Democratie en Verantwoordelijkheid

Politicologen en politieke filosofen hebben met de formatie van een minderheidskabinet van het CDA en de VVD met de gedoogsteun van de PVV de tijd van hun leven. Zo’n politiek experiment waarover in de vak- en opiniebladen al langer wordt gesproken, lijkt eindelijk werkelijkheid te worden. Bij experimenten horen voorspellingen. Dus probeert men elke dag antwoord te geven op de vraag of zo’n coalitie mogelijk is en hoe duurzaam die zal blijken te zijn. Echter, wat velen verzaken is zichzelf meer fundamentele vragen te stellen over de gevolgen voor de democratie van deze experimentele coalitie. Om daar wel op in te gaan,  zullen we bij het begin moeten beginnen. In dit geval in de geboorteplaats van de democratie. 

Door: Anel Hajdarevic

In het oude Athene hadden alleen de vrije mannen de status van burger en konden alleen zij deelnemen aan het democratische proces. De vrouwen, slaven en allochtonen, die samen ongeveer 75% van de totale bevolking uitmaakten, hadden geen recht om over het reilen en het zeilen van de staat mee te beslissen. Hoe anders is dat nu. Waar burgerschap in het oude Athene een voorrecht was dat slechts een klein deel van de bevolking toekwam, wordt het in moderne democratische samenlevingen beschouwd als een recht dat aan ieder lid van de samenleving toekomt. Deze immer toegenomen burgerlijke gelijkheid leidde vanzelfsprekend tot een hardere roep om politieke gelijkheid. In moderne democratieën uit dit zich in het recht van elke burger boven een bepaalde leeftijd om te mogen stemmen. In Nederland werd op 12 december 1917 dit recht, het algemeen actief kiesrecht, voor mannen ingevoerd. Niet lang erna, in 1919, kregen ook vrouwen actief kiesrecht. Zo transformeerde politieke participatie van een voorrecht van een kleine groep tot een algemeen recht voor elk lid van de samenleving. Wat een vooruitgang!

Deze ontwikkeling heeft sinds de geboorte van de democratie al grote tegenstand gekend. Plato’s afschuw voor de democratie is bij velen bekend. Hij meende dat een rationeel proces van besluitvorming in een democratie niet mogelijk is. Maar ook meer modernere intellectuele zwaargewichten hadden om vergelijkbare redenen twijfels. Zo vertelde Alexis de Tocqueville in 1841 in een van zijn toespraken over zijn vrees voor de democratie: “Ik heb een intellectuele voorkeur voor democratische instituties, maar instinctief ben ik een aristocraat. Dat wil zeggen dat ik de menigte vrees en veracht. Ik houd hartstochtelijk van de vrijheid, de rechtsstaat en het respect voor de wet, maar niet van de democratie. Ziedaar het fundament van mijn ziel. Ik haat demagogie…” Deze zorgen over het geven van de macht aan ‘de menigte’ zien we ook bij John Adams, de tweede president en een van de Founding Fathers van de Verenigde Staten. Daardoor kunnen Amerikanen nog altijd hun president niet rechtstreeks kiezen, maar worden eerst de ‘electors’ gekozen die vervolgens een president kiezen. Het is opvallend dat deze denkers democratie als een bedreiging voor de vrijheid zagen. Zij hadden kort gezegd geen vertrouwen in de rationele capaciteiten van de massa om juiste politieke besluiten te kunnen nemen. De kans zou te groot zijn dat zij ten prooi zouden vallen aan demagogen ofwel volksmenners.

Achteraf is het voor ons gemakkelijk om te zien dat denkers als De Tocqueville en Adams de consequenties van de democratische samenleving niet ten volle konden overzien. David Loose vat het als volgt samen: “Essentieel voor de democratie is het feit dat recht, macht en wetten niet meer gelokaliseerd worden in een kaste, een instelling of een doctrine. Een samenleving van radicale gelijkheid moet accepteren dat niemand nog gelijk kan hebben.”

Maar was de angst van de aristocraten en intellectuelen dat de gemiddelde burger niet in staat was om rationele keuzes te maken helemaal onterecht? Het is niet voor niets dat de grondleggers van hedendaagse democratische systemen veel beschermingsconstructies in het systeem hebben ingebouwd, waardoor het niet aan de irrationaliteit van de massa ten prooi zou vallen. Zo is het vrijwel onmogelijk om de fundamentele instituties af te schaffen of om de grondwet en de daarin verankerde vrijheden van alle burgers aan de wil van op een bepaald moment heersende politici over te laten. Los daarvan draagt democratie ook zelf een ‘mechanisme’ in zich mee om rationaliteit af de dwingen. Het mechanisme van de  verantwoordelijkheid.

