Azarkan houdt bij Pauw eigen gemeenschap uit de wind

buitjeSyrië vormt een moeilijk vraagstuk, en Syriëgangers zijn nog moeilijker te begrijpen. Avond aan avond schuiven -voornamelijk helaas nog teveel zelfverklaarde- deskundigen uit allerlei hoeken aan tafel in latenightshows, maar veel verder dan giswerk over mogelijke oorzaken lijkt men niet te komen. Zo ook afgelopen dinsdag, toen Farid Azarkan, waarbij eveneens weinig deskundigheid te bemerken viel, bij Pauw een en ander zou duiden aan de hand van nieuwe ‘radicaliseringscijfers’. Spannend.

Door: Arjen Buitelaar

Het gebruikelijke excuus werd ons niet onthouden. Azarkan duidde waarom 70% van de uit Nederland afkomstige Syriëgangers uit de Marokkaanse gemeenschap komt: ze kunnen geen stageplek vinden! Verder dan deze complete open deur kwam hij niet, en volledig in de trend die heerst om buitenlandervaring op te doen tijdens je studie ga je dan naar Syrië om je te voegen bij het kalifaat en je stage koppensnellen cum laude af te sluiten.

De nieuwe ‘radicaliseringscijfers’ werden helaas niet zo goed geduid door gebrek aan analytisch vermogen. Elke islamoloog en persoon die betrokken is bij de bredere islamitische maatschappij kan deze cijfers op een andere manier duiden. Het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN) heeft begin januari van dit jaar een hulplijn in het leven geroepen waar ouders zich toe kunnen wenden indien ze zich zorgen maken over mogelijke radicalisering van hun kroost. Deze hulplijn richt zich in eerste instantie op de Marokkaanse gemeenschap, geen gek idee gezien het aandeel van deze etnische groep onder jihadisten. Er hebben zo’n 500 verontruste ouders contact opgenomen met het SMN, waarvoor hulde! Daarvan zijn 80 gevallen bestempeld als dermate serieuze meldingen dat er een vertrouwenspersoon aan gekoppeld is. We weten dat de hulplijn ook bedoeld is voor nazorg, toch klinkt de werking effectiever dan het in werkelijkheid is, want 20-25 gevallen kregen de indicatie zeer serieus pas nadat de betreffende zoon of dochter al was uitgereisd. Mosterd na de maaltijd.

Ongeveer 1/3 van de 80 serieuze gevallen betreft ouders van autochtone Nederlandse bekeerden. Of daar een verklaring voor is, vroeg Pauw. “Wij zien dat mensen die bekeerd zijn eigenlijk in korte tijd ook echt radicaal kunnen worden … Het wordt snel radicaal omdat ze zoekende zijn, omdat ze ineens in een omgeving komen waarin ze zelf geen referentiekader hebben.” Een open deur en vreemde conclusie bij de vraag hoe het kan dat 1/3 van de ouders autochtone Nederlanders zijn. Een plausibelere conclusie zou zijn dat deze ouders eerder signaleren dat het misgaat, of dat ze zich sneller zorgen maken. Uiteraard staat een Nederlandse ouder wiens kind bekeert, andere kleding gaat dragen, andere vrienden krijgt, et cetera daarvan te kijken, en is het wellicht niet hetgeen iemand voor ogen had voor zijn kind, maar veel belangrijker is dat autochtone Nederlandse ouders geen wantrouwen hebben naar politie en overheden, en hen zien als bondgenoot. Dat zij niet het gevoel hebben het binnenshuis of binnen de eigen gemeenschap wel op te kunnen lossen. Daarbij komt dat gezinnen die van huis uit moslim zijn veranderingen in eerste instantie toejuichen omdat het lijkt alsof hun kinderen een vromer leven gaan leiden; in sommige gevallen zijn ouders heimelijk trots op de fundamentalisering van hun kinderen. Daarbij komt dat er sprake is van een gigantische generatiekloof, zo groot dat jongeren soms niet eens de taal van de generatie van hun ouders verstaan. Jongeren gaan aan de haal met sjeik Google wat hen een snelle identiteit oplevert, een religieuze ideologie die als warme hap uit de muur getrokken kan worden.

