Gelijkwaardigheid van man en vrouw in de islam

Het gegeven dat moslimvrouwen zich tot kort geleden niet of nauwelijks bezighielden met koranexegese (tafsir) is waarschijnlijk een belangrijke oorzaak van het aanhoudende beeld dat in de islam de vrouw ondergeschikt is aan de man. De afgelopen decennia hebben verschillende vrouwelijke moslimintellectuelen aangetoond dat meer aandacht voor vrouwelijke aspecten in de openbaringsteksten en ruimte voor de stem van vrouwen bij de interpretatie daarvan, belangrijk zijn om recht te doen aan de feitelijke koranische boodschap van rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid. Culturele aspecten hebben overigens waarschijnlijk nog meer invloed op het halsstarrige beeld van de ondergeschikte moslimvrouw. Vooralsnog blijken namelijk vooral cultuurgebonden opvattingen en praktijken behoorlijk resistent te zijn tegen de zich snel verspreidende nieuwe religieuze inzichten.

Door: Ceylan Weber

Mannen en vrouwen worden in de Koran als gelijkwaardige mensen voorgesteld, die zonder onderscheid zijn aangesteld als rentmeester op aarde (khalifah). De traditionele interpretaties, die grotendeels eenzijdig vanuit mannelijk perspectief tot stand kwamen, doen dit uitgangspunt geen recht. Veel zaken die mannelijke exegeten – hoewel niet altijd bewust of opzettelijk – aan mannen toe-eigenden, zoals bepaalde aspecten van het Godsbeeld en het mensbeeld, wekken de indruk dat mannen onvoorwaardelijk volwaardige mensen zijn. Terwijl vrouwen toch enigszins van dit beeld afgeleide wezens blijven.  Bovendien wekken deze eenzijdige interpretaties vaak onterecht de indruk dat vrouwen en mannen aan elkaar tegengesteld zijn, bijvoorbeeld sterk en zwak of goed en slecht.  Ook dit beeld doet de koranische boodschap tekort, omdat mannen en vrouwen daar weliswaar niet als gelijken worden voorgesteld, maar wel als gelijkwaardigen die elkaar aanvullen en die elkaars helpers of gidsen (awliya) zijn (Koran, 9:71).

Er bestaat echter ook onder grote groepen moslims zelf ambivalentie of ten minste verwarring over deze gelijkwaardigheid. Hoewel alle moslims die de islamitische heilige teksten bewust bestuderen de ontologische gelijkwaardigheid van vrouwen en mannen expliciet onderschrijven, bestaan er grote verschillen in de betekenis en toepassing die daar vervolgens aan wordt toegekend. Het ene uiterste wordt gevormd door moslims die menen dat alleen een letterlijke interpretatie en toepassing van de Koran recht doet aan de boodschap van de islam. Dit betekent dat zij over het algemeen ervan uitgaan dat ook alle genderspecifieke koranische teksten over sociale omgangsvormen en normen universeel geldend zijn en dus zo moeten blijven worden toegepast. Aan het andere uiterste staan moslims die voor een vrijere, of ten minste een contextuele benadering, pleiten. Zij menen dat dergelijke teksten historisch bepaald en context gebonden zijn en dat veranderende contexten tot aangepaste toepassingen van de onderliggende principes moeten leiden. Sommige menen zelfs dat bepaalde teksten helemaal niet meer gelden.  

Om een indruk te geven van de huidige stand van zaken met betrekking tot de gelijkwaardigheid van moslimmannen en vrouwen, zal ik hierna eerst een korte schets geven van de positie van vrouwen tijdens de vroege ontstaansperiode van de islam, dat wil zeggen voor, tijdens en na de openbaringen aan profeet Mohammed. Vervolgens zal ik een grote sprong in de tijd maken – mede omdat er in de tussentijd niet zoveel veranderde –  en ingaan op de wijze waarop moslimvrouwen zich in de recente geschiedenis op verschillende religieuze onderzoeksterreinen begeven, en enkele resultaten tot nu toe benoemen.  

