Toorn en dwaling

“Leid ons op het rechte pad. Het pad van hen, aan wie U gunsten hebt geschonken – niet dat (pad) van hen, op wie (Gods) toorn rust, noch dat der dwalenden.”

Dit zijn de laatste twee verzen van het eerste hoofdstuk van de Koran (al-Fatiha; de Opening) dat ook het vaste onderdeel voor de dagelijkse gebeden van moslims vormt. De afwijkingen van het rechte pad (as-siraata al-moestaqiem) zijn – volgens een onder moslims nogal populaire interpretatie – een verwijzing naar de joden (“op wie God’s toorn rust”) en christenen (“de dwalenden”) [1].

Door: Kamel Essabane

Deze interpretatie heeft mij altijd gestoord, omdat ik er iets van een veroordelend exclusivisme en superioriteitsdenken in proef, dat radicaal indruist tegen mijn begrip van de Koran, namelijk als een uitleg van Gods barmhartigheid voor de mensheid. Deze God – zo begrijp ik – is zowel transcendent als immanent. Dat wil zeggen: oneindig ver ‘boven’ de mens, maar tegelijkertijd oneindig ‘dichtbij’.

Voor een uiteenzetting van een voor mij aantrekkelijkere interpretatie begin ik bij het openingsvers van dit hoofdstuk, de basmala spreuk: “In de naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige”. Deze twee titels van God hebben allebei betrekking op barmhartigheid (rahma). In deze uitleg slaat “de Erbarmer” (ar-rahmaan) op het Zijn van God en “de Barmhartige” (ar-raheem) op de handelingen van God [2]. Dit correspondeert met het eerder genoemde verschil tussen de transcendente en immanente staat van God: God is eeuwig en onveranderlijk barmhartig, maar deze barmhartigheid manifesteert zich ook in Zijn handelen in de wereld. De basmala bestaat dus uit drie delen: God – transcendentie – immanentie.

Ook het openingshoofdstuk zelf wordt door traditionele korancommentatoren vaak in drie delen verdeeld [3]. Het eerste deel begint met een lofprijzing en enkele karakteristieke eigenschappen van God: “Alle lof zij God, de Heer der Werelden. De Erbarmer, de Barmhartige. Meester van de Dag des Oordeels.”

Het laatste deel van het hoofdstuk gaat over de mens en is een smeekbede om God’s leiding op aarde: “Leid ons op het rechte pad. Het pad van hen, aan wie U gunsten hebt geschonken – niet dat van hen, op wie (God’s) toorn rust, noch dat der dwalenden.”

Tussen deze twee delen, de verzen over God en de verzen over het pad naar God in de wereld, bevindt zich een sleutelvers dat gaat over de positie van de mens. Dit vers is belangrijk om te begrijpen wat het rechte pad inhoudt. Dit vers luidt: “Alleen u dienen wij en alleen U vragen wij om hulp”

Dit vers verwijst naar de twee belangrijkste beelden van de ideale mens volgens de Koran. De mens is zowel God’s dienaar (‘abd) als God’s vertegenwoordiger op aarde (khalifa). Als God’s dienaar neemt de mens een houding van nederigheid aan ten opzichte van God. Als God’s vertegenwoordiger is de mens ambitieus en heeft God’s hulp nodig voor verantwoord handelen in de wereld. Deze twee aspecten van het mens-zijn vormen twee zijden van dezelfde medaille, die volgens deze zienswijze naar het rechte pad leiden: Wie God wil dienen, dient God’s schepping.

Het versdeel: “niet dat (pad) van hen, op wie (God’s) toorn rust, noch dat der dwalenden” gaat over de mogelijkheid van het afwijken van het rechte pad. Het versdeel kan dan ook als een negatieve definitie van “het rechte pad”, gelezen worden. God’s toorn wordt afgeroepen door iets anders dan God te dienen, en dwaling volgt wanneer God niet om hulp wordt gevraagd. Echter, zij die het rechte pad volgen dienen God wel en vragen God om hulp, daarom rust er geen toorn op hen, noch zijn zij dwalenden.

