Vertrouwen of beeldhouwen?
admin | nov 28, 2010 | Reacties 8
Eenentwintig jaar geleden besloot ik de islam tot de basis voor mijn verdere spirituele zoektocht te maken. Nu ben ik dus een soort ‘volwassen moslimvrouw’, wat niet betekent dat het leren en zoeken voorbij zijn. Dat hoop ik tot de dag van mijn vertrek uit dit aardse leven te blijven doen, God willende. Toen ik moslim werd, was er nog nauwelijks informatie over islam in de Nederlandse taal beschikbaar. En ook de ‘Rusdhie-affaire’ ging nog grotendeels aan mij voorbij. Toen bepaalden het aanleren van gebed, voedsel- en andere voorschriften, maar vooral de prachtige religieus geïnspireerde verhalen die mijn man vertelde, mijn beleving van gelovig zijn.
Door: Ceylan Pektas-Weber
Later kwamen daar Turkse videofilms over islam bij. Een film over het leven van de mystica Rabia van Basra (achtste eeuw) maakte diepe indruk. De hoofdrol werd gespeeld door een prachtige Turkse actrice, Fatma Girik. Ademloos keek ik naar het verhaal over het leven van Rabia, totdat zij op haar sterfbed een smeekbede tot God richtte. Ze vroeg haar Schepper om haar rechtstreeks naar de hel te sturen als zij alles in haar leven slechts had gedaan om aan de straf van de hel te ontsnappen. Maar haar de nabijheid van het Licht te gunnen als ze alles uit liefde voor God deed.
“Dat is waar het echt om gaat!”, riep ik zwaar geëmotioneerd. “Geloven gaat niet om het streven naar zoveel mogelijk veiligheid voor een ongewis Hiernamaals!” Die schreeuw kwam begin jaren negentig uit mijn tenen en terwijl ik dit opschrijf, voel ik ze weer. Sindsdien veranderden mijn beelden over islam en moslims regelmatig, maar dit zou ik nu weer met evenveel passie kunnen roepen.
De laatste jaren raak ik er bovendien steeds meer van overtuigd dat geloven feitelijk niets anders is dan vertrouwen. ‘Vertrouwen in het Al’, noem ik het nu vaak. ‘Al’ staat daarbij voor alles dat we om ons heen waarnemen of (nog) niet, én de Schepper daarvan. Laatst realiseerde ik me dat ‘Al’ ook de eerste twee letters van de naam ‘Allah’ vormen en dat Al-lah in het Arabisch ‘de Alles Overweldigende’ betekent. ‘Al’ zijn daarnaast de laatste twee letters van het Nederlandse woord ‘heelal’. Hoeveel moslimdenkers herinnerden ons er al aan dat we God kunnen leren kennen als we het heelal bestuderen? En hoe dom is de gedachte, dat als alles daarin uit paren bestaat, het niet anders kan dan dat er een ‘Alles Overweldigend begin’ moet zijn?
Geloven komt daarom voor mij intussen het dichtst bij vertrouwen in het ‘Al’ hebben. In dat er uiteindelijk wel een balans in het ‘Al’ is. Een balans, die goed, rechtvaardig en uiteindelijk pure Schoonheid is, ook al kunnen we die vaak niet zintuiglijk waarnemen. Tot mijn verrassing ontdekte ik eens dat in de Koran de woorden ‘geloof’ en ‘vertrouwen’ vaak in één adem genoemd worden.
Dit betekent overigens niet dat ik dergelijk vertrouwen alleen bij moslims zie. Integendeel! Ik meen het zelfs regelmatig te herkennen bij mensen die zichzelf agnost of atheïst noemen. Hiermee poog ik trouwens niet op goedkope wijze te beweren dat sommige agnosten en atheïsten wel degelijk gelovig zijn, maar dat zij het alleen zelf nog niet weten. “Wat gij niet wilt dat U geschiedt…” geldt nu ook voor dergelijk paternalistisch geleuter.
Wat ik wel wil zeggen is dat wij mensen geloof veel te vaak verstenen en minimaliseren tot vaste rituelen en praktijken, die we sinds enkele eeuwen meestal onder een al dan niet bepaalde ‘religie’ vangen. Rituelen kunnen velen, inclusief mijzelf, helpen om geloof en vertrouwen dieper te ervaren. Maar ze zijn niet het geloof of het vertrouwen zelf! Geloof of vertrouwen laten zich niet in beelden, wetten of religies vangen. Ze vragen zelfs om voortdurende beweging. Om mee te deinen op de golven van het ‘Al dat is’.