Azarkan heeft gelijk als hij zegt dat bekeerden potentieel een makkelijke prooi vormen voor fundamentalistisch gedachtegoed, en dat hij benoemt dat het net zo moeilijk is hen daar uit te halen als uit een sekte. Een completer beeld was geweest als hij benoemd had dat recruiters onder andere uit zijn eigen gemeenschap komen, en dat hetzelfde geldt voor zogenoemde ‘herboren’ moslims die vaak vanuit een achtergrond van (kleine) criminaliteit en drugshandel evenmin een referentiekader hebben waarmee ze uit de voeten kunnen. Voor hen gaan precies dezelfde gevoeligheden op en treden dezelfde mechanismen in werking, waar bijkomt dat zij vaak het gevoel hebben al verloren te zijn en een enorme inhaalslag kunnen maken door dan maar ‘all the way’ te gaan en zonder enige kennis van zaken maar met schamele hoop zich te storten op een zogenaamde ‘jihad’. Het ene geweld wordt simpelweg voor het andere ingeruild, het moet duidelijk zijn dat deze jongeren een ideologie zoeken die hun status verhoogt en een legitimering biedt bij hun handelen. Dit is precies de reden waarom keer op keer bekenden van geweldsplegers zich achter de oren krabben en dit niet voorzien hadden omdat betreffende zo’n ander leven leidde, en dat ouders niet aan de bel trekken omdat ze aanvankelijk blij waren. Het voornaamste waarop moet worden gelet is niet de uiterlijkheden als kleding, maar wel veranderend taalgebruik. Een taal die veelvuldig spreekt over excommunicatie (takfir), en die hetzelfde wij-zij-denken als Wilders overneemt. Een taal die het heeft over verplichte emigratie en geweld verheerlijkt.

Kortzichtige redenaties als het niet hebben van een stage mogen geen excuus zijn om een toevlucht te zoeken tot geweld. Radicalisering is een optelsom van factoren waarbinnen dit hooguit één facet is. Zolang de schuld bij anderen gelegd wordt, de eigen gemeenschap uit de wind wordt gehouden, valse conclusies getrokken en gepresenteerd worden in plaats van lering te trekken uit beschikbare gegevens. Zolang de werkelijke oorzaken niet benoemd kunnen worden, bevestigt dit een gebrek aan zelfreinigend vermogen en zal er nooit verandering komen.

Arjen Buitelaar is medeoprichter van het Instituut voor Midden-Oosten Relaties en Studies

Geplaatst in: Opinie

RSSReacties (1)

Geef een reactie | Trackback URL

  1. Karen Woets zegt:

    Beste Arjen, veel dank voor de scherpe analyse van zowel het meervoudig te duiden gewelddadige extremisme onder jongeren als van de oppervlakkigheid van de media-aandacht.
    In het debat afgelopen week bij de EO met alleen moslims aan tafel (allemaal zeer deskundig op bepaalde gebieden) ging het m.i. helaas te veel over wat in islamitische bronnen te vinden is. Slechts enkelen wezen op datgene waar het mee begint: de opvoeding thuis. Zolang een vader van een klasgenoot van mijn jongste kind (groep 8) zijn zoon leert dat het oké is om Amerikanen op te blazen en dat het Paradijs hiermee snel in zicht komt, heb ik er een hard hoofd in dat de kernwaarden van de islam worden overgebracht. En als die zoon dit dan ook nog zonder blikken of blozen tegen mijn zoon zegt, zonder zich ook maar iets af te vragen…

Geef een reactie

Spelregels:
Voordat reacties worden geplaatst, worden ze getoetst aan de volgende criteria:
  1. Wees kritisch: Reageer inhoudelijk en niet op de persoon en onderbouw je reactie zoveel mogelijk met argumenten. Verwijs waar mogelijk naar concrete feiten en/of voorbeelden.
  2. Wees verfrissend: Geef vooral originele, frisse reacties die een nieuwe of andere kijk op het onderwerp geven. Wees kort (maximaal 400 woorden), krachtig en blijf bij het onderwerp (ontopic).
  3. Wees genuanceerd: Generaliseer niet waar dat niet past. Vermijd zwart-wit voorstellingen en wij-zij denken. Discriminerende, beledigende en (be)dreigende uitingen zijn niet toegestaan.

Current month ye@r day *

  • Advertentie