De cultivering van het ‘gangsterisme’

Het verschijnsel ‘gangsterisme’ bestaat al sinds mensenheugenis. De kern ervan is het verrichten van criminele handelingen om zich financieel te verrijken. Daarbij tellen wetgeving of morele kaders niet mee en worden deze oneindig vaak overschreden. ‘Gangsterisme’ vinden we in de economische onderklasse van iedere samenleving; vaak ingegeven door een noodzaak tot overleven. Overlevingsdrang leidt tot het buiten beschouwing laten van morele aspecten door de ‘gangsters’. Het ‘gangsterisme’ nam halverwege de 20e eeuw nieuwe vormen aan, toen de georganiseerde misdaad zich ging bemoeien met ongereguleerde praktijken zoals de handel in drank, drugs, prostitutie en gokken. Het imago dat gangsters zichzelf sindsdien aanmeten, spreekt bepaalde groepen jongeren  nu dusdanig aan, dat deze zich graag kleden en gedragen alsof ze zelf de opperbaas van een misdaadimperium zijn. Wat mij daarbij vooral bevreemdt, is de neiging om autochtone zware criminelen als Holleeder tot een soort cultfiguur te verheffen, terwijl iemand met een vergelijkbaar strafblad en die toevallig Khalid Boulahrouz of Mohammed Jabri zou heten, een absolute loser is, waarbij het land te klein wordt voor iedere Marokkaan of moslim die hier rondloopt.

Door: Mohammed R. Jabri

Slechteriken, rap coon parades en bling-bling
Gezien de maatschappelijke kansen hier, komt de behoefte aan ‘gangstergedrag’ in Nederland meestal niet voort uit de noodzaak tot overleven, hoewel het soms wel op die manier wordt uitgelegd. De behoefte aan ‘gangstergedrag’ komt eerder voort uit een collectieve cultivering van het ‘gangsterisme’. Hoezeer we de georganiseerde misdaad ook veroordelen – meestal ingegeven door politieke correctheid —, bij het kijken naar films als ‘The Godfather’, ‘Scarface’, ‘The king of New York’ en ‘The Departed’, en zelfs bij het volgen van het proces tegen ‘cultgangster’ Willem Holleeder, ontwikkelen mensen onbewust toch sympathie voor de hoofdrolspelers. Voor mensen dus met vaak uiterst immoreel gedrag en een zelfdestructieve houding. Zelfs werkelijke criminelen zoals Willem Holleeder en Mink K., worden in de media opgeblazen tot nationale helden. Tussen de regels door worden ze min of meer ‘vereerd’ en met een speelse vorm van respect besproken. Een gevolg is dat groepen jongeren dergelijke personen die in feite niets meer zijn dan ordinaire mislukkelingen, het gangstergedrag gaan nabootsen. Ze denken dat het stoer is, respect afdwingt en het hartstikke normaal is om voor niets minder dan een gangster aangezien te worden.

Intussen kreeg ook een andere cultuur veel invloed op het verheerlijken van gangsterisme onder jongeren, namelijk de hiphopcultuur. In de jaren ’80 en ’90 voorzagen veel zwarte hiphopartiesten hun muzikale creaties nog voornamelijk van een positieve boodschap en riepen zij mensen op om vooral nee te zeggen tegen drugs en  spoorden ze je aan om je school af te maken en te proberen de ghetto te ontvluchten. Maar in de 21e eeuw is de rapcultuur verworden tot het instandhouden van de ‘grootsheid’ van virtuele persoonlijkheden zoals Tony Montana (‘Scarface’) en Don Vito Corleone (‘The Godfather’), en wordt hun virtuele bijdrage aan de samenleving opgeblazen tot mythische proporties. Daarnaast is het aantal artiesten dat slechts slappe teksten laat horen over hoeveel geld er op hun bankrekening staat, oneindig. En maakt zij de ‘bling- bling-cultuur’ haast tot een nieuwe vorm van religie, waarbij geld als opperste macht geldt en de waarde van een mensenleven wordt ingeschat aan de hand van het aantal diamanten en goud in de mond.

