“IS is een uitvloeisel van de autoriteitscrisis in de islam”

De aanslag op Charlie Hebdo wordt vaak neergezet als een aanval van moslims op niet-moslims. De aanstootgevende cartoons van het tijdschrift zouden de (directe) aanleiding voor de aanval zijn geweest. Volgens Arnold Yasin Mol (Islamitische theologie, Leiden universiteit) is dit echter niet de enige manier om naar deze gebeurtenis te kijken. Hij ziet ‘7 januari’ als een teken van de strijd om aandacht en relevantie die radicale moslims met elkaar voeren. Die strijd om relevantie is bovendien een uitvloeisel van de autoriteitscrisis waar de islam volgens hem mee te maken heeft.

Door: Nadine Huiskes

Die strijd tussen radicalen gaat onder meer over IS en Al Qaeda. Mol constateert een merkwaardige ontwikkeling in de verhouding tussen deze twee radicale grootmachten: “Je ziet nu in het discours dat Al Qaeda een beetje de good guy is, want zelfs de sjeikhs van Al Qaeda veroordelen IS. IS is de bad guy en iedereen die tegen IS is, is de good guy. Maar dan verliezen we het perspectief.”

Dubbelrol
Al Qaeda lijkt vooral een dubbelrol te spelen. De gruwelijke aanslag op Charlie Hebdo werd immers uitgevoerd door een aftakking van Al Qaeda. Volgens Mol heeft dit voor een belangrijk deel te maken met marketing: “Verschillende experts hebben er op gewezen dat die aanval als doel had om te laten zien dat zij nog steeds relevant zijn. Alle aandacht gaat naar IS, alle strijders gaan naar IS. Al Qaeda is al 25 of 30 jaar bezig om een kalifaat te stichten en je hebt Mullah Omar die zichzelf in Afghanistan tot leider van de gelovigen (Amir al-Muminin) heeft verklaard. Dit wordt in de moslimwereld totaal niet serieus genomen. Het statement wat gemaakt is met de aanval in Parijs is dus pragmatisch en marketing. De aanval heeft te maken met wat er nu gaande is in het Midden Oosten, niet per se met wat Charlie Hebdo heeft gedaan. Zij stonden gewoon al die tijd op een wachtlijstje. Diezelfde dag werden door dezelfde Al Qaeda aftakking tientallen moslims gedood in Jemen. Dat heeft veel minder aandacht gekregen in zowel de westerse als islamitische wereld. Jemen was lokale intimidatie, Parijs was wereldpropaganda.”

Propagandaoorlog
Niet alleen Al Qaeda houdt zich bezig met reputatie en PR. IS heeft in rap tempo een extra oorlogsfront weten op te zetten: een propagandaoorlog. Begin februari kwam er een video naar buiten van de executie van een Jordaanse gevechtspiloot. Deze video bracht onder moslims misschien nog wel meer teweeg dan onder niet-moslims. Er werd hier namelijk ten eerste een moslim geëxecuteerd en ten tweede werd dit met vuur gedaan.
De video zelf was even professioneel gemaakt als gruwelijk van inhoud. Mol: “IS voert een propagandaoorlog. Het gebied dat ze hebben zullen we wel redelijk onder controle kunnen houden met de mannen die ze hebben, maar daar is natuurlijk ook constant chaos. Tegelijkertijd proberen ze ook nog gebied te veroveren, want je wil natuurlijk wel de winnaar zijn en niet de instandhouder. Maar ze winnen vooral met propaganda. Los van bepaalde aanhangers is IS hier technisch gezien totaal niet aanwezig. Maar tegelijkertijd zijn ze extreem
aanwezig in ons dagelijks leven. Dat laten wij toe, de afschuw fascineert ons, dat is een heel aparte emotie. Er zit veel psychologie achter.”