De positie van vrouwen voor-tijdens-na de openbaringen
Het is belangrijk ons te realiseren dat er ten tijde van de islamitische openbaringen op het Arabisch Schiereiland sprake was van een sterk patriarchaal georiënteerd systeem, waarbinnen mannen heersten en vaders het laatste woord hadden. De nomadische clan- en stammenstructuur bevestigde de dominante positie van mannen. Met uitzondering van enkele vrouwen uit meer elitaire clans – zoals de eerste echtgenote van profeet Mohammed, Khadidja – hadden vrouwen dan ook een onderworpen positie en hadden zij nauwelijks rechten. Zeker geen juridische of formele rechten.  Zij maakten vaak deel uit van het bezit van een man en vormden zelfs onderdeel van een erfenis. Door de nadruk op zonen die de toekomstige veiligheid van de stam moesten garanderen, werden vrouwelijke baby’s nogal eens gedood (door hen levend te begraven). En aan het recht van mannen om meer vrouwen te huwen (polygynie) waren geen formele grenzen of voorwaarden verbonden. 

In de vroege (Mekkaanse) periode van de Openbaringen vormden de Eenheid en Uniciteit van God (Tawhied) en rechtvaardigheid – in de Koran concreet verwoord in de zorg voor kwetsbare groepen als wezen, vrouwen en reizigers –  de kern van de boodschap. Tijdens de latere (Medinische) periode kwam dit streven naar rechtvaardigheid ook naar voren door de totstandkoming van verschillende nieuwe sociale en juridische normen. Zo kwam er een verbod op het doden van vrouwelijke baby’s, op geweld tegen vrouwen en op smaad en kwaadsprekerij, zoals het valselijk beschuldigen van overspel.   Polygynie werd begrensd en aan voorwaarden gekoppeld. Vrouwen kregen erfrecht en een stem in rechtszaken. Hun aan mannen gelijkwaardige ontologische status werd bevestigd en zij maakten dus ook geen deel meer uit van het bezit of erfgoed van mannen. Dit kwam bijvoorbeeld  tot uitdrukking in het verbod om vrouwen tegen hun zin uit te huwelijken en de instelling van een huwelijkscontract waarin ook vrouwen specifieke voorwaarden konden laten opnemen.

De positie van vrouwen verbeterde dus aanzienlijk tijdens de periode van Openbaringen. Vergeleken met hedendaagse opvattingen was hun situatie wellicht niet ideaal te noemen, maar de waarde van het toekennen van een gelijkwaardige ontologische status aan mannen en vrouwen en vooral het schriftelijk vastleggen van een aantal formele rechten in de Koran en later in overleveringen (hadieth) en in de Shari’ah, mag niet worden onderschat. In die tijd was dit revolutionair te noemen, ook in vergelijking met de toenmalige positie van vrouwen in het Westen.

Nadat de Openbaring was voltooid en de profeet was overleden, sloten de gelederen van het nog altijd heersende patriarchale systeem zich geleidelijk opnieuw. Het proces van verbetering van de positie van vrouwen stagneerde. Gaandeweg was er zelfs sprake van achteruitgang en een teruggang van de rol van vrouwen in het openbare leven. De heersende patriarchale opvattingen werden bijvoorbeeld duidelijk door het feit dat Ibn Ishaq[i], auteur van de meest gezaghebbende biografie van de Profeet (sira) Medina moest verlaten omdat hij beschuldigd werd van ketterij, onder meer omdat hij gebruik maakte van overleveringen door Joden, Christenen en vrouwen. Bovendien werden interpretaties van verschillende islamitische geleerden nogal eens beïnvloed door middeleeuwse christelijke ideeën over de ontologische en spirituele ongelijkwaardigheid van vrouwen[ii]. En in veel latere biografieën werden de overleveringen over het leven van vrouwelijke metgezellen van profeet Mohammed hier en daar aangepast, omdat de werkelijke verhalen waarin de vrouwen actieve en belangrijke rollen speelden, eigentijdse vrouwen zouden kunnen stimuleren om meer zichtbaarheid en invloed in het openbare leven na te streven[iii].

Uit de eerste eeuwen van de islam kennen we een aantal vrouwelijke gezaghebbende hadieth-geleerden en in de loop van de geschiedenis hebben enkele vrouwen belangrijke en zelfs leidende posities ingenomen[iv]. Maar met het oog op gelijkwaardigheid verslechterde de positie van vrouwen in het volgende millennium eerder dan dat zij verbeterde. Het zogeheten ‘sluiten van de poorten van idjtihad’[v] versterkte dit proces.  