Artiesten zoals Public Enemy, Paris, Big Daddy Kane, Ice Cube en Heavy D waren in de jaren ’80 en ’90 nog leuk om naar te luisteren. Zij beschikten ook over het vermogen om de neiging tot het aanbidden van gangsterfiguren uit veel populaire films te reduceren. De luisterende jeugd hoorde vooral dat dergelijke personen allesbehalve een voorbeeld voor hen waren. Toen bij — grotendeels blanke — platenmaatschappijen het besef groeide dat de hiphopcultuur de potentie van een miljardenindustrie had, investeerden zij fors in een nieuwe lichting artiesten die vooral het negativisme in ghetto’s promootten, waardoor uiteindelijk de opkomst van een positief zwart bewustzijn, na de periode van Martin Luther King, Malcolm X en Stokeley Carmichael, opnieuw de kop werd ingedrukt.

De vroegere artiesten werden te oud om nog mee te kunnen en sommigen kozen uiteindelijk voor het grote geld en verkochten hun ziel aan de duivel. Al gauw werd rapmuziek, de laatste vorm van een rebelse kunst, ‘vermoord’ en omgetoverd tot een poel des verderfs die enkel het ‘gangsterisme‘ promoot, minachting van vrouwen propageert, drugshandel als aanvaardbaar neerzet en de wil om hard te werken, reduceert tot een bijkomstigheid van het leven die slechts is weggelegd voor de sukkels in de samenleving. De hedendaagse hiphopcultuur werd een kanaal om het ‘gangsterisme’ op de jeugd over te brengen en in leven te houden. Daarbij vond het ook een weg naar de middenklasse en zelfs naar jongeren uit de bovenklasse, die nu ook het gedrag van gangsters nabootsen, als rebels antwoord op de oligarchische houding van hun kapitalistische ouders.

Dubbele standaard en risicovol DNA
Wat mij hierin het meest raakt, is de dubbele moraal in Nederland ten aanzien van jongeren met een Marokkaanse en vaak een islamitische achtergrond, die hetzelfde criminele pad dreigen op te gaan als andere jongeren. In de afgelopen jaren zijn talloze nutteloze onderzoeken gepubliceerd die zouden moeten bewijzen dat crimineel gedrag met het Marokkaanse DNA verweven is, of over hoe moslims crimineel gedrag door bepaalde interpretaties van de Koran goedpraten. Uiteraard je reinste onzin, hoe ogenschijnlijk wetenschappelijk onderbouwd ook.

In Nederland vormen Marokkaanse jongeren vanwege hun sociaal-maatschappelijke positie een van de meest vatbare groepen voor die inmiddels verderfelijke hiphopcultuur, die nog wel het rebelse imago van vroeger heeft, maar inhoudelijk niets meer te maken heeft met nobele boodschappen zoals het weigeren van drugs, het nastreven van intellectuele ontwikkeling en het proberen te ontsnappen aan armoede. In plaats daarvan worden deze jongeren gehersenspoeld waarbij drugshandel wordt aangespoord,  minachting van vrouwen gestimuleerd en het volgen van een opleiding en het hebben van een baan wordt gereduceerd tot een zwakzinnige bezigheid.

Sinds de intrede van het ‘gangsterisme’ heeft de Nederlandse samenleving weinig tot niets gedaan om de standaard die overal behoort te gelden, op alle gelederen van de Nederlandse samenleving toe te passen. Crimineel gedrag hoort niet thuis in een beschaafde samenleving. Deze norm wordt tot nu vooral passend geacht voor  de autochtone gemeenschap. Deze creatie van een dubbele moraal doet uitstekend dienst voor mensen die het doen en laten van moslims in het algemeen en van Marokkanen in het bijzonder tot hun broodwinning hebben gemaakt. Veel mensen in de media en in de sociale sector roepen dat ze zijn begaan met het lot van bijvoorbeeld Marokkaanse probleemjongeren. Dat zal best, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de hele ‘Marokkanen-problematiek’ intussen een ware cottage industry [huisvlijtindustrie, red.] is geworden. Menig mediaredacteur en maatschappelijk werker verwerft er inkomen mee voor het betalen van de hypotheek en is vooral gebaat bij de levering van zo veel mogelijk probleemgevallen. Met de racistische houding van veel autochtone Nederlanders jegens allochtonen en in het bijzonder tegen mensen met Marokkaanse achtergrond, en de problemen die deze jongeren ondervinden bij het proberen succesvol te laveren tussen verschillende culturen, ontstaat heel gemakkelijk een ‘self fulfilling prophecy’.