Welke legitimering gebruikte IS voor deze daad?
“De piloot zou veroordeeld zijn vanuit het idee van qisas, dat komt uit de Koran en heeft te maken met executie vanwege moord. IS citeert dan al-Nawawi, een Shafi’i geleerde die een technische discussie houdt over soera 16, vers 126, waarin staat: ‘En straffe u zoals ze jou hebben geschaad.’ IS zegt dan, hij heeft mensen door bommen en raketten verbrand, dus dan mogen we hem verbranden.”

Waar gaat de redering volgens jou en veel andere moslims mank?
“Ten eerste is er een sahih hadith waarin de profeet zegt: je mag mensen niet executeren door middel van vuur (Bukhari). Daarnaast hebben we hier te maken met oorlogswetgeving. Daarin was er sprake van een krijgsgevangene. Je hebt met andere woorden niet te maken met een reguliere rechtszaak waarin iemand die een moord heeft gepleegd wordt geëxecuteerd. Dat principe van moord voor moord, oog om oog, tand om tand geldt binnen een rechtszaak in een rechtsstaat die niet in oorlog is. In oorlogswet gelden andere regels. Als jij als soldaat op oorlogsmissie wordt gestuurd en je vermoordt daar iemand, dan word je in je eigen land niet veroordeeld voor moord. Ook in de islam is oorlogsrecht heel duidelijk, vooral van moslim naar moslim toe. Gebaseerd op soera 47, vers 4 mogen moslimgevangenen niet gedood worden. Je laat ze vrij of je laat ze vrij kopen. De grote meerderheid van klassieke geleerden onderschreef dit. Het bloed van de moslim is immers heilig.”

De ongelovige
Een derde punt in deze kwestie waarbij IS totaal geen acht heeft geslagen op de klassieke islam. IS verklaarde namelijk dat deze persoon tegen de Islamitische Staat vocht en zich daarmee tot ongelovige en afvallige (murtad) verklaarde.
Mol: “Sowieso ging de bovengenoemde hadith die verbranden verbiedt over afvalligen, daarnaast krijgt een afvallige drie dagen de tijd om zich te bekeren, daar is consensus over, ijma. Als je de beelden bekijkt zie je dat deze persoon nog een doea doet voordat het vuur bij hem komt. Als je hem zou vragen of hij moslim was en of hij de shahada wilde doen, dan zou hij dit zeker doen. Wat zou betekenen dat ze hem niet mogen veroordelen. Geleerden zeiden bovendien: we hebben hier te maken met een intern moslimconflict: Jordanië tegen IS. Dat is de status, want we gaan niet oordelen over ieders persoonlijke geloofsstatus. Voor de klassieke geleerden was een moslim die tegen een andere moslim vocht
dus ook niet automatisch ongelovig.”

Oorlogsrecht
Hoewel het voor Mol als een paal boven water staat dat de executie van de piloot onrechtmatig en onreligieus was, erkent hij wel degelijk dat de islam veel interpretatieruimte kent, ook in het islamitisch oorlogsrecht. Wanneer mensen de bronnen interpreteren, gaat het niet alleen om wat de teksten zeggen, maar ook om wat diegene wil bereiken en in welke context diegene zich bevindt. Een goed voorbeeld is de aanleiding tot het voeren van oorlog.
Mol: “Als je het historisch bekijkt, dan gaat het in eerste instantie om de vraag: wat is de reden voor oorlog? De Hanafi en de Maliki, de twee oudste wetsscholen, stelden: wanneer de rechtsorde of veiligheid van het gebied waar jij de leider over bent wordt bedreigd. Zij hebben een defensieve houding.
De Shafi’i en Hanbali zeggen dat het ongeloof, de kufr, van de ander buiten jouw gebied reden is voor oorlog. Maar dit is puur theorie, want in de realiteit deden heel veel moslimleiders wat ze wilden. Ze voerden om de raarste redenen oorlog.”