Hedendaagse benaderingen
Vrouwen van alle volken hebben zich door de eeuwen heen verzet tegen onrecht en onderdrukking. Ongeveer anderhalve eeuw geleden ontstond een nieuwe vorm van verzet, die wij nu kennen als feminisme. De eerste feministische golf begon in negentiende eeuw in Engeland en was gericht op vrouwen uit de blanke middenklasse in Europa en de Verenigde Staten. In dezelfde periode zijn echter ook de eerste wortels van een vorm van islamitisch feminisme of vrouwenactivisme al te vinden, onder andere  in Turkije, Iran, Syrië, Libanon, en Egypte. De Egyptische nisa’iyya (vrouwenbeweging), kende bijvoorbeeld kort na 1920 haar hoogtepunt.

Tegenwoordig herkennen we in de moslimwereld uiteenlopende groepen vrouwen die opkomen voor de rechten van moslimvrouwen. Onder hen zijn seculiere feministen, orthodoxe en zogenoemde gematigde moslimvrouwen en vrouwen uit salafitische groepen. Daarnaast is vanaf de jaren zestig in verschillende delen van de moslimwereld een beweging ontstaan die patriarchale interpretaties en praktijken expliciet kritiseert. Dit wordt meestal het islamitische of moslimfeminisme genoemd, maar de meeste vrouwen gebruiken de term feminisme liever niet, onder meer vanwege de associatie die deze term meebrengt met de koloniale periode en slavernij. Deze beweging protesteert tegen het feit dat moslimmannen uitsluitend op grond van hun man zijn zichtbare en onzichtbare voorrechten genieten. Zij keert zich tegen de interpretaties van teksten en tradities waarmee deze voorrechten worden gelegitimeerd.

Deze beweging werd in de afgelopen decennia zichtbaar in traditionele samenlevingen in Afrika en Azië en in nieuwere moslimgemeenschappen in Noord-Amerika en Europa. In grote lijnen vloeiden hieruit twee takken van moslimfeminisme voort. Een activistische tak die concrete misstanden waarvan vrouwen slachtoffer worden, bestrijden. Hun thema’s worden sterk bepaald door de lokale problemen waarmee zij te maken krijgen. En een intellectuele tak: deze vrouwen houden zich bezig met theologisch en wetenschappelijk onderzoek naar interpretaties en toepassingen van islamitische bronnen. Beide groepen streven naar herstel van gelijkwaardigheid in het privé-leven en in het publieke domein.

Er zijn veel meer vrouwelijke activisten dan intellectuelen, hoewel de omvang van laatstgenoemde groep nu snel toeneemt. Ook in Nederland zijn verkennende stappen gezet, door bijvoorbeeld het uitbrengen van een Islamitische Vrouwen Manifest (IV/M) in november 2006 en het organiseren van een conferentie over de invloed en het gezag van vrouwen in 2007. En in juli 2010 organiseerden Nederlandse joodse, christelijke en moslimvrouwen samen een internationale, interreligieuze conferentie voor vrouwelijke theologen.

Vrouwelijke wetenschappers
Binnen het islamitische raamwerk groeide de laatste jaren het aantal vrouwen dat zich op academisch niveau bezighoudt met verschillende disciplines en onderzoeksterreinen. Relatief veel vrouwen onderzoeken de invloed van het patriarchale gedachtegoed op de ontwikkeling van de jurisprudentie (fiqh) in het islamitische familie- en huwelijksrecht. Andere vrouwen kijken vanuit socio-historisch perspectief naar de betekenis van teksten. Intussen verdiepen ook enkele vrouwen zich in ethische aspecten van de theologie[vi].

Voor de herlezing van de Koran maken vrouwelijke academici gebruik van zowel traditionele onderzoeksmethoden[vii], als moderne hermeneutische methoden, zoals semantisch en contextgericht onderzoek. In Nederland is op dit terrein vooral het werk van de Afro-Amerikaanse Amina Wadud, de Pakistaans-Amerikaanse Riffat Hassan[viii] en de eveneens Pakistaans-Amerikaanse Asma Barlas bekend geworden[ix].