Wanneer deze jongeren dreigen af te glijden naar de donkere regionen van de samenleving en zij op een gegeven moment geen alternatief meer zien voor een criminele carrière, dan staat er een legertje mensen klaar om ze daar vanaf te houden. Maar er staat nog een groter leger klaar om het criminele gedrag van de betreffende persoon te verklaren vanuit de etnische achtergrond en religieuze opvoeding. Waarbij de bevolkingsgroep waaruit de persoon in kwestie voortkomt, in één moeite door wordt afgerekend op het gedrag van die ene persoon. Zo ontstond gaandeweg de indruk dat er in Nederland bijna een miljoen mensen (moslims) rondloopt met een risicovolle DNA-structuur als het om criminaliteit gaat. Crimineel gedrag dat zwaar veroordeeld wordt wanneer het om een allochtoon gaat en kennelijk minder of zelfs wordt gecultiveerd als het om een autochtoon gaat. Hoe succesvoller een allochtone crimineel, hoe zwaarder de veroordeling. Hoe succesvoller de autochtone crimineel, hoe meer voer voor de boulevardpers het is en hoe eerder een Don Vito Corleone-status lijkt te ontstaan.

De rol van moskeeën
Mede dankzij het maatschappelijk debat over de islam zijn in veel moskeeën in Nederland de ogen geopend en zetten zij zwaar in op het van de straat houden van moslimjongeren. Vooral door ze te wijzen op de islamitische leefwijze en de voordelen die dit met zich meebrengt, namelijk dat crimineel gedrag niet toegestaan is. De vervreemding van de islam, mede onder invloed van de ultra-seculiere lobby van politiek en media en de bewust opgezette negatieve beeldvorming van religie in het algemeen, veroorzaken bij veel jonge moslims het idee dat het behoorlijk fout is om er enige religieuze beleving op na te houden. Religieuze zingeving maakte plaats gemaakt voor cultivering van crimineel gedrag.

Je zou denken dat de Nederlandse overheid en samenleving moskeeën zouden bijstaan in hun strijd tegen de verloedering van moslimjongeren. Althans, als dat ook de intentie van de overheid is. Maar in plaats daarvan worden moskeeën belaagd met allerlei aanvallen op hun doen en laten waarbij een flink atheïstisch (en zelfs ook wel anti-islam) gehalte doorklinkt. Er worden allerlei drogredenen opgeworpen om de rol van moskeeën te minimaliseren en ze weg te zetten als broedplaatsen voor bomgordel dragend gespuis.

Vergeleken met de christelijke kerken spelen de moskeeën in Nederland een grotere maatschappelijke rol binnen hun religieuze gemeenschap. Ze doen niet alleen dienst als gebedshuizen, maar zorgen ook voor onderwijs, recreatie en bieden zelfs hulp bij het zoeken naar werk en het invullen van belastingaangiftes. De moskeeën in Nederland hebben sinds de tweede helft van de jaren ’90 een veel dynamischere rol op zich genomen om jeugdige moslims te wijzen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheden en op hun taak om als voorbeeld te dienen voor de volgende jonge moslimgarde.

Voorheen werden succesvolle moslims in Nederland door de mensen met een zelfde achtergrond gezien als slijmballen en hielenlikkers, en sommigen zijn dat ook werkelijk, maar het laatste waar je hen van kunt betichten is verraad. In feite zijn de werkelijke verraders diegenen die vanwege hun criminele acties ervoor zorgen dat de rechterkant van het politieke spectrum de verslaggeving hierover kan aangrijpen om de onvrede onder hun electoraat te voeden; van onvrede over de aanwezigheid van allochtonen en moslims tot het niet eens niet willen tolereren van die aanwezigheid.

Dat deel van de Nederlandse bevolking lijkt gewoonweg te dom om in te zien dat de religieuze achtergrond of etnische afkomst van onze probleemjongeren niets te maken heeft met hun  irritante gedrag. En zij schiet vergaand tekort als het gaat om het zich realiseren hoe moskeeën als maatschappelijke partners kunnen functioneren in de strijd tegen de verloedering van onze samenleving. Het gevolg is dat het rechtse populisme sinds een aantal jaren weer de kop opsteekt en daarmee een oude stelling bevestigt: ‘als het fascisme in Europa weer de kop opsteekt, dan zal het dat doen onder het mom van antifascisme’. Tegenwoordig worden moslims stelselmatig weggezet als religieuze fascisten door fascisten, die — vergelijkbaar met de georganiseerde misdaad — een andere vorm van ’gangsterisme’ nieuw leven inblazen: het ‘politieke gangsterisme’.

