“Kinderen willen hun eigen religieuze ontdekkingsreis”

Nezahat Köse (1969) werd in Turkije geboren en groeide op in Hellevoetsluis. Na het VWO volgde ze een particuliere opleiding voor vakleerkracht islam in Turkije en studeerde ze Arabisch, islamitische filosofie en sociologie aan de Islamitische Universiteit Rotterdam (IUR). Nu is zij één van de twintig door de overheid erkende vakleerkrachten die islamitisch onderwijs op openbare scholen in Rotterdam en omgeving verzorgen.  

Door: de redactie van Nieuwemoskee

Wat is het belangrijkste verschil tussen islamonderwijs op islamitische scholen en op openbare scholen?
“De omgeving. Op een islamitische school vindt het godsdienstonderwijs in dezelfde omgeving en sfeer plaats als de andere lessen. Ook de groep leerlingen is veel homogener. In die zin is lesgeven op een islamitische school misschien gemakkelijker. Het brengt echter ook een risico mee, namelijk dat kinderen sneller geïsoleerd raken of een te eenzijdig aanbod krijgen. Op openbare scholen is het islamonderwijs er expliciet op gericht om kinderen breder te leren kijken. Bovendien worden kinderen vanzelf geconfronteerd met kinderen met een andere achtergrond.”

Ahmed Marcouch riep twee jaar geleden op tot goed islamonderwijs in het openbare onderwijs zodat islamitische scholen overbodig zouden worden. Wat vond u daarvan?
“Mijn collega’s en ik vroegen ons vooral af of Marcouch weet dat islamitisch godsdienstonderwijs op openbare scholen (IGO) al jaren bestaat, in ieder geval in Rotterdam en omgeving. Sinds de landelijke invoering vorig jaar is bovendien bekend dat er in grote delen van het land al lang humanistisch vormingsonderwijs of christelijk godsdienstonderwijs werd gegeven op openbare scholen, zonder dat dit expliciet naar buiten werd gebracht.
Persoonlijk heb ik geen behoefte aan apart religieus onderwijs. Mijn ex-man en ik hebben onze kinderen bewust naar een christelijke school gestuurd vanwege het bredere onderwijsprogramma, en we vonden het een verrijking voor onze kinderen om kennis te maken met andere levensbeschouwingen. Ik vind het goed dat hier de mogelijkheid bestaat om voor bijzonder onderwijs te kiezen, zolang het maar goed en verantwoord onderwijs is. Vrijheid van onderwijs moet behouden blijven. Daarin is Nederland uniek.”

U kiest echter bewust voor lesgeven op openbare basisscholen?
“In 1995 begon ik als vakleerkracht islam op een openbare basisschool. Er was weinig tot geen lesmateriaal beschikbaar. Ik improviseerde veel, had ook geen didactische achtergrond en leunde vooral op mijn ervaring met lesgeven in moskeeën en het begeleiden van pubermeiden. Verder gebruikte ik mijn eigen ervaringen. Als vijfjarige kon ik Koran lezen, dat wil zeggen dat ik de tekst kon reproduceren. Ik wist niet wat ik zei of waarom. Dat voelde aanvankelijk goed omdat mensen zeiden dat ik er zegeningen voor zou krijgen. Rond mijn 13e jaar begonnen er vragen te knagen: ‘Waarom geloof ik?’, ‘waarom ben ik moslim?’ Daarmee kon ik nergens terecht.
Intussen is het islamonderwijs op openbare basisscholen landelijk erkend. Er is nu meer materiaal beschikbaar, hoewel dat nog niet de kwaliteit heeft die we zouden willen. Het belangrijkste winstpunt is dat, als gevolg van de noodzakelijke bijscholing, nu de echte idealisten overblijven. Zij hebben passie voor lesgeven en beperken zich niet tot pure kennisoverdracht. We richten ons heel persoonlijk op het kind en hebben het over meer dan over godsdienst alleen.”