Verschillende vrouwen bouwen voort op het gedachtegoed van Fazlur Rahman, een in 1988 overleden Pakistaanse wetenschapper. Hij legde veel nadruk op het centrale principe van sociale rechtvaardigheid in de Koran en stelde een nieuwe interpretatiemethode voor, die uitging van een dubbele beweging. De eerste beweging hield in dat een specifieke situatie in de Koran wordt onderzocht om deze te kunnen vertalen naar een algemeen sociaal-moreel principe, zoals rechtvaardigheid, gelijk(waardig)heid en vrijheid. De tweede beweging was andersom: van algemeen naar specifiek. De algemene sociaal-morele principes moeten vertaald worden naar specifieke hedendaagse omstandigheden. 

Een van de belangrijkste kritiekpunten van deze vrouwelijke wetenschappers ten aanzien van de traditionele methode van tafsir (koranuitleg), is dat dit een zogenaamd ‘atomistische methode’ betreft. Daarbij wordt ieder vers afzonderlijk bestudeerd en tot in de kleinste details opgesplitst, wat kan leiden tot onvoldoende herkenning van de thematische eenheidsstructuren. De vrouwen kiezen daarom voor een holistische interpretatiemethode, waarbij ze de context van de Koran als openbaringstekst, de grammaticale en semantische compositie van de tekst, het Godsbeeld, mensbeeld en de totale wereldvisie die eruit naar voren komt in aanmerking nemen.

Vrouwelijke koranonderzoeksters werken meestal aan de hand van centrale beginselen uit de Koran, zoals de eenheid en uniciteit van God (Tauwhied).  Doordenking van dit basisprincipe leidt tot het inzicht dat mensen alleen met God een wezenlijk hiërarchische relatie hebben, waarbij de mens God dient. Relaties tussen mensen en dus ook tussen man en vrouw zijn gelijkwaardig waarbij men van elkaar afhankelijk is.

Een ander voorbeeld is de vrije wil (irada): toen de mens met een vrije wil geschapen werd, maakte God geen onderscheid tussen vrouwen en mannen. Is het dan logisch als vrouwen toestemming aan mannen moeten vragen om over de vrije wil te beschikken die ze van God kregen?

Aan de hand van het koranische scheppingsverhaal, waarin onder meer staat dat mannen en vrouwen uit één wezen of ziel werden geschapen en waarin Adam en Eva gelijkelijk verantwoordelijk worden gesteld voor het eten van de verboden vruchten, bieden zij tegenargumenten tegen iedere suggestie van een door de goddelijke schepping aangebrachte en dus onveranderlijke ongelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen.

Op de vraag of de Koran genderongelijkwaardigheid of onderdrukking van vrouwen legitimeert, gaat met name Barlas uitgebreid in. Zij stelt dat het gegeven dat er in de Koran rekening wordt gehouden met het destijds bestaande patriarchale systeem, niet hoeft te betekenen dat dit een structureel of noodzakelijk onderdeel van de islamitische boodschap is. Zij wijst er bovendien op dat de Koran zelf vraagt om in ‘de beste betekenis’ gelezen te worden en vraagt zich af of ‘het Woord van God in de beste betekenis gelezen wordt als de tekst zo vrouwonvriendelijk wordt uitgelegd? En zo ja, waarom? Bovendien moet een interpretatie gebaseerd zijn op een juist begrip van God. Als de Koran vertelt dat God  niemand zoelm, onrechtvaardigheid als gevolg van het schenden van iemands rechten, aandoet, dan is het onmogelijk dat mensen discriminatie of onderdrukking van vrouwen in de Koran lezen. Dan schrijf je feitelijk zoelm toe aan God. Zij raadt moslims aan om de gekozen interpretaties kritisch onder de loep te nemen, in plaats van zichzelf gevangen te zetten in eerdere keuzes en vervolgens de Koran de schuld te geven”.

Laleh Bakhtiar
In 2008 verscheen de eerste volledige Engelse vertaling van de Koran die ooit door een vrouw werd gemaakt[x], met een opmerkelijk resultaat. De Iraans-Amerikaanse Laleh Bakhtiar gebruikte een afwijkende vertaalmethode waarbij ze eerst een begrippenlijst aanlegde in plaats van de tekst vers voor vers te vertalen. Daardoor zijn er veel minder ‘slordige’ overlappingen in de vertaling gekomen. In veel vertalingen wordt bijvoorbeeld het Engelse woord sin voor liefst 23 verschillende Arabische woorden gebruikt en to turn zelfs voor 43 Arabische woorden!