Stop dat eindeloze gejank
Het hanteren van een dubbele moraal komt in alle geledingen van het maatschappelijk debat voor, en dus ook bij de cultivering van het gangsterisme. Afhankelijk van de achtergrond van de ‘gangster’ is er voor één groep welhaast sprake van verheerlijking van deze status, terwijl voor andere groepen geldt dat niet alleen de persoon in kwestie, maar ook diens achtergrond en rest van de betreffende bevolkingsgroep worden gereduceerd tot de laagst mogelijke status. Die dubbele deur is overigens niks nieuws; eigenlijk zelfs een open deur.

Wat me daarom eerlijk gezegd nog meer vermoeit, is het eindeloze gejank van moslims over de hantering van de dubbele moraal in het maatschappelijk debat in Nederland. Dat is nu eenmaal een realiteit die al jaren plaatsvindt. Moskeebestuurders en -vertegenwoordigers moeten zich losmaken van de schijndialoog en vooral doorgaan met hun eigen beleid om jongeren te weerhouden zich te laten verleiden tot de ‘gangstercultuur’. De vele overleggen die periodiek op verzoek van allerlei overheidsinstanties plaatsvinden om enig inzicht in de status quo te verkrijgen, zijn feitelijk tijdverspilling. Als moskeebestuurders nog altijd denken dat zij enige steun bij deze gesprekspartners zullen vinden, dan kunnen ze nog lang wachten. Het enige doel van die overleggen is uiteindelijk geruststelling. Daar is op zichzelf niets mis mee. Maar achteraf zeuren over het feit dat degenen met wie je praat niets voor je doen, is dan ook niets anders dan zeuren.

Moskeeën dienen zich in ieder opzicht onafhankelijk te maken van deze zogenaamde maatschappelijke ‘partners’. En dat ook te blijven. Dankzij hun huidige activiteiten staan zij immers midden in de samenleving en hoe hard rechtse politici en opiniemakers ook roepen dat  moskeebezoekers zich gaandeweg afzonderen van de samenleving: zij hebben het mis. Die politici zijn juist degenen die zich afzonderen van de hedendaagse Nederlandse samenleving, waarin de afwezigheid van moskeeën intussen ondenkbaar is.

Als moslim kan ik eindeloos doorpraten over de onrechtvaardigheid van de dubbele moraal, maar bij degenen die haar hanteren, zal ik niet veel gehoor vinden. Ze  zullen me hoogstens aankijken met een blik van: ‘we simply don’t give a f…’. Dat is niet erg, want ik heb hun geruststelling niet nodig. Ook al kijken ze me iedere keer weer aan alsof ik een moslimgangster ben.

Mohammed Jabri is lid van het blogteam van Nieuwemoskee. Dit artikel verscheen eerder in aangepaste vorm op de website Mirsab.nl.

 

Geplaatst in: Verdieping

Tags:

RSSReacties (1)

Geef een reactie | Trackback URL

  1. Benjamin zegt:

    Very annoying to see youngsters act like mafia members and disrespecting elders everywhere. More annoying is the mentality of people that think acting like this makes you a better person than the next one.

Geef een reactie

Spelregels:
Voordat reacties worden geplaatst, worden ze getoetst aan de volgende criteria:
  1. Wees kritisch: Reageer inhoudelijk en niet op de persoon en onderbouw je reactie zoveel mogelijk met argumenten. Verwijs waar mogelijk naar concrete feiten en/of voorbeelden.
  2. Wees verfrissend: Geef vooral originele, frisse reacties die een nieuwe of andere kijk op het onderwerp geven. Wees kort (maximaal 400 woorden), krachtig en blijf bij het onderwerp (ontopic).
  3. Wees genuanceerd: Generaliseer niet waar dat niet past. Vermijd zwart-wit voorstellingen en wij-zij denken. Discriminerende, beledigende en (be)dreigende uitingen zijn niet toegestaan.

*

  • Advertentie