Voor het uitoefenen van actief kiesrecht hoeft de stemmende burger slechts te weten wat hij wil. Er is geen extra maatstaf waaraan de rationaliteit van zijn keuze wordt gemeten. Niemand hoeft bovendien verantwoording af te leggen over zijn of haar stem. Dit zou tot de stelling kunnen leiden dat democratie inderdaad blind is voor competentie. Deze wordt echter weerlegd door het passieve kiesrecht. Vanaf een bepaalde leeftijd heeft vrijwel elke burger het recht zich verkiesbaar te stellen. Daarmee treedt deze burger echter uit de anonimiteit en laat aan een breed maatschappelijk auditorium blijken waar hij of zij voor staat. Deze openheid is noodzakelijk omdat hij gaat beslissen over zaken die de hele maatschappij betreffen. Dankzij deze transparantie kunnen de burgers bepalen of deze politicus (m/v) hun stem verdient. Hij moet zich bovendien verantwoorden en de last van persoonlijke besluiten en uitspraken dragen. Dat vraagt, althans in de ogen van de kiezers, om de nodige competenties. Iets in volledige anonimiteit roepen is anders dan in volledige openheid. Dat laatste leidt immers tot het nemen van de verantwoordelijkheid om het eerder beloofde te realiseren. Juist deze verantwoordelijkheid neutraliseert het risico van demagogie of volksopruiing in een democratie. Het belangrijkste kenmerk van demagogen is dat zij verkeerde of valse conclusies uit correcte aannames afleiden waardoor ze het volk op het verkeerde been zetten. Zodra zij echter verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun eerder gemaakte beloftes op basis van hun eerdere conclusies, dan wordt de onjuistheid of valsheid van de conclusies duidelijk en kunnen de burgers, weliswaar ontgoocheld, hun stem de volgende keer aan iemand anders geven. Het nemen van de verantwoordelijkheid is dus essentieel voor de adequate werking van een democratisch systeem. Het is bovendien het enige mechanisme dat de zorgen over het gebrek aan rationaliteit bij het volk kan wegnemen.

Welnu, wat gebeurt er als we in dit licht denken aan het door het CDA en de VVD ondernomen politieke experiment om middels de gedoogsteun van de PVV het land voor de komende vier jaar te regeren? Dan krijgt een van deze drie partijen, de PVV die in de afgelopen jaren meer dan welke andere partij in het maatschappelijk debat hoorbaar was, de gelegenheid om haar verantwoordelijkheid te ontlopen. Juist nu degenen die op Wilders hebben gestemd, kunnen zien in hoeverre hij zijn beloftes kan nakomen en in hoeverre zijn partij competent genoeg is om te regeren. Zo werkt de democratie. Het democratische systeem kan alleen tegen demagogie beschermd worden als degenen die gekozen worden, ook afgerekend worden op hun daden. Wilders is gekozen op zijn verhaal, nu moet hij beoordeeld worden op zijn daden. Voor het construeren en het verkondigen van dat verhaal heeft hij, zoals dat in een democratie hoort, alle vrijheid gehad. Maar wie gebruik maakt van de vrijheid van meningsuiting heeft ook een verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid dwingt immers het vormen van een rationele mening af. Ongebreideld iets roepen en onmogelijke beloftes doen, krijgt in een democratie tegengas door het vooruitzicht om daarvoor ook verantwoordelijkheid te moeten dragen.

Vóór de verkiezingen was een van de belangrijkste tegenwerpingen tegen het programma en de ideeën van de PVV dat zij ze nooit zouden kunnen realiseren. Zij vonden van wel. Alleen wanneer zij de volledige verantwoordelijkheid nemen om te regeren, kunnen wij, het Nederlandse volk, maar bovenal degenen die op hen hebben gestemd, zien wie er gelijk had. Het zou bijvoorbeeld interessant zijn wat de invoering van de ‘kopvoddentax’ voor het internationaal aanzien van Nederland zou betekenen en hoe het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zou oordelen over zijn plannen om mensen bij de grens te screenen op hun geloofsovertuiging. Kierkegaard zei ooit: “Mensen eisen vrijheid van meningsuiting als compensatie voor de vrijheid van denken waar ze zelden gebruik van maken.” Juist door het nemen van verantwoordelijkheid kan de rationaliteit van politici worden getoetst. Als het Nederlandse volk Wilders wil, dan heeft het Nederlandse volk het recht om hem te krijgen. Maar dan moet hij ook de volledige  verantwoordelijkheid nemen en niet in staat worden gesteld om halfslachtig invloed op de macht uit te oefenen zonder daarop door de burgers afgerekend te kunnen worden. Democratie dicteert een andere gang van zaken.  

Anel Hajdarevic (1983) is filosoof (Radboud Universiteit Nijmegen) en werkt momenteel als docent maatschappijleer op een middelbare school in Den Bosch.

Geplaatst in: Verdieping

Tags:

RSSReacties (1)

Geef een reactie | Trackback URL

  1. Wouter zegt:

    Hmmm…interessant, maar wel erg theoretisch. Iedere vorm van samenwerking tussen politieke partijen die tot een meerderheid in de kamer leidt is ‘democratisch’ naar mijn mening.

    Tijdens het lezen van deze opinie bekruipt mij wel erg het gevoel dat de schrijver ‘zoekt naar een stok om Wilders mee te slaan’. Dit is ‘m echter niet echt gelukt. Bovendien diskwalificeert hij met z’n betoog ook de oppositiepartijen die nooit verantwoordelijkheid dragen (zelfs geen gedoogsteun geven!). Pleit de schrijver er dan ook voor om Groenlinks en de SP dan maar op te heffen, ‘omdat de democratie dat dicteert’?….dat dacht ik al.

Geef een reactie

Spelregels:
Voordat reacties worden geplaatst, worden ze getoetst aan de volgende criteria:
  1. Wees kritisch: Reageer inhoudelijk en niet op de persoon en onderbouw je reactie zoveel mogelijk met argumenten. Verwijs waar mogelijk naar concrete feiten en/of voorbeelden.
  2. Wees verfrissend: Geef vooral originele, frisse reacties die een nieuwe of andere kijk op het onderwerp geven. Wees kort (maximaal 400 woorden), krachtig en blijf bij het onderwerp (ontopic).
  3. Wees genuanceerd: Generaliseer niet waar dat niet past. Vermijd zwart-wit voorstellingen en wij-zij denken. Discriminerende, beledigende en (be)dreigende uitingen zijn niet toegestaan.

  • Advertentie
    Liliane Fonds