Hoe zien uw lessen eruit?
“Per week geef ik een les van 45 minuten aan een groepje moslimkinderen uit één klas. Ik begeleid kinderen van groep 3 tot en met groep 8. Soms geef ik ook klassikaal les. Dan ligt er meer nadruk op kennisoverdracht en is er minder ruimte voor de beleving van geloof. Als ik kinderen een paar jaar begeleid, hebben ze vaak een veel bredere kijk op anders gelovigen en andersdenkenden. Ze hebben meer begrip voor anderen. Ze zijn meer bewust en kritischer over het eigen geloof en weten beter hoe ze dingen zo kunnen uitleggen dat mensen buiten hun directe omgeving het ook begrijpen. De Nederlandse communicatiecodes zijn niet uit boekjes te leren. Daarom is het zo belangrijk dat kinderen godsdienstonderwijs van een vakleerkracht krijgen die zich niet beperkt tot het aanleren van Arabische teksten, gebeden of de islamitische geloofspraxis. De ontwikkeling van kind tot mens is minstens zo belangrijk. Het is dus veel meer vormingsgericht onderwijs, ondersteunend en begeleidend.”

Waar hebben uw leerlingen behoefte aan?  
“Jonge kinderen zoeken veiligheid en kennis. Ze zijn gek op profetenverhalen. Door zich in de verhalen te herkennen, of niet, leren kinderen na te denken over wat ze horen. Om dat te stimuleren, vraag ik soms wat een kind  anders gedaan zou hebben. Zo hoop ik dat het kind verder komt dan de pure bewondering die in het oude onderwijssysteem voorop stond.
Kinderen in groep 5 of 6 vragen bijvoorbeeld of alleen moslims in de hemel komen. Mijn antwoord is dan: ‘Ik ben God niet, dus ik weet het niet. Daar gaan wij niet over’. Omdat vooral vaders nogal eens blijken te zeggen dat dit wel zo is, willen kinderen dat antwoord niet altijd direct accepteren. Dan ga ik met ze in gesprek over de vraag wat een moslim nu eigenlijk is? Ze mogen het uiteraard met mij oneens zijn, maar ik leer ze wel om dat op een respectvolle manier over te brengen. Dat begint door zelf een respectvolle houding te hebben. Ik zoek ook regelmatig contact met ouders. Als ik hen ken, kan ik het kind beter begeleiden. Ik merk dat ouders zelf soms ook met vragen zitten, bijvoorbeeld hoe om te gaan met het bestaan van verschillende wetscholen, of met de verschillen tussen soennitische en sji’itische moslims.
In groep 7 en 8 kunnen kinderen vaak teksten en antwoorden reproduceren maar weten ze nog niet goed wat dat voor hen zelf betekent. Tegelijkertijd oordelen ze vaak harder over de keuzes of het gedrag van andere kinderen. Dat is ook toegenomen sinds het ‘islamdebat’ harder is geworden. Dat merk ik vooral als ik met een nieuwe groep kinderen van die leeftijd begin te werken.”  

De toegenomen polarisatie beïnvloedt uw lessen?
“Jazeker. Kinderen krijgen de neiging om zich op een confronterende en superieure manier als moslim te manifesteren, terwijl daar een ander gevoel onder zit. Het taalgebruik wordt harder, zich willen bewijzen, stoer gedrag. Tegelijkertijd zie ik dat kinderen mijn lessen als uitlaatklep gebruiken voor alles waar ze zelf mee geconfronteerd worden in de samenleving; op televisie of op straat. Ze zoeken duidelijk bevestiging van hun eigenwaarde door bevestiging van hun kennis. Soms is dat het startpunt. Ik confronteer hen dan met vragen als ‘Mogen wij wel oordelen?’ en ‘Waarop baseer jij dat?’ En ik begin altijd bij het mens-zijn. ‘Wat mag jij als mens?’
Trouwens, soms moet ik bij een nieuwe school even hard werken om me als volwaardig collega te bewijzen. Ook dan is het flink roeien tegen de stroom vooroordelen.”

Wat is uw belangrijkste boodschap?
“De vrijheid die de islam je biedt om mens te zijn, om vragen te stellen en kritisch te zijn. Om geloof op je eigen manier te beleven. Ik geniet het meest van ‘aha-momenten’. Als ik merk dat een kind zich bewust wordt van het feit dat andere religies en religieuze praktijken ook van waarde kunnen zijn, en dat dezelfde waarden zelfs vaak door verschillende religies worden gedeeld. Of — het klinkt haast te simpel voor woorden — het moment waarop een kind zich realiseert dat homoseksuelen ‘gewone mensen’ zijn en hen niet meer als een aparte ‘soort mensen’ ziet.”

