De tuin van de moskee: paradijs of park?

De ingang van de Amsterdamse Fatih-moskee op de Rozengracht is bijna onzichtbaar. Het is een witte deur naast het portaal van wat ooit een katholieke kerk was. De voormalige ingang van de kerk hoort nu bij een kapperszaak. Mensen die langslopen, weten vaak niet dat er een moskee is, ook moslims niet. Eenmaal binnen moet de bezoeker door een lange, smalle gang om bij de verrassende mooie gebedsruimte te kunnen komen. Tussen de gebedsruimte en de ingang is genoeg plek en licht om er wellicht een kleine tuin te realiseren. Dat is een wens van Mehmet Yamali, een van de actieve moskeegangers. Niet alleen moet er een mooie ingang komen, maar ook de gang moet verbreed worden, zodat er ruimte ontstaat voor bloemen, planten en misschien zelfs een klein fonteintje. De gebedsruimte is al een oase van rust in de binnenstad. Een mooie ingang en tuin zouden het plaatje compleet maken. Yamali hoopt dat de Fatih-moskee hierdoor aantrekkelijker en meer uitnodigend wordt voor niet-moslims. Een niet-islamitische bezoekster van de moskee zei het er helemaal mee eens te zijn. In Parijs heeft ze de Grote Moskee bezocht. Ze was erg onder de indruk van de bloemenzee op de binnenplaats. Misschien kan die als voorbeeld dienen voor de moskee op de Rozengracht? Ook in experimentele moskee-ontwerpen, vaak beschreven als ‘modern’ en ‘westers’, komt de tuin steeds weer terug. Het ligt dan ook voor de hand om ons af te vragen welk verband er bestaat tussen flora en religie.

Door: Pooyan Tamimi Arab

Binnenplaats van de Grote Moskee van Parijs

Het paradijs als politieke theologie
Het lijkt een eenvoudige kwestie, wel of geen tuin. Maar de tuin kent in zowel het christendom als de islam een bijzondere geschiedenis en betekenis. Enkele korte historische uiteenzettingen kunnen een basis vormen voor een hedendaagse benadering.

De tuin is voor miljoenen mensen, zo niet miljarden, het paradigmatische symbool van het paradijs. Het woord paradijs komt voor in de meeste Europese talen, paradis in het Frans, Paradies in Duits, paradiso in het Italiaans, paradisus in Latijn. Het is via het Griekse paradeisos naar ons continent gekomen en heeft een Perzische oorsprong als pairi-daeza. Hamed Khosravi, een Iraanse architect, maakte me erop attent dat pairi-daeza al voorkomt in de Avesta, het heilige geschrift van de Zarathustrische religie. Nog altijd verwijst pardis in het Farsi naar een goddelijke tuin.

Al in de prechristelijke tijd betekende paradijs niet alleen een hemelse tuin, maar vooral, en etymologisch letterlijk, een ‘omsloten fort’, een veilige haven in een gevaarlijke wereld. Het paradijs was nauw verbonden met een ideaalbeeld van de beste stad, wat later de ideale polis werd en in de Islamitische traditie de medina al fadila. Het ommuurde karakter van het paradijs en de ideale stad hadden een politiek-religieuze betekenis om goed van kwaad, heilig van profaan en vriend van vijand te scheiden. Deze ‘politieke theologie’, zoals de filosoof Carl Schmitt het heeft benoemd, werd verder ontwikkeld binnen de christelijke en islamitische religies, met overeenkomsten en verschillen.

In de christelijke traditie ontwikkelde zich bijvoorbeeld het idee van de Hortus Conclusus, de ommuurde tuin. Het paradijs wordt als een ommuurde tuin voorgesteld die de zuiverheid van de Heilige Maagd beschermt. Het is een plek die de bron is voor het leven, waar alles groeit en bloeit en waar het kwaad is verslagen, getemd of buitengesloten. In de middeleeuwse schilderkunst komt het thema vaak terug en het werd ook bouwkundig gerealiseerd in veel binnenplaatsen van vooral kloosters.

Hortus Conclusus. Circa 1410. Städel Museum Frankfurt.

Dat deze ommuring geen onschuldige rol had, blijkt bijvoorbeeld door een schilderij uit de Renaissance van Giovanni Bellini, waarop een moslim bewust buiten de tuin is geplaatst. Ongeveer een halve eeuw daarvoor hadden moslims Constantinopel veroverd en waren dus de vijand voor de Venetianen, die niet alleen christelijk waren maar ook nauwe banden hadden met de Byzantijnen. De muur van de tuin definieerde ‘de Ander’.