Hoe kan dit verschil in houding worden verklaard?
“De Hanafi en Maliki waren op heel veel punten ook makkelijker als het gaat om de omgang met niet-moslims. De Shafi’i en Hanbali zijn daar veel strenger in, maar dat kwam doordat zij zich in aparte gebieden ontwikkelden. Ze zaten vooral in de binnensteden, terwijl de Hanafi en Maliki naast de binnensteden ook erg verspreid waren en in een periode ontstonden waarin moslims nog een minderheid waren. Ze moesten dus wel antwoorden ontwikkelen op de omgang met niet-moslims. Zij leefden meer op de grenzen van moslimgebieden, waar veel meer pluralisme was.”
De verschillende contexten waarin de scholen zich ontwikkelden, beïnvloedden niet alleen de aanleiding tot oorlogsvoering, maar ook de manier van oorlog voeren.
“De manier van oorlog voeren is onder Hanafi en Maliki duidelijk defensief, alleen gericht op mensen die jou aanvallen, niet op niet-vechtende mensen. Bij de Shafi’i en Hanbali is oorlog gericht op het ongeloof van de ander, maar zij hebben hun oorlogsethiek ook door dezelfde Koranische criteria en hadith laten bepalen als de Hanafi en Maliki die bepaalde begrenzingen aan oorlogsvoering voorschrijven. Sommige van die hadith zijn mutawatir, de hoogste graad van hadith soort. Dat je geen vrouwen en kinderen mag doden wordt door heel veel geleerden tot de mutawatir gerekend. Die heeft dezelfde historische waarheid als de Koran zelf.”

Opportunisme
IS lijkt zich aan geen regel, consensus of andere beschaafdheidsnorm te willen houden. Over de hele wereld verwerpen islamitische geleerden de opportunistische manier van interpreteren die IS erop nahoudt.
Mol: “Wanneer er iets wordt geciteerd, dan gebeurt dat uit context. Of ze citeren zulke minderheidsmeningen, dat je denkt: ‘Waar kom je nou mee?’ Je kan niet zomaar zeggen: er is een keer iemand geweest die dit en dat heeft gezegd. Zo werkt de islam niet en zeker niet de soennitische islam. En zelfs als iemand dat heeft gezegd, wie dat dan ook is geweest, dan moet je je zelf afvragen: is dit een normatieve vorm van islam? Binnen een school en onder de scholen. En volgt het de klassieke Sharia principe dat het het algemeen welzijn (maslaha) bevordert en schade (mafsada) tegengaat? Dat de doelstellingen (maqasid) van de Sharia zoals het beschermen van leven worden behaalt? Wat je ziet bij dit soort groepen is dat zij voor een deel zo authentiek mogelijk over willen komen: dit is ware islam. Dus niet idealistisch: zo hoort islam te zijn. Nee, dit is islam. Ze claimen een soort realiteit: zo is het, en moslims horen dat te volgen. Maar ze citeren uit de eerste vijftig jaar van de islam, maar ook uit de 14e eeuw. Er zit geen methode in, het is opportunisme.”

Autoriteitscrisis
Volgens Mol kunnen extreem radicale ideeën en praktijken bestaan, omdat er een autoriteitscrisis gaande is in de islam. “Wat ik zie bij mensen die bijvoorbeeld dat in brand steken van die piloot verdedigen, dat ze zeggen: het was wel een mening in de islam. De Hanafi en Maliki zeiden dat je altijd met het zwaard moest executeren, want de straf was de dood, niet de manier waarop. De weg naar de dood toe mag niet de straf zijn. Dat was een hele humanistische benadering tot het idee van executie. Veel Shafi’i hadden wel oog om oog, tand om tand, maar dat was theorie. Voor zover we het weten werd het vrijwel nooit toegepast. In de praktijk ontweken ze dat bijna altijd en maakten rechters daarentegen gebruik van een geldboete, verbanning of gevangenisstraf. Veel meningen waren theologische formuleren van wat er mogelijk is qua strafmaat, maar de toepassing was een hele andere realiteit. In de klassieke islam zat daar een groot humanistisch gebied tussen die eerst werd doorlopen, omdat volgens de klassieke islam de Sharia was geopenbaard voor het menselijk welzijn (maslaha). Daarom werd er bijna nooit iemand gestenigd, werd er bijna nooit iemand geëxecuteerd en werden er bijna geen handen afgehakt.”