Het werk kreeg vooral aandacht vanwege haar controversiële vertaling van het in het Westen meest besproken koranvers 4:34 dat gaat over de verhouding tussen mannen en vrouwen en dat zou stellen dat mannen hun echtgenotes mogen slaan als zij (zedelijke) ongehoorzaamheid vertonen. Bakthiar ontdekte dat het Arabische werkwoord daraba, dat bij dit vers normaal gesproken vertaald wordt met slaan, in de Koran in 17 betekenissen voorkomt, en dat één van die betekenissen weggaan is. Daarnaast ontdekte ze dat er geen enkele overlevering bekend is waaruit blijkt dat profeet Mohammed ooit in zijn leven een vrouw sloeg. Als hij ruzie had met een echtgenote, en een gesprek en tijdelijk apart slapen niet hielpen, ging hij weg. Nu is voor de meeste moslims het volgen van het voorbeeld van de profeet (sunna), na de Koran de belangrijkste leidraad. Het is zelfs zo dat alle klassieke korangeleerden als dat nodig was, gebruik maakten van deze sunna om duidelijkheid te scheppen over de interpretatie van bepaalde koranteksten. Voor Bakhtiar was het helder dat de juiste interpretatie en vertaling van het van daraba afgeleide woord ‘idrib’ dus ‘ga weg’ is. En niet ‘sla haar’!

Voorlopige stand van zaken
Vooralsnog is het werk van Bakhtiar en andere islamitische feministische intellectuelen controversieel binnen een groot deel van de moslimwereld. Het verdwijnen van lang bestaande voorrechten voor mannen en het nemen van verantwoordelijkheid voor nieuwe taken en rollen door vrouwen, leidt bij beide groepen tot onzekerheid en spanning. Momenteel wordt binnen de wereldwijde moslimgemeenschap bovendien hevig gediscussieerd over de vraag hoe koranteksten geïnterpreteerd en toegepast moeten worden, en wie zich met deze vraag bezig ‘mogen’ houden. Betreffen de teksten ‘slechts’ een weergave van de toenmalige werkelijkheid zonder dat zij een voorschrijvend karakter hebben voor de positie en rol van vrouwen voor alle tijden en omstandigheden? Of betreft het hier teksten die vanwege hun goddelijke oorsprong wel tot universeel, absoluut geldende regels leiden?

In het licht van dit wereldwijde felle debat dreigt het werk van deze vrouwelijke intellectuelen vooralsnog ondergesneeuwd te raken. Maar het feit dat steeds meer moslimvrouwen nu voldoende zijn opgeleid om zich op wetenschappelijk niveau bezig te houden met het onderzoeken, vertalen en interpreteren van de islamitische heilige teksten, een terrein dat lange tijd nagenoeg alleen toegankelijk was voor mannen, is van grote  betekenis voor nieuwe man-vrouw-verhoudingen binnen moslimgemeenschappen. Mede omdat zij naast moderne onderzoeksmethoden gebruik blijven maken van de klassieke methoden van koranexegese, kan hun werk bovendien ook niet eenvoudigweg genegeerd of  gediskwalificeerd worden.

Ceylan Weber is lid van de redactie van Nieuwemoskee. Dit artikel is een bewerking van een inleiding die zij in 2009 hield tijdens een bijeenkomst van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).



[i] Medina, ca. 750AD.

[ii] Barbara Freyer Stowasser, Women in the Qur’an, Traditions and Interpretations

[iii] Een voorbeeld is het verhaal van Umm Waraqa bint ‘Abd Allah ibn al-Harith, over wie overleveringen bestaan die vertellen dat zij haar volledige (gemengde) huishouden leidde in het gebed met nadrukkelijke toestemming van de Profeet, vanwege haar buitengewone kennis van de Koran. De implicatie daarvan zou kunnen zijn dat waar na de achtste eeuw bepaalde religieuze functies en gezag sterk gender gebonden werden en uitsluitend aan mannen werden toegekend,  in de eerste eeuw van de Islam  het prioriteitsprincipe  (sabiqa), de persoon met de meeste religieuze bagage – en zoals hieruit blijkt dus ook een vrouw – wel degelijk zou toestaan om zo’n leidende positie in te nemen. Latere verzamelaars van overleveringen noemden wel de excellente kennis van de Koran van Umm Waraqa’s , maar lieten het feit dat de Profeet haar had aangewezen als gebedsleider (imam) voor haar huishouden achterwege.

