelf lachen in de ramadan? Als eerste een oude bekende die afscheid nam, omdat de ramadan kwam. U kent hem wel, die met die hoorntjes…

Door: Abdulwahid van Bommel

De tweede cartoon staat vol Arabische woordspelingen die zeggen wat de ramadan wel en niet is. Ramadan is de maand van smeken om vergiffenis (faradj) en niet van het decolleté (furdja). Het is de maand van vrome handelingen (ta’ât) en niet van genietingen zoals de waterpijp (tala’ât). Het is de maand van overwinningen op jezelf (futûhât) en niet van de hoge roksplit (fatihât). Ramadan is een maand van genade (rahmat) en niet van veel vlees (lahma). Het is de maand van geduld en volhouden (sabr) en niet van vraatzucht (habr).

In de derde cartoon zegt de dame in het rood: “Eigenlijk zei ik tegen mezelf: ‘Laat ik beginnen mijn hoofddoek om te doen in de ramadan!’” Achter haar loopt een moslim met zijn tasbîh of rozenkrans wanhopig te herhalen: “O Allah! Ik vast!”

Afsluitend twee ramadan-anekdotes van de weledelzeergeleerde Nasreddin. Hij is zeer bekend in Turkije, maar de reputatie van deze legendarische figuur heeft de grenzen van de populaire Turkse volksliteratuur ver overschreden. De volkeren van de Balkan, de Kaukasus, Turkistan en Oezbekistan kennen hem allemaal als Nasreddin Hodja. De Arabieren kennen hem als Djuha of Gohâ, en in de Maghreb noemen ze hem Si Djeha. Op Malta heet hij Djahan, op Sicilië Giufa en de Indonesiërs kennen hem via de Arabieren en noemen hem Abu Nawaz. Hij is wat we in de moderne literatuur een antiheld noemen; iemand die het menselijk tekort laat zien en juist daarom een held is. Vooral in de vastenmaand ramadan komen mensen zichzelf nogal tegen. Zo ook Nasreddin die in de namiddag van een vasten­dag vanwege een losbarstend onweer van de moskee naar huis rent. Onder­weg schuilt hij even bij de bakkerij. Hij ruikt de heerlijke geur van vers brood en drukt zijn neus tegen de vitrine. Plotseling bliksemt het, onmiddellijk gevolgd door een zware donder­slag. Hulpeloos kijkt Nasreddin omhoog en roept: “Kijken mag toch wel?”

Gedurende de hele vastenmaand bleef men Nasreddin Hodja maar vragen: “Hoeveel dagen nog Hodja?” Om zich niet te vergissen, deed hij elke dag een steentje in een kruik. Steeds als de vraag werd gesteld, telde hij de steentjes. Een van zijn kinderen zag papa steentjes in een kruik doen en deed mee. De volgende dag kwam een man weer vragen: “Hodja! De hoeveelste dag van ramadan is het?” Hodja leegde de kruik en telde 150 steentjes. Zo’n lange ramadan bestaat niet, dacht hij bij zichzelf. Na een aarzeling zei hij: “Het is de 45ste dag”. De man zei verbaasd: “Daar heb ik nog nooit van gehoord, een ramadan van 45 dagen!” “Je hebt nog geluk”, zei Hodja, “ik heb het naar beneden afgerond. In werkelijkheid is het de 150ste dag van ramadan!”

Abdulwahid van Bommel schrijft en vertaalt tot eind dit jaar Rumi’s Masnawî, doceert geestelijke verzorging en is lid van het blogteam van Nieuwemoskee

Geplaatst in: Opinie

Tags:

RSSReacties (0)

Trackback URL

Geef een reactie

Spelregels:
Voordat reacties worden geplaatst, worden ze getoetst aan de volgende criteria:
  1. Wees kritisch: Reageer inhoudelijk en niet op de persoon en onderbouw je reactie zoveel mogelijk met argumenten. Verwijs waar mogelijk naar concrete feiten en/of voorbeelden.
  2. Wees verfrissend: Geef vooral originele, frisse reacties die een nieuwe of andere kijk op het onderwerp geven. Wees kort (maximaal 400 woorden), krachtig en blijf bij het onderwerp (ontopic).
  3. Wees genuanceerd: Generaliseer niet waar dat niet past. Vermijd zwart-wit voorstellingen en wij-zij denken. Discriminerende, beledigende en (be)dreigende uitingen zijn niet toegestaan.

  • Advertentie
    Christenen in de Arabische wereld