Op welk punt wijkt IS af van deze klassieke islam?
“Ze citeren wel de klassieke mening, maar ze passen niet de klassieke methode toe. Het is ook helemaal niet bekend welke status de rechters van IS daar in Irak en Syrië hebben. Voldoen zij aan de klassieke eisen van rechter-zijn? Dat betwijfel ik zeer.”

Ontkennen en legitimeren
Mol constateert een polariserende ontwikkeling in de opinievorming met betrekking tot groepen als IS en Al Qaeda. Enerzijds zijn er moslims die niet willen geloven dat andere moslims in staat zijn om zulke ideeën en praktijken erop na te houden. 80% van de slachtoffers van aanslagen van Al Qaeda is bijvoorbeeld moslim. Maar nergens is er volgens Mol meer consensus over in de islam, dan over deze kwestie: je mag geen moslims doden. Mol: “Sommige van deze mensen verwijzen dan naar complottheorieën, maar we moeten leren accepteren dat elke gemeenschap z’n monsters en z’n freaks heeft.”
Anderzijds zijn er moslims die de denkbeelden en acties van IS legitimeren. “Ze doen dat op basis van een bepaalde visie hoe de islam moet zijn. En vaak wordt ervan uitgegaan dat hoe de moslimgemeenschap is, dat dat niet goed is. Dat de geleerden die er zijn het niet goed doen. We hebben hier kortom te maken met een conflict van autoriteit. Wie bepaalt islam, wie bepaalt wie moslim is? De crisis die nu gaande is, en die door de situatie in Irak en Syrië naar voren wordt gehaald, is dat moslims kleur bekennen: aan welke kant staan wij eigenlijk? We
staan niet automatisch aan de kant van Amerika, of die coalitie met Jordanië. De meeste moslims zijn ook tegen Assad, maar ben je voor of tegen IS?”

Zwart-wit
Als moslims niet automatisch voor Amerika zijn, maar ook niet automatisch voor IS, levert dat soms dilemma’s op. Volgens Mol is de wereld echter niet zo zwart-wit ingedeeld als veel mensen, zowel moslims als niet-moslims, denken. Ook in de klassieke islam zat volgens hem veel nuance, ruimte voor interpretatie en onderhandeling. Niet alleen de kloof tussen theorie en praktijk in straftoemeting is hier een goed voorbeeld van, ook het klassieke islamitische wereldbeeld was volgens hem complex en genuanceerd.
“Je had dar al harb, het gebied van oorlog, van conflict. En de dar al islam, er zijn verschillende termen voor. Dar al ahd of dar al sulh waren gebieden waar je verdragen mee had, maar die niet onder jouw gebied vielen. De klassieke moslimgemeenschap had deze indeling: dar al harb was echt een land of een leider waar je oorlog mee had. Het gebied van die andere leider was dan dar al harb, en dat kon net zo goed een moslim zijn. Dar al sulh was dan waar je een verdrag mee had, dat kon moslim zijn of niet-moslim. Er was eigenlijk maar
een klein gedeelte dat als dar al harb werd gerekend, het meeste was dar al sulh of dar al islam.
Die twee termen (dar als islam en dar al harb) worden hedentendage gebruikt als een vorm van framing, dit heeft niks te maken met de werkelijke interesse in wat de klassieke islam dacht. De klassieke geleerden keken dus niet automatisch naar waar islam is, maar ze keken vooral waar een bepaalde vorm van rechtsstaat aanwezig was die in stand wordt gehouden. Dar al islam is dus niet waar moslims in de meerderheid zijn of waar de sharia is, maar voor de Hanafi waar moslims in een gemeenschap kunnen leven, samen ook met niet-moslims, en waar vrede en veiligheid is. En daar hoeft niet per se een moslimleider te zijn, hoewel dat wel de voorkeur had natuurlijk. Voor hen was moslimleiderschap niet het doel, maar een middel tot een veilige rechtsstaat die het welzijn voor moslims en niet-moslims kan garanderen.”