De religie waarin ik zelf het prettigst zwem, is de islam. Zolang er ruimte is om te zwemmen. Ik huiver echter bij de gedachte dat wij geloof en vertrouwen tot de gewoontes en rituelen die onszelf het best passen, beperken. Het einde van geloven, begint bij het verlies van vertrouwen en de verstening die daar het gevolg van is. That’s All.
Ceylan Pektas-Weber is hoofdredacteur van Nieuwemoskee
Geplaatst in: Opinie
Reacties (8)
Geef een reactie | Trackback URL
Geef een reactie
Spelregels:Voordat reacties worden geplaatst, worden ze getoetst aan de volgende criteria:
- Wees kritisch: Reageer inhoudelijk en niet op de persoon en onderbouw je reactie zoveel mogelijk met argumenten. Verwijs waar mogelijk naar concrete feiten en/of voorbeelden.
- Wees verfrissend: Geef vooral originele, frisse reacties die een nieuwe of andere kijk op het onderwerp geven. Wees kort (maximaal 400 woorden), krachtig en blijf bij het onderwerp (ontopic).
- Wees genuanceerd: Generaliseer niet waar dat niet past. Vermijd zwart-wit voorstellingen en wij-zij denken. Discriminerende, beledigende en (be)dreigende uitingen zijn niet toegestaan.


Loading...
Prachtig stuk! heel herkenbaar ook! ik had alleen een vraag: “En hoe dom is de gedachte, dat als alles daarin uit paren bestaat, het niet anders kan dan dat er een ‘Alles Overweldigend begin’ moet zijn?” deze zin begreep ik niet helemaal. ben je dan dom als je in dit ‘Alles Overweldigend begin’ gelooft, of juist als hier niet in geloofd wordt?!
Vraag voor mevrouw Weber: hebt u een ritueel waar u erg gesteld op bent?
Beste Anne,
Dank je wel. En verder is jouw vraag ook de mijne, m.a.w. ik weet het niet. Het is een vraag die me al ruim tien jaar bezighoud. Als ik nadenk over het gegeven dat alles dat wij om ons heen kunnen waarnemen uit dualen bestaat (in deze tekst gebruik ik de term ‘paren’), en me dan probeer voor te stellen waar of hoe dit ooit ontstaan is, dan kan ik persoonlijk telkens niet anders concluderen dan dat er een absoluut beginpunt moet zijn (hier ‘Alles Overweldigend’ genoemd). Op de middelbare school was ik echter een ramp in wiskunde en natuurwetenschappelijke vakken, dus mijn gedachtegang is er voornamelijk een vanuit filosofisch perspectief.
Een wiskundige vertelde me een paar jaar geleden wel dat deze visie ook in de natuurwetenschappen haar opwachting heeft gemaakt (als ik goed herinner in de quantumtheorie). Maar – voor de goede orde – bewijst dat dan op wetenschappelijk niveau weer niet per se dat dit absolute beginpunt ‘God’ is. Vorig jaar hoorde ik bovendien dat er in de natuurwetenschappen al weer een tegengeluid hiertegen is.
Of de gedachte dom is, blijft daarmee voorlopig een oprechte vraag. Wat vind jij?
Vriendelijke groet,
Ceylan
Beste Hanan,
Zonder enig twijfelen, luidt het eerste antwoord op jouw vraag ‘het gebed’. Maar waarom vraag je dat? Wat heeft dat te maken met deze column?
Vriendelijke groet,
Ceylan Pektas-Weber
Beste Ceylan,
vertrouwen, daar gaat het om. Geloven, dat is het probleem.
Ik ben opgevoed in de aloude “alles komt goed”-versie van het katholieke geloof, dat is een en al vertrouwen in een goede afloop. Mijn moeder zei wel eens dat de hel wel bestaat, maar dat er niemand in zit.
Ik heb dus alle vertrouwen in een goede afloop, maar het geloof is voor mij wel een probleem. De ene dag ben ik een theïst, de volgende een deïst, en dan weer een atheïst, soms weet ik het niet meer en dan ben ik een agnost. Ik noem mij wel eens een allesgelovige. Eigenlijk zijn wij allen gelovigen want de keuze voor of tegen God kun je niet enkel op rationele gronden maken, dat is in laatste instantie een kwestie van gevoel.