Als we de laatste twee verzen van het hoofdstuk  met behulp van deze inzichten interpreteren komen we tot “Leid ons op het rechte pad [van hen die U  dienen en om hulp vragen], het pad van hen aan wie U gunsten hebt geschonken,van hen op wie niet (God’s) toorn rust en die niet dwalen”.[4]

Kortom: toorn en dwaling slaan nu zeker niet op joodse en christelijke ‘onjuiste paden’, maar kunnen beter begrepen worden als waarschuwingen voor het dienen van andere zaken dan God en Zijn schepping. Dit zijn geduchte valkuilen ongeacht welk pad men bewandelt. Amien (Amen)!

Voetnoten:
[1] Volgens bijvoorbeeld korancommentaar (tafsir) van Ibn Kathir (1373) en Al-Suyuti (1505); Zie als alternatief ook Arnold Yassin Mol’s interpretatie van het “rechte pad “(al-Siraata al-moestaqiem) als universeel pad van tien ethische geboden. http://www.nieuwemoskee.nl/2011/08/al-siraat-al-moestaqiem-de-koranische-tien-geboden/.
[2] Tafsir van Ibn al-Qayyim, volgens Muhammad Asad’s the Message of the Koran
[3] Zie Titus Burckhardt’s – Introduction to Sufi Doctrine H.6. De driedeling van het hoofdstuk is traditioneel, kenmerkend aan soefi korancommentaar is het onderscheid transcendentie en immanentie van God.
[4] Tafsir van Al-Zamakhshari (1143) volgens Muhammad Asad’s the Message of the Koran. Eigen vertaling. Tussen  [..] haakjes is mijn toevoeging.

Kamel Essabane is lid van het redactieteam van Nieuwemoskee

Geplaatst in: Opinie

RSSReacties (5)

Geef een reactie | Trackback URL

  1. Joep zegt:

    Menneer Essabane moet schriftgeleerde worden. Prachtige uitleg, kan het niet anders dan met hemm eens zijn!

  2. Coen Wessel zegt:

    Al weer een mooie en heldere uitleg. Een poging om door literair lezen een andere uitleg dan de traditionele te vinden.

  3. Aleksei zegt:

    “Deze interpretatie heeft mij altijd gestoord, omdat ik er iets van een veroordelend exclusivisme en superioriteitsdenken in proef”

    Je proeft het niet alleen hoor… het staat er gewoon. Je kan dat weer weg proberen te interpreteren, maar dat kost je zoals gewoonlijk weer veel meer moeite dan gewoon erkennen dat het er staat. Neem je zo’n optie ook wel eens mee?

    Zelfs in je herinterpretatie is het overigens nog redelijk doorspekt van goddelijk egocentrisme.. alsof er niets zinnigers te bedenken is dan je hele leven een onbekend almachtig object dienen in ruil voor een beloning. Is dat nou écht zo belangrijk? En zoja, waarom precies?

  4. Karunesh zegt:

    Kunstwerk ++

  5. Kelly zegt:

    Heldere uitleg!

Geef een reactie

Spelregels:
Voordat reacties worden geplaatst, worden ze getoetst aan de volgende criteria:
  1. Wees kritisch: Reageer inhoudelijk en niet op de persoon en onderbouw je reactie zoveel mogelijk met argumenten. Verwijs waar mogelijk naar concrete feiten en/of voorbeelden.
  2. Wees verfrissend: Geef vooral originele, frisse reacties die een nieuwe of andere kijk op het onderwerp geven. Wees kort (maximaal 400 woorden), krachtig en blijf bij het onderwerp (ontopic).
  3. Wees genuanceerd: Generaliseer niet waar dat niet past. Vermijd zwart-wit voorstellingen en wij-zij denken. Discriminerende, beledigende en (be)dreigende uitingen zijn niet toegestaan.

*

  • Advertentie