[iv] Zoals Rabi’a al Basra (717-801).

[v] Het recht om onafhankelijke juridische oordelen te vormen op basis van kennis en logisch redeneren

[vi] Zie bijv. Kecia Ali, Sexual Ethics & Islam; Feminist Reflections on Qur’an, Hadith and Jurisprudence, Oxford 2006.

[vii] Zoals onderzoek naar de aanleiding van openbaringen  (asbab an-nuzul) en analogie (qiyas).

[viii] Riffat Hassan wijst op de grote kloof tussen wat als normatief ideaal wordt beschouwd in de islam en de praktijk. ‘De echtgenoot wordt feitelijk beschouwd als de poort naar de hemel of naar de hel voor de vrouw: de bepaler van haar uiteindelijke lot. Dat een dergelijk idee binnen de islam kan bestaan, een religie die een theorie van enige bemiddelaar tussen de gelovige en God verwerpt, is een diepe ironie en tegelijk een grote tragedie.’ Volgens Hassan heeft deze opvatting geleid tot ernstige en structurele achterstelling van meisjes en vrouwen.

[ix] Zie  Asma Barlas, Believing Women in Islam. Unreading Patriarchal Interpretations of the Qur’an. University of Texas Press, Austin, 2002; Riffat Hassan, ‘Gelijk voor God ongelijk op aarde? Islamitische vrouwen en mensenrechten’ in Mensen, rechten en islam, Amsterdam 1998; Amina Wadud,  De koran en de vrouw. Herlezing van een heilige tekst vanuit een vrouwelijk perspectief, Uitgeverij Bulaaq, Amsterdam, 2004 (in het Engels voor het eerst uitgegeven in 1999

[x] The Sublime Quran, translated by Laleh Bakhtiar, Islamicworld.com, Chicago, 2007 (www.sublimequran.com)

Geplaatst in: Verdieping

Tags:

RSSReacties (7)

Geef een reactie | Trackback URL

  1. Simin zegt:

    Mevrouw Bakhtiar’s vertaling is niet de eerste Engelse vertaling van de Koran. Vóór haar, had professor Tahereh Saffarzadeh in 2001 de Koran naar Engels en Perzisch vertaald. Voor deze vertaling kreeg ze de prijs van de ´Organization of Afro-Asian writers´in 2005. Haar verdere gegevens kun je in wikipedia vinden.

  2. Ceylan Weber zegt:

    Beste Simin,
    Hartelijk dank voor deze informatie. Dit wist ik niet. Ga er zeker naar kijken!
    Vriendelijke groet,
    Ceylan