Met vriendelijke groet
Beste Henk,
.
.
Ik begrijp wat je zegt, maar persoonlijk ervaar ik geen tegenstelling tussen de twee begrippen. Ik denk dat dit veel te maken heeft met hoe je ‘geloof’ en ‘geloven’ betekenis geeft. En vertrouwen. Ik heb er alle vertrouwen c.q. geloof in dat het goed komt, of sterker, al goed is. Dat we dat vaak niet zo ervaren of letterlijk zien, is een ander verhaal.
Ik denk dat het een van onze opdrachten in het leven is, om ons over te geven aan dat vertrouwen. En hoe meer dat lukt, hoe minder tegenstelling ik tussen geloof en vertrouwen zie.
Zoals je zelf ook zegt, gelooft iedereen – one way or the other. Dat wil niet zeggen dat ik een helder plaatje voor ogen heb, over hoe alles er precies uitziet. Dan zou ik bij wijze van spreken een scenario voor een film kunnen schrijven die ook nog wel eens een kaskraker zou kunnen worden
Nee, en hoe meer ik mij laat verleiden tot het trachten te berederen van geloof hoe verstrikter ik in twijfels raak. Hetgeen overigens soms best heel goed is om bij de les te blijven.
Maar ik ervaar ook dat hoe meer ik wezenlijk durf te vertrouwen op mijn intuitie dat ‘het wel klopt’ hoe minder de vraag over geloof uberhaupt een issue is. Hoop dat je me nog kunt volgen
Hartelijke groet.
Beste Ceylan,
intuïtie, gevoel, vertrouwen en geloof hangen nauw samen. Ook voor mij bepalen zij hoe ik mijn existentiële keuze voor of tegen God maak. Rationele overwegingen zijn van lagere orde.
Dat neemt niet weg dat er rationele dialoog over existentiële keuzes mogelijk is, als je daartoe bereid bent. Het hoeft niet, natuurlijk, als je niet wilt. Maar de religieuze dialoog is wat mij betreft belangrijk, als we elkaar beter willen leren kennen en bruggen willen bouwen tussen allerlei soorten van gelovigen.
Overgave is een begrip dat zowel in de islam als het christelijke geloof van groot belang is. Vroeger, toen ik nog worstelde met mijn geloof, was ik af en toe bij bijeenkomsten van evangelische christenen. Daar werd mij gevraagd gewoon mee te doen en mij over te geven aan de ervaring. Dat lukte mij niet, ik kwam in opstand en wilde niets meer met hen te maken hebben. Overgave is niets voor mij. Daarvoor ben ik toch te rationeel.
Misschien leidt dialoog over dit soort ervaringen slechts tot onenigheid, ik wil enkel duidelijk maken dat er net zo veel geloofservaringen zijn als dat er mensen zijn, en dat we dat moeten leren aanvaarden.
Met hartelijke groet
Henk
Beste Ceylan,
wat een prachtig verhaal. Ik kan me daar als overtuigd (humanistisch) atheïst (wat voor mij niet meer bekent dan dat ik geloof (of: ervan overtuigd ben) dat er niet iets als een godheid of hogere macht bestaat) helemaal in vinden. Ik zeg het met iets andere woorden dan jij, maar ik ben er van overtuigd dat hetgeen jij (en vele anderen) God noemt hetzelfde is als waarvan ik zeg dat het niet bestaat. Wij geloven volgens mij in hetzelfde. Het al (het Ohm uit het hindoeïsme), heelal (kosmos), leven (Chai in het Hebreeuws), het geheel, het totaal.
Spinoza maakt geen onderscheid tussen God en de Natuur. Helaas rekenen zowel gelovigen als atheïsten hem tot hun kamp. Gelovigen zeggen dat Spinoza het over God heeft en die dus volgens hem bestaat, en atheïsten benadrukken dat God gelijk is aan de natuur en er dus geen God bestaat. Hierdoor creëren ze een gescheidenheid die bij Spinoza niet bestaat. Dit onderscheid zie ik bij jou niet. Jij ziet het hetzelfde vertrouwen dat kan bestaan bij gelovigen en atheïsten. Jij noemt jezelf gelovig, ik mezelf atheïst. Maar we delen datzelfde gevoel en zijn daardoor verbonden. Die verbondenheid is waar het om gaat, hoe we onszelf noemen is in feite bijzaak.