Het komende jaar gaat u ook andere vakleerkrachten begeleiden?  
“Ik ben aan een nieuwe uitdaging toe. Ik begeleidde al, maar nu wordt dat officieel. Nieuwe collega’s komen stage bij mij lopen en ik bezoek hen op hun leslocatie. Dan werk ik vooral coachend. Soms leg ik contact met scholen waar problemen zijn, bijvoorbeeld omdat het lesgeven niet lekker loopt of omdat er gebrekkig contact met collega’s is. Intussen kan ik veel ervaring en kennis overbrengen. Mijn bijdrage aan het islamonderwijs in Nederland is samen te vatten als ‘het stimuleren van het bewustzijn van de behoefte van kinderen om, ook als het om geloof gaat, je eigen ontdekkingsreis te mogen maken’. Dat sluit aan bij een andere persoonlijke passie, het actief deelnemen aan de interreligieuze dialoog.”

Geplaatst in: Interview

Tags:

RSSReacties (13)

Geef een reactie | Trackback URL

  1. Alexandre zegt:

    Dit past niet echt in de lijn van het (overigens interessante) artikel, maar na het lezen vraag ik het mij wel af:

    Als een kind vraagt of enkel moslims in de hemel komen kan je weliswaar zeggen dat alleen God daarover gaat, maar ik vind dat eigenlijk een manier om een pijnlijke confrontatie te vermijden.

    De hele clue van geloven in de islam lijkt mij toch dat je een zeker voordeel hebt bij het in de hemel komen, want zoniet zou er geen enkele reden tot geloof zijn (dan zou het enkel aankomen op je gedrag). Dat is behoorlijk in strijd met het feit dat ongeloof een van de grotere zondes is uberhaupt.

    De vraag van het kind blijft dus open en legitiem: gaan mensen die niet geloven naar het paradijs?

    Dat is een legitieme vraag omdat het elke religieuze handeling moet rechtvaardigen! Zodra je niet meer hoefde te vasten, niet meer hoefde te bidden, niet in god hoeft te geloven, etc. om in de hemel te komen, waarom zou je dat dan uberhaupt nog uitvoeren? Zonder straf en beloning zijn al die handelingen toch zinloos?

    Noot van de redactie: Nezahat Köse heeft laten weten spoedig op de hierboven gestelde vragen te zullen reageren. Wegens omstandigheden zal dit hoogstwaarschijnlijk gebeuren in de week van 30-08-2010.

  2. Nedim zegt:

    Allereerst wil ik de redactie en Nezahat bedanken voor dit mooie en informatieve interview.

    Ik wil reageren op de opmerking van Alexandre:

    De eerste en belangrijkste doel van overgave (Islam) is zoals in de koran staat om Allah te aanbidden.

    Het Aanbidden van Allah is dus een
    conditio sine qua non.

    Dat je vervolgens ook nog in de hemel terechtkomt, omdat je je essentie hebt gevonden, is mijn inziens een secundair doel.

    Door je voornamelijk te laten motiveren door een beloning diskwalifiseer je jezelf. Volgens mij blijf je hierdoor ook in een ‘doe’toestand leven en kun je niet geraken in een ‘zijn’ toestand, wat immers zo belangrijk is bij het bidden/mediteren.

    Uiteindelijk denk ik dat het onmogelijk is om je ego te overwinnen, indien je puur voor de beloning Allah aanbidt.

    Het anwoord van Nezahat was dus volgens mij geen manier om een pijnlijke confrontatie te vermijden, maar een oprecht en zuiver antwoord.

  3. Alexandre zegt:

    Bedankt voor je reactie. Ik kom er echter niet helemaal uit: als het geloven erin een noodzakelijke conditie is dan is het antwoord op ‘komen niet-gelovigen in het paradijs’ ook een eenvoudig antwoord nietwaar?

    Dat heeft niks met persoonlijk oordelen te maken omdat het gewoon opgeschreven staat. Het kind kan ook vragen: kom je in het paradijs als je in je leven mensen vermoordt maar nooit berouw hebt? Daarop zul je vast niet antwoorden ‘daarover mag je niet oordelen’.

    Het aardigste deel van je reactie vind ik de zin: “Door je voornamelijk te laten motiveren door een beloning diskwalifiseer je jezelf”. Waar je vast wel instemt met het feit dat je het exacte proces van toelating tot het paradijs niet kent ben je hier wel heel stellig over dit detail. Je bent dus wel op de hoogte van sommige selectiecriteria aan de poort..