Academici beweren soms dat de scheiding tussen het heilige en het profane (wereldlijke) specifiek westers of christelijk zou zijn. Dat is overdreven, want deze scheiding kan men ook in de islamitische geschiedenis op meerdere plaatsen en tijden terugvinden. Een meer bescheiden en makkelijker te rechtvaardigen idee is dat het onderscheid tussen het heilige en profane in de islamitische architectuur haar specifieke eigenaardigheden kent, die niet volledig terug te brengen zijn tot traditioneel westerse schema’s.

Wie in de vroege islamitische architectuur is geïnteresseerd, doet er in dit verband goed aan om het werk van Oleg Grabar te raadplegen. Hij beschrijft de vroegste Medina (stadsdeel) van de profeet Mohammed als een paradijselijke ommuring, die de ummah kon scheiden van de anderen. De profeet, zijn familie en vroege volgers woonden samen in een rechthoekig gevormd centrum die de heilige kern, de rituele plaats van het gebed, kon beschermen. Hun huizen en lichamen vormden letterlijk de scheiding tussen heilig en profaan, vriend en vijand. Een meer recent en minder gevoelig voorbeeld waarbij de tuin duidelijk werd gebruikt als expressie van macht, is het schitterende plein van Isfahan, een ommuurde openbare plek die de macht van de 17e eeuwse Safavidische vorst moest consolideren. De koning probeerde door de bouw van zijn ‘paradijs’ zowel de religieuze als de seculiere macht aan elkaar te verbinden en aan zich toe te eigenen.

Waarom heilig en profaan nog steeds van belang zijn
Deze voorbeelden moeten slechts een indruk geven van de complexe samenhang tussen ideeën over het paradijs en het gebruik van de tuin als een ommuurde, heilige plek. Hoe kan dit relevant zijn voor het denken over hedendaagse moskeeën? Is een ommuurde, beschermde tuin in de betekenis van  heilig paradijs bruikbaar of juist niet? Ik zie twee potentiële voordelen van een dergelijk paradijs op aarde.

Ten eerste werkt een tuin bijna op een hypnotiserende manier rustgevend en therapeutisch. De Grote Moskee van Parijs is zeer duidelijk ommuurd, maar een opening biedt de mensen op straat een kans om naar binnen te kijken. Wat zij van buiten zien is een paradijselijke tuin die mensen door zijn schoonheid naar binnen lokt. In een snelle wereld biedt zo’n plek een kans om in een meer contemplatieve toestand te raken. De tuin kan als ideologisch instrument worden gebruikt; niet alleen als uitsluiting maar ook als insluiting. Het is een eigen plek voor een specifieke groep gelovigen, en biedt tegelijkertijd een uitnodiging aan buitenstaanders.

Ten tweede kan een strikte scheiding tussen heilig en profaan een bevrijdend effect hebben voor religieuze mensen. Wanneer het heilige een specifieke plek krijgt, dan kan het imperfecte, het profane, zowel getolereerd, als kritisch beschouwd worden. Het heilige zien gelovigen als transcendent en in die zin als ‘onafhankelijk’. Binnen de kaders van de rituelen die in de gebedsruimte worden uitgevoerd en in de omringende, ontspannende ruimte van de tuin, kan een zekere mate van perfectie worden bereikt die in het dagelijkse, profane leven onmogelijk is voor stervelingen. Dezelfde scheiding tussen heilig en profaan kan dienen om het enthousiasme van de wil voor perfectie te temmen. Een wil die de macht heeft om destructief te zijn wanneer zij alomvattend hoopt te zijn.

De tuin in nieuwe moskee-ontwerpen
De vraag hoe vandaag naar de tuin van moskeeën gekeken kan worden, wordt nog complexer door recente discussiemodellen voor Europese islamitische architectuur. In het bekende Poldermoskee-ontwerp (Ergun Erkoçu, Concept 0031) is een groen karakter van groot belang. We zien veel gras en bomen om de moskee heen en zelfs op het dak. Het groen bevindt zich op een open plek, zonder uitsluitende muren. Deze eco-vriendelijke moskee heeft niet echt een tuin in de traditionele zin van het woord paradijs, als omsloten tuin, maar meer als een openbaar park: een plek voor iedereen. Het heilige en profane worden in de moskee natuurlijk wel enigszins van elkaar gescheiden. In de gebedsruimte moeten de schoenen uit en buiten niet. Maar het park speelt geen eenduidige rol in die scheiding.

