Vast Vertrouwen
admin | aug 31, 2010 | Reacties 2
Kan de mens zich voor het kwaad hoeden? Wat is dat dan, dat kwaad? Veel westerse mensen zeggen dat de hel niet bestaat, de duivel evenmin. En elimineren zo het kwaad… Als zou daardoor elke nuk zonder consequenties uitgeleefd kunnen worden. Wie dan alsnog beweert dat er zoiets is als de hemel, ondermijnt deze hele overtuiging. Mij lijkt deze oppervlakkigheid de duivel juist alle ruimte te bieden.
Door: Bibi Schobbers
Ik vast voor het eerst mee tijdens Ramadan. Ik was bang. Bang voor de hoofdpijn door uitdroging. Bang om niet volledig, maar hooguit halfslachtig deel te kunnen nemen. Dat laatste klinkt als betrof het een uitnodiging tot een voornaam banket. En nu ik een tijdje bezig ben, voelt het ook in zekere mate als een banket. Als ik ’s nachts crüesli met yoghurt eet en van mijn thee slurp, weet ik immers dat met mij circa een miljard mensen zichzelf tot hetzelfde dwingen.
Voorheen vroeg ik me altijd af waarom God dit van de mensen vraagt? Dit jaar bedacht ik dat je sommige dingen, vooral de belangrijke, niet verstandelijk kunt beredeneren – die moet je ervaren. Met in de eerste dagen nog enig respijt vanwege de vrouwelijke stonde, reikte mijn nieuwsgierigheid eindelijk over de grens van ‘naar de buren staren’ en klom ik in hun wei.
Ik bewonder die buren al lange tijd. Om hun vriendelijkheid, al kan ik die ook bij christenen vinden. En om hun ijver, al zal een Chinees misschien nog harder werken. Maar vooral om hun standvastigheid. Al beledigt half Nederland ‘the hell out of them’, ze blijven rustig, vriendelijk en bereid tot een debat. Iedere westerling weet intussen dat je een praktiserend moslim niet snel van zijn padje afbrengt; dat hij iets trouw blijft wat Europeanen niet lijken te kennen. Dat hij een ongenaakbare trots uitstraalt, die toch geen arrogantie is. Een moslim is correct, buigt niet, nergens voor, behalve voor datgene wat we God noemen.
Heeft een moslim alleenrecht op die onaanraakbaarheid? Waarom zie ik dat niet terug bij christenen, of ongelovigen? Althans in mijn eigen kleine wereldje, Nederland. Vijf keer per dag werpen moslims zich op de grond voor Hem. Een christen pijnigt zich ook de knieën. Maar die honger is niet voor de christenen; zij ontzeggen zich hooguit de luxe van vlees en lekkernijen. Die honger, die trouwens naar ik merk zeer relatief is wanneer op het gas een fijne hareira staat te borrelen en de koelkast goed gevuld is, die honger geeft vertrouwen. Zeker, ook zelfbeheersing en mededogen met anderen, die minder zegeningen hebben dan ik, maar vooral: vertrouwen.
Het is best zwaar, vasten deze zomer. Dagen duren lang. Wie fysiek werkt, diens vasten is waarschijnlijk tienmaal meer waard dan het mijne. Toch leer ik op mezelf te vertrouwen: ik heb wél sabr! Met Gods hulp weliswaar, maar het gaat me hier om de betekenis van sabr. Ik vertaal het liever niet als ‘geduld’, want dat impliceert passiviteit en lijdzaamheid. Laat het me vertalen als ‘volharding’, want ik kies elk moment van ongemak bewust en actief om te ervaren wat de leegte met me doet; een leegte in naam van God.
Ik ben sterker dan mijn luimen en loop daarom in mijn eigen ‘huis’ rond met onbevangen leiderschap. In deze leegte heers ik bewust en zo vrijwaar ik mezelf van het kwaad. Ik ben trots, in de zin van ‘voldaan’, omdat ik deelneem aan de tafel die Allah voor me gedekt heeft. Hij heeft me al zo vaak uitgenodigd en eindelijk geef ik toe aan de natuurlijke neiging om aan Zijn maaltijd deel te nemen. Waarbij Hij er ook nog op wijst dat het toegeven aan peuzelen en vrijen van even groot belang is. Straks, na de iftar, het verbreken van het vasten.
Vanuit die voldaanheid glimlach ik absurd veel; net zoals ik de buren aldoor zag doen. Dat ik me precies zo kan voelen, zo ‘uit één stuk’, zo zuiver, zo immens krachtig, dat ontroert me.
En het kwaad? Dat lijkt zich op te lossen. Misschien schrikt de Satan wel van een voldane glimlach. Let wel: niet zelfvoldaan. Ik bedoel ‘vervuld van vertrouwen’, of ‘vertrouwend op Zijn bedoelingen’. Wat veroorzaakt die honger een prachtig Verfremdungseffekt van je eeuwige zelf. Waarvoor dank, lieve God. Moge het, met Uw hulp, ook vandaag weer lukken.
Bibi (Maryam) Schobbers is religieus en antropologisch journalist, ook werkzaam op het gebied van milieu. Ze verzorgt theater- en schrijfcursussen. Daarbij is ze NT2-docent en begeleidt ze mensen naar de arbeidsmarkt.
Geplaatst in: Opinie
Reacties (2)
Geef een reactie | Trackback URL
Geef een reactie
Spelregels:Voordat reacties worden geplaatst, worden ze getoetst aan de volgende criteria:
- Wees kritisch: Reageer inhoudelijk en niet op de persoon en onderbouw je reactie zoveel mogelijk met argumenten. Verwijs waar mogelijk naar concrete feiten en/of voorbeelden.
- Wees verfrissend: Geef vooral originele, frisse reacties die een nieuwe of andere kijk op het onderwerp geven. Wees kort (maximaal 400 woorden), krachtig en blijf bij het onderwerp (ontopic).
- Wees genuanceerd: Generaliseer niet waar dat niet past. Vermijd zwart-wit voorstellingen en wij-zij denken. Discriminerende, beledigende en (be)dreigende uitingen zijn niet toegestaan.



Laden...
@ Bibi
“Iedere westerling weet intussen dat je een praktiserend moslim niet snel van zijn padje afbrengt; dat hij iets trouw blijft wat Europeanen niet lijken te kennen.”
Bibi, mijn ervaringen zijn anders. Ik kom regelmatig mensen tegen die vriendelijk zijn en hun principes trouw blijven, en die niet religieus zijn.
De talloze mensen die vrijwillig zwerfafval opruimen zijn een goed bijvoorbeeld. Ze doen het omdat ze nu eenmaal graag in een schone straat leven. Ze laten het niet, ook niet als ze raar aangekeken/aangesproken worden.
Geloof kan een mens enorm sterken om onbaatzuchtig en vredelievend te zijn – maar dat kan ook zonder geloof.
@Paula:
Ik ben het met je eens dat dit niet het alleenrecht van moslims is. Wel vereist het hebben van stamina een opvoeding waarbij deze een rol speelde. Een moslimopvoeding wil van kinderen dat ze de Qur’an uit hun hoofd leren, vijf maal per dag bidden en uiteindelijk mee vasten… dat zie ik niet direct terug bij de opvoeding alhier, zoveel vraag om discipline. Maar, Paula, willen we iets beargumenteren, dan lukt dat -het tegendeel eveneens. Ik spreek vanachter mijn eigen bril, vanzelfsprekend.