  4. Nedim zegt:

    Wellicht biedt het onderstaande enige duidelijkheid:

    Ik ben inderdaad van mening dat ik enigzins op de hoogte ben van de selectiecriteria: Er staan immers in de koran duidelijke handelingsvoorschriften. De hadith geven ons ook concrete richtsnoeren.

    Het punt waar het, volgens mij, om gaat is: Waarom Allah aanbidden? Nu is mijn stellingname: Om Allah ter wille te zijn. ‘Uw wil geschiede.’
    Dus niet: om in de hemel te komen. Dit is per slot van rekening een ‘bijkomstigheid’.

    Uiteraard kun je tegen een kind / volwassene en niet te vergeten tegen jezelf wél vertellen welke deugden er na gestreefd dient te worden.
    Tegelijkertijd, en dit komt wellicht paradoxaal over, streef je die deugden niet na om in het paradijs te komen. Dan sla je volgens mij de plank mis.

    Ik denk ook wel dat als je je medemens vermoord de kans groot is dat je enige boetedoening voor je kiezen krijgt. Maar: uiteindelijk gaat Allah over het feit of we wel of niet in de hemel of hel komen.
    Dus mijn antwoord op de vraag van het kind zal juist wél zijn dat het beter is indien je de discipline op kunt brengen om niet te oordelen. Tegen een volwassene, en ook tegen mezelf, zou ik er aan toevoegen: Gun je je ego nou eens dat plezier niet. Laat dat nou eens. Anders zal je ego alleen maar groeien.

  5. Alexandre zegt:

    Ik snap dat deel over oordelen. Wat ik alleen nog mis in dit verhaal is het selectiecriterium m.b.t. volledig ongeloof. Ik kan mij niet voorstellen dat je wel een handelingsvoorschrift hebt m.b.t. details maar niet m.b.t. geloof zelf.

    Ik kom zelf dan hele duidelijke teksten tegen zowel in de hadith als in de koran over ongelovigen en de hel. Nou kan ik mij voorstellen dat dit enkel slaat op arabische polytheisten van 14 eeuwen terug, maar ik zou niet weten waarom ik dáár spontaan historische exegese ga toepassen en bij de rest wél interpoleer naar nu. Ik snap dat het wat pijnlijk is om hardop te moeten zeggen vooral als je ongelovige vrienden hebt o.i.d. en het is vast nogal raar om dat aan kinderen te leren, maar het is toch gewoon zo?? Waarom zo om de hete brei heendraaien?

  6. Wouter zegt:

    @Alexandre;

    Grappig dat je dat zegt over die hete brij. Ik heb elders op deze site exact dezelfde woorden gebruikt over ditzelfde onderwerp. Zelf ben ik ongelovig en juist dit aspect van zowel de bijbel als de koran vind ik dan ook zeer onrechtvaardig.

    Overigens begrijp ik heel goed dat gelovigen om deze hete brij heendraaien. Als je oprecht gelooft in een alwetende, rechtvaardige en liefdevolle schepper, dan kun je natuurlijk niet zeggen dat God regelmatig ook heel onrechtvaardige en wraakzuchtige dingen doet. Teksten die daar op duiden dienen dan ‘niet letterlijk genomen te worden’ en ‘bezien in een andere context’. Dat geldt vreemd genoeg weer niet voor de liefdevolle en rechtvaardige daden….

    Ach ja, deze discussie kom je nooit uit en iedere keer weer neem ik me voor om er ook niet meer aan deel te nemen. Het fascineert me echter toch te veel ;-)

    Groeten,

    Wouter

  7. Laetare zegt:

    Ik wil niet advocaat van de duivel zijn, maar wederom toch reageren op een wezenlijke vraag.
    De stelling in het artikel is dat kinderen hun eigen religieuze ontdekkingsreis willen. Ik ben er echter van overtuigd dat kinderen geen idee hebben van religie, dat er uberhaupt zoiets bestaat én dat zij ook van nature geen behoefte hebben aan religie. Ik denk dat kinderen wel behoefte hebben aan ontwikkeling op het gebied van lichaam, geest, verstand, zeg maar op ieder terrein. Maar een religie is beïnvloed of gemaakt door mensen, het denkwerk is ook al gedaan. Hoe kunnen kinderen zich ontwikkelen als zij niet zelf hun wereldbeeld kunnen bepalen en slechts gemotiveerd worden om de aan hun voorgeschotelde religieuze ‘wijsheden’ alleen te toetsen in hun verdere leven?