Werd er in de klassieke islam ook anders tegen de sharia aangekeken dan nu?
“De sharia stond voor de klassieke islamgeleerden niet voor islam an sich, maar voor rechtsstaat en orde. Voor hun was sharia ook het meest humanistische wat er was op aarde. Net zo goed als dat wij mensenrechten vandaag de dag zo zien, zo zagen klassieke geleerden dat met sharia, dat was hun vorm van internationaal recht.”
Tegenwoordig is er in moslimlanden maar weinig sprake van de sharia. De klassieke balans tussen politiek leiderschap en religieus leiderschap, een scheiding van machten die onderdeel uitmaakte van de klassieke islam, is eveneens grotendeels verloren gegaan. Ook hierin wortelt volgens Mol de autoriteitscrisis.
“Het verschil is wel dat die klassieke vormen van scholen nog wel bestaan. Soms in een wat modernere vorm, zoals een PhD aan Al Azhar. De klassieke vormen van lesgeven en van wie specialist mag worden zijn er nog wel. Maar in de meeste moslimlanden hebben moslimrechters alleen nog maar te maken met familiewet en niet met de algemene vorm van rechter zijn.
Daar zit dus een scheiding, maar ook een plaatsing van religie ‘daar’ en niet ‘overal’. Dat is ook niet klassiek. Klassieke modellen bestaan niet meer, maar dat maakt niet uit, want gemeenschappen ontwikkelen zich. Zolang de principes en doeleinden van de Sharia worden nageleefd kan men spreken van islamitisch recht. Wat daar wel een probleem bij is, is dat de moslimgemeenschap op dat soort punten veel politiek wantrouwen heeft. Die politieke structuur komt vaak voort vanuit kolonialisme of vanuit militaire opstanden die heel repressief zijn. Die hebben dan een bepaalde vorm van secularisme opgedrongen, niet als een een bevrijdende structuur, maar als machtsstructuur.”
IS is voor een deel een reactie op de nasleep van deze fenomenen: van repressieve regimes, opgelegd secularisme en kolonialisme. “De islam wordt in dat opzicht geframed als een revolutionaire beweging daartegen: de islam bevrijdt ons van dat alles. Dat is ook wat veel mensen aantrekt bij dat soort bewegingen: wij tegen de wereld, de islam tegen de wereld. Het plaatst jezelf in een groter verhaal, in een kosmische strijd. Iedereen zoekt Gods tevredenheid op.
Maar de klassieke en de hedendaagse geleerden zeggen dan wel: jij wil Gods tevredenheid bereiken, dat is Z. Maar er zit nog wel een heel alfabet aan stappen tussen voordat je dat kan bereiken. En die worden allemaal overgeslagen. Dus het grote verlies is niet de klassieke vorm van de islam, maar wel de humanistische modellen van de islam. Die zijn we helemaal verloren en daar worden we nu heel erg mee geconfronteerd door dit soort dingen.”

Dit interview werd eerder geplaatst in Moslim Vandaag (februari 2015)

Geplaatst in: Interview

RSSReacties (0)

Trackback URL

Geef een reactie

Spelregels:
Voordat reacties worden geplaatst, worden ze getoetst aan de volgende criteria:
  1. Wees kritisch: Reageer inhoudelijk en niet op de persoon en onderbouw je reactie zoveel mogelijk met argumenten. Verwijs waar mogelijk naar concrete feiten en/of voorbeelden.
  2. Wees verfrissend: Geef vooral originele, frisse reacties die een nieuwe of andere kijk op het onderwerp geven. Wees kort (maximaal 400 woorden), krachtig en blijf bij het onderwerp (ontopic).
  3. Wees genuanceerd: Generaliseer niet waar dat niet past. Vermijd zwart-wit voorstellingen en wij-zij denken. Discriminerende, beledigende en (be)dreigende uitingen zijn niet toegestaan.

Current month ye@r day *

  • Advertentie