  3. Max zegt:

    Ex moslim Ehsan Jami noemde de islam “een achterlijke religie.”…. Maar, zo riep hij, “vroeg of laat zullen moslims er toch achterkomen dat ze in Nederland leven en niet in Barbaristan”. De islam kent geen zelfkritiek en een “verlichte islam bestaat niet”, beweerde hij ook nog.De islam heeft sinds Mohammed stand gehouden door tegenstanders en critici te vermoorden, en uitsluitend lofzangen toe te staan. Dat maakt duidelijk hoe bang de islam is voor het vrije woord.In 2005 werd Rachid Ben Ali bij herhaling bedreigd nadat het Cobramuseum een aantal van zijn schilderijen had geëxposeerd. Met sommige daarvan wilde hij een discussie losmaken over extremisme binnen de islam. Tegen zijn zin kreeg hij geruime tijd 24-uursbewaking. In datzelfde jaar zag de toen 21-jarige studente aan de kunstacademie Hasna El Maroudi zich genoodzaakt haar column in de NRC te staken. Op internet circuleerden doodsbedreigingen aan haar adres, en op straat werd zij bespuugd en uitgescholden na een kritische column over de Arabische cultuur in relatie tot de Berbercultuur. Schrijfster Naima el Bezaz werd bedreigd naar aanleiding van enkele vrijmoedige passages in haar roman Minnares van de duivel die, in de beleving van de bedreigers, blasfemisch waren. Op internetfora werd opgeroepen haar zo snel mogelijk naast Theo van Gogh te laten liggen. El Bezaz annuleerde optredens en zocht de anonimiteit op, in de hoop dat de bedreigingen zouden afnemen.Uit de brief die Mohammed B. achterliet op het lichaam van Van Gogh kon worden opgemaakt dat Hirsi Ali zijn eerste doelwit was, maar dat zij te goed beveiligd was. Anders was zíj het geweest van wie hij de keel had doorgesneden.Van Gogh is niet de eerste Nederlander die is vermoord omwille van het behoud van de islam. Het moet veel meer bekend worden dat ook de stijgende aantallen eremoorden op vrouwen om deze reden worden gepleegd. Vele vrouwen en meisjes zijn al vermoord omdat ze ‘verwesterd’ zijn, en zich aan het agressieve gezag van hun vaders en broers proberen te onttrekken.De vermoorde vrouwen zijn in tegenstelling tot de vermoorde journalisten en wetenschappers meestal naamloos, maar het is typerend voor de manier hoe de islam zich al eeuwen handhaaft door het elimineren van critici en afvalligen…..Moslims zijn al meer dan 1400 jaar gegijzeld door hun godsdienstige systeem. Ze zijn eenvoudig nooit blootgesteld aan de wereld buiten hun islamitische beperkte gevangenis. Ze volgen blindelings hun dogma en zijn in het geheel niet in staat tot zelfreflectie en zelfkritiek.Wat de islam hun leert? Niets dan haat dragen. Wie niet in de islam gelooft, moet gedood worden.Wat heeft de islam nou allemaal opgeleverd? Helemaal niks. Prakties alle geïslamiseerd landen zijn tot de armste landen van de wereld gaan behoren. Ze zijn afhankelijk van ontwikkelingshulp voortkomende uit een aangepraat schuldcomplex. Ze kennen slecht onderwijs, een hoog analfabetisme, een lage levensstandaard, een lage levensverwachting, veel oorlogen, belabberde mensenrechten, en het zijn prakties allemaal dictaturen, en ze produceren niets.Ik begrijp echt niet waarom moslims zo pochen over de islam. Waar zijn ze nou zo trots op?Als je inderdaad reeds uitgaat van de idee dat jouw eigen geloof superieur is, en al de andere minderwaardige mensen (en dat doen moslims ook), dan ben je niet echt goed bezig.De wortel van islamitisch terrorisme is de Islam. Het bewijs daarvan is de Koran.De inhoud van de Koran is zo geformuleerd dat de bevelen gericht zijn aan moslims van alle tijden, dus ook aan moslims van nu.De islam is gericht op het veroveren van de wereld en de ongelovige heeft de keuze: bekering, boete betalen of de dood.

  4. Ceylan Weber zegt:

    Beste Max,
    Een luguber rijtje feiten, gevolgd door een even luguber rijtje apocalyptische uitspraken die eindeloos herhaald worden. Maar ik mis een rechtstreekse reactie op het artikel erboven. Kunt u daar misschien iets concreter op ingaan?
    Vriendelijke groet, Ceylan Weber

  5. anoniempje anoniem zegt:

    welke positie hebben de mannen?

  6. Anna Maria/Suraya zegt:

    Geachte Max,
    Er zijn tal van zaken die tegen de Koranische boodschap ingaan, maar later helaas toch tot de islam zijn gaan behoren.
    De maatschappij blijft al dan niet belangeloos ”mensenwerk”.

  7. Fatima zegt:

    Ingaand op de interpretatie van soera 4:34, ben ik van mening dat hier wel degelijk wordt bedoeld om de vrouw te slaan. http://www.answering-islam.org/Dutch/arlandson/huiselijkgeweldislam.htm

Geef een reactie

Spelregels:
Voordat reacties worden geplaatst, worden ze getoetst aan de volgende criteria:
  1. Wees kritisch: Reageer inhoudelijk en niet op de persoon en onderbouw je reactie zoveel mogelijk met argumenten. Verwijs waar mogelijk naar concrete feiten en/of voorbeelden.
  2. Wees verfrissend: Geef vooral originele, frisse reacties die een nieuwe of andere kijk op het onderwerp geven. Wees kort (maximaal 400 woorden), krachtig en blijf bij het onderwerp (ontopic).
  3. Wees genuanceerd: Generaliseer niet waar dat niet past. Vermijd zwart-wit voorstellingen en wij-zij denken. Discriminerende, beledigende en (be)dreigende uitingen zijn niet toegestaan.

Current month ye@r day *

  • Advertentie