  8. Lou zegt:

    Ik onderschrijf de woorden van Laetare.
    Het idee dat kinderen hun eigen religieuze ontdekkingsreis willen is ongegrond, want uit niets is op te maken dat religieuze behoefte ons ingeboren is. Buiten de menselijke culturen is er in de hele levende natuur geen enkel spoor van religie te vinden. Religieus gedrag is typisch menselijk aangeleerd gedrag.

    Een beter alternatief voor religieus onderwijs – maakt niet uit welke religie – is kinderen onpartijdig (niet van uit een specifieke gezindte) kennis te laten maken met de vele verschillende religies en hoe deze door de geschiedenis heen de wereld van vandaag mede hebben gevormd. En het aan die nieuwe generatie over te laten of ze nog een religieuze orde nodig hebben voor de wereld van morgen.

  9. Nezahat Kose zegt:

    Beste Alexandre en Wouter,
    Helaas lukte het mij door persoonlijke omstandigheden niet om eerder te reageren, excuses daarvoor.
    Als kinderen mij vragen of alleen moslims in de hemel komen, heeft mijn antwoord dat alleen God dat weet, alles te maken met het feit dat ik het erg belangrijk vind om tegenwicht te bieden aan de neiging van sommige moslims om zich superieur aan andere mensen te voelen. Een neiging die ik helaas soms ook al bij jonge kinderen waarneem, inclusief het gedrag dat daaruit kan voortkomen. Dit onderwerp lichtte ik in een ander deel van het interview al toe.
    Daarnaast wordt in de Koran inderdaad onderscheid gemaakt tussen gelovigen en ongelovigen, waarbij te lezen is dat alleen gelovigen in de hemel kunnen komen. Ook dit bespreek ik met de kinderen. Ik vertel hen dat de voorwaarden voor het maken van onderscheid tussen gelovigen en ongelovigen, in uiterste zin alleen bij God bekend zijn en dus ook alleen door God beoordeeld kunnen worden. Het niet erkennen van het bestaan van God wordt in de Koran weliswaar als een duidelijk punt van ongeloof genoemd, maar er zijn vele andere, vaak gedragsgebonden, aspecten die het antwoord op de vraag wie er wel of niet gelovig zijn en wie wel of niet in de hemel komen, meebepalen. Ook dit staat in de Koran. Dus zelfs als de vraag van mijn leerlingen, of uw vraag op het eerste gezicht eenvoudig te beantwoorden lijken, is dat feitelijk niet het geval en kunnen wij als mensen daar werkelijk geen oordeel over vellen.
    Overigens geldt net als voor Nedim, ook voor mij dat geloven en de geloofspraxis niet primair gericht zijn op het streven om in de hemel te komen, maar op de wens om in de barmhartigheid van God te kunnen leven.
    Met vriendelijke groet,
    Nezahat Köse

  10. Nezahat Kose zegt:

    Beste Laetare en Lou,
    Nogmaals excuses voor mijn late reacties. Overigens zal ik het om eerder genoemde reden ook bij deze twee antwoorden moeten laten. Ik hoop dan ook dat ze in ieder geval enige opheldering bieden.
    U stelt dat kinderen van nature helemaal geen behoefte hebben aan een religieuze ontdekkingsreis.
    Wat u daarbij mogelijk over het hoofd ziet, is dat ik mij als vakleerkracht islamonderwijs voornamelijk op kinderen richt die al in een islamitische omgeving worden opgevoed. In die specifieke context wil ik kinderen de ruimte geven om hun eigen ontdekkingen te doen, vragen te stellen, twijfels te mogen hebben en van mening te kunnen verschillen. De islam is namelijk een leidraad voor het leven, en geen wet waarbinnen de antwoorden op alle vragen al duidelijk vastliggen of die de vorm waarin je uiting aan je geloof geeft, expliciet bepaalt.
    Ook in bredere zin ben ik het overigens niet helemaal met uw stelling eens. Over het algemeen zijn jonge kinderen juist sterk bezig met vragen die zich op het niveau van zingeving afspelen. Dat hoeft niet altijd vanuit een religieus perspectief te zijn, maar zingeving heeft wel in alle gevallen met levensbeschouwing te maken. Dus het bieden van ruimte voor een eigen ‘levensbeschouwelijke ontdekkingstocht’ aan kinderen is wel degelijk van groot belang.
    Met vriendelijke groet,
    Nezahat Köse