De tuin als publieke plek, als een park, komt ook terug in een nieuw moskee-ontwerp van twee Belgische architecten. Het discussiemodel wil een centrale rol toekennen aan het moderne gebedshuis voor de stad Gent en gebruikt de tuin als ontmoetingsplaats voor de inwoners van de stad. De tuin is een ‘afspiegeling van het paradijs’, het begin en het einde van de mens voor moslims, christenen en joden. “Vanuit esthetisch oogpunt zou het een streling voor het oog moeten zijn, zowel voor moslims als voor niet-moslims. De omgeving zou rustig moeten zijn. Het zou een complex moeten zijn, omgeven door een tuin, waterbassins en met een speeltuin voor de kinderen” (de architecten citeerden de oprichter van de Tehvid Moskee in Gent, uit Kanmaz 2009). In dit bijzondere ontwerp biedt de moskee een aantal faciliteiten, die in een centraal park liggen dat voor iedereen in de stad toegankelijk is (bijvoorbeeld een theehuis, badhuis, bibliotheek, enzovoort).

Caroline Lateur en Stefanie Everaert. 2012. Doorzoninterieurarchitecten.

Is een paradijselijke tuin een totaal openbare plek, zonder muren? Of is het traditionele onderscheid tussen private en publieke ruimte geschikter? Is er een tussenpositie mogelijk? De hypnotiserende, meditatieve magie van een binnenplaats is niet gemakkelijk te behouden wanneer de tuin zich niet duidelijk onderscheidt van de buitenwereld. Toch kan ook een moskee-met-tuin-complex een oase van rust zijn in onze verder profane wereld. Hoe we ons de moskee van de toekomst ook voorstellen, de tuin zal een wezenlijk en belangrijk element in ons denken daarover blijven en kan worden ingezet om relaties tussen mensen, gelovigen en ongelovigen, te beïnvloeden.

Bronnen
– Carl Schmitt. [1922] 1985. Political Theology: Four Chapters on the Concept of Sovereignty. Vertaald door George D. Schwab. MIT Press.
– Hamed Khosravi. 2011. Paradise. Op http://thecityasaproject.org/2011/07/paradise/.
– Hamed Khosravi. 2012. Medina. Op http://thecityasaproject.org/2012/06/medina/.
– Oleg Grabar. 1969. The Architecture of the Middle Eastern City, from past to present: The case of the Mosque. In: I.M. Lapidus (ed.). Middle Eastern Cities. University of California Press.

Pooyan Tamimi Arab (1983) heeft kunstgeschiedenis en filosofie gestudeerd in Amsterdam en New York. Op dit moment is hij promovendus culturele antropologie in Utrecht.

Geplaatst in: Verdieping

Tags:

RSSReacties (4)

Geef een reactie | Trackback URL

  1. Suzan zegt:

    Ben wel eens in de Fatih-moskee geweest. Die kan zeker van de buitenkant ook wel een opknapbeurtje gebruiken. Verder een mooi artikel, stuur dit artikel door naar vrienden. Dank.

  2. Rosalinda zegt:

    Een tijd lang kwam ik regelmatig in deze moskee. Als ze een binnentuin aan gaan leggen, wil ik best een leuk plantje of struikje meebrengen en planten. :-)

  3. Patris zegt:

    Beste schrijver,

    Over de goddelijke tuin snap ik echt niet. Wilt u het nog duidelijker maken?

    Groeten,

    Patris.

  4. Dank voor dit mooie artikel over omsloten tuinen!
    er is nu een tentoonstelling in Parijs, net geopened in het Institut du monde arabe
    Jardins d’Orient
    De l’Alhambra au Taj Mahal
    http://www.imarabe.org/exposition/jardins-d-orient
    de hypnotiserende werking van een omsloten tuin, weg dromen, stilte en rust, Dat zie je ook in katholieke kloostertuinen nog steeds. Een mooi gebaar om de tuin die u van plan bent te realiseren ook voor niet moslim gelovigen open te stellen. Ook in het katholieke geloof streeft men naar een zelfde paradijs.
    god zij met u
    Margriet Smulders

Geef een reactie

Spelregels:
Voordat reacties worden geplaatst, worden ze getoetst aan de volgende criteria:
  1. Wees kritisch: Reageer inhoudelijk en niet op de persoon en onderbouw je reactie zoveel mogelijk met argumenten. Verwijs waar mogelijk naar concrete feiten en/of voorbeelden.
  2. Wees verfrissend: Geef vooral originele, frisse reacties die een nieuwe of andere kijk op het onderwerp geven. Wees kort (maximaal 400 woorden), krachtig en blijf bij het onderwerp (ontopic).
  3. Wees genuanceerd: Generaliseer niet waar dat niet past. Vermijd zwart-wit voorstellingen en wij-zij denken. Discriminerende, beledigende en (be)dreigende uitingen zijn niet toegestaan.

Current month ye@r day *

  • Advertentie