  11. Mario zegt:

    Het is opvallend dat gestudeerde atheïsten een diep verborgen argwaan koesteren tegen elk mogelijke metafysische eenheid. Een eenheid waar de mens hoe dan ook deel van uitmaakt, en die je meerdere namen kunt geven. Het toont het in de filosofie nog altijd niet opgeloste kentheoretische probleem. De kritiek dat religie uitsluitend aangeboren gedrag zou zijn, verraadt dan ook meer een verholen kritiek en ressentiment op de eeuwenlange onderdrukking van religieuze instituties. Vooral kinderen, die nog vanuit verwondering leven, stellen religieuze vragen. Juist omdat ze zich, in tegenstelling tot volwassenen, nog niet zo scherp afgesneden voelen van het leven. Het eigenlijke probleem waar het in deze discussie over gaat lijkt zich dan ook meer te concentreren op de vraag naar de morele autonomie, en in welke mate je kinderen in vrijheid kan/moet opvoeden. Kan de mens ‘zelfstandig’ bewust worden van zijn eigen handelingsvrijheid, waarin hij dus geleidelijk ontgroeit aan het gezag dat in de opvoeding nog noodzakelijk is? Dit onderscheid moet gemaakt worden, tussen kinderen en volwassenen. Kinderen moeten leren wat eerbied is, moeten op kunnen kijken naar voorbeelden die hen een morele zuiverheid inboezemen. Maar wat krijgen veel kinderen in de moderne samenleving voorgeschoteld? Een ‘zekerheid’ dat het leven eindig is, omdat de materialistische denken haar eigen tekorten niet onder ogen wil komen, de open vragen ontkennend. Het is wat dat betreft opvallend en hoopgevend hoeveel leerlingen op de middelbare school allerlei spirituele ervaringen hebben en serieus geïnteresseerd zijn in de innerlijke dimensies van het menszijn.

  12. Frits Manders zegt:

    @Mario: een doordacht antwoord op je vragen kun je lezen in de rede van Prof. em. dr. Hugo van den Enden op het Skepsis Congres van 8 november 2003. Als je zoekt via Google vind je deze volstrekt waardevrije en rationele uiteenzetting. Er is geen sprake van enige argwaan dunkt me.

  13. petals zegt:

    denkt u, mevrouw Kose, dat als een jong kind vanaf dag 1 na zijn geboorte al islam als levensbeschouwing krijgt voorgeschoteld door de ouders, en dat het vanaf dag 1 te horen krijgt dat geloven een voorwaarde is om naar de hemel te gaan en niet te branden in de hel, denkt u echt dat een kind psychologisch gezien dan nog een totaal vrije keuze heeft? Ik ben ex-moslim, was het slechts 4 jaar en mij kostte het al veel moeite om uit de angst weg te komen, soms heb ik nog steeds nachtmerries over de hel. Laat staan voor een kind dat het aangeleerd krijgt vanaf het begin. Ik begrijp uit veelvuldig contact met vooral ex-christenen en ook een paar ex-moslims, dat het vaak een lijdensweg is om helemaal los te komen uit een religie die dreigt met hel en die mensen altijd voorstelt als onvolkomen en vatbaar voor zonden, en God die ons dat moet vergeven. Je bent psychologisch gezien allesbehalve vrij. Ik zou er dan ook voor pleiten religie pas aan te leren vanaf een volwassen leeftijd, en zeker niet aan kinderen. In de praktijk gebeurt dat door gelovigen constant: een kindje krijgt nota bene bij de geboorte al verzen van de Koran ingefluisterd, hoort de verhalen uit de Koran etc. Ik zou graag uw mening hierover horen.

Geef een reactie

Spelregels:
Voordat reacties worden geplaatst, worden ze getoetst aan de volgende criteria:
  1. Wees kritisch: Reageer inhoudelijk en niet op de persoon en onderbouw je reactie zoveel mogelijk met argumenten. Verwijs waar mogelijk naar concrete feiten en/of voorbeelden.
  2. Wees verfrissend: Geef vooral originele, frisse reacties die een nieuwe of andere kijk op het onderwerp geven. Wees kort (maximaal 400 woorden), krachtig en blijf bij het onderwerp (ontopic).
  3. Wees genuanceerd: Generaliseer niet waar dat niet past. Vermijd zwart-wit voorstellingen en wij-zij denken. Discriminerende, beledigende en (be)dreigende uitingen zijn niet toegestaan.

  • Advertentie
    Christenen